Kooijman vecht ontslag Suez aan

AMSTERDAM, 9 OKT. President-directeur R.G.W. Kooijman van het effectenkantoor Suez Kooijman heeft gisteren in een kort geding het ontslag aangevochten dat hem vorige week door moedermaatschappij Banque de Suez Nederland is aangezegd.

Kooijman vroeg via zijn advocaat mr. R. van de Vijver om een verbod van het voorgenomen ontslag. Indien de Amsterdamse rechtbank dat verzoek niet honoreert wil Kooijman de bank verplichten zijn belang van 11,7 procent in het effectenkantoor terug te nemen voor zeven miljoen gulden, de prijs waarvoor Kooijman het pakket tweeënhalf jaar geleden van de bank kocht. Volgens de bank is de waarde van dit pakket echter inmiddels sterk afgenomen.

Volgens mr. F. Salomons, advocaat en tevens commissaris van de bank, was ontslag van Kooijman niet langer te vermijden. Uit een inspectie-onderzoek van de Franse moederbank dat vorig jaar werd uitgevoerd, concludeerde Salomons gisteren onder meer dat de manier waarop Kooijman leiding aan het effectenbedrijf gaf “in het algemeen veel te wensen overliet”.

Deze gegevens vormden voor de bank de “dringende redenen” waardoor langer functioneren van Kooijman onmogelijk was. In een vijftien minuten durend gesprek kreeg Kooijman vorige week donderdag te horen dat zijn vertrek wenselijk werd geacht.

Van de Vijver omschreef de beslissing van de bank gisteren voor rechtbank-president mr. J.C. Van Dijk als “buitengewoon kwetsend en beschadigend”. “Zo zou ik mijn hond nog niet behandelen”, zei de advocaat. Kooijman vertelde gisteren dat niet eerder dergelijke kritiek was geleverd.

Rechtbankpresident Van Dijk sprak na het aanhoren van beide partijen van “een ordinaire strijd om de macht”. Hij zal op 15 oktober, een dag voor de algemene aandeelhoudersveragdering van het op de parallelmarkt genoteerde Kooijman Effecten, uitspraak doen.