Het mes moet het bot raken; Toneelbewerkingen van Georges Batailles orgastische verhalen

De Franse schrijver, filosoof en etnograaf Georges Bataille (1897-1962) had vooral belangstelling voor de duistere kant van de erotiek. “Het zien of verbeelden van moord kan - zeker bij ziekelijke mensen - een verlangen naar sexueel genot opwekken”, schreef hij. Voor de voorstelling Bataille/bataille van het Noord Nederlands Theater bewerkte de Vlaamse theatermaker Franz Marijnen twee van Bataille's verhalen vol orgastische taferelen. “Tegenwoordig heeft iedereen de mond vol van Bataille”, zegt Marijnen. “Ik dacht: laten we dan ook eens proberen het ontoonbare te tonen.”

De voorstelling is vanaf 13 oktober te zien in het Grand Theatre in Groningen.

De stal van de boerderij is gedeeltelijk omgebouwd tot een kroeg waar de alcoholdampen nooit helemaal lijken op te trekken. Het interieur ziet er oud en doorleefd uit. Voor de twaalfde keer deze middag neemt een cameraploeg hier de scène op waarin Marie dronken begint te dansen met een jongen die Pierrot wordt genoemd. Wilke, die Marie speelt, heeft niets anders aan dan afgezakte nylon kousen en pumps. Op onvaste benen zwalkt ze met haar danspartner door de ruimte totdat ze tenslotte ineenzakt op de betonnen vloer.

De opname duurt hoogstens anderhalve minuut. Na afloop krijgt Wilke een badjas aangereikt. Ze rilt en wrijft met verkleumde handen over haar knieën. Ze doen pijn van al het vallen. Toch is het spelen van deze scène, zegt ze, een "piece of cake' vergeleken bij de scènes die de vorige vier dagen zijn opgenomen. Toen moest ze ook naakt acteren, maar buiten in regen en wind en bij een temperatuur die niet boven de acht graden kwam.

Nu er alleen nog binnenopnamen gemaakt hoeven worden, is het voor het eerst sinds dagen redelijk weer. Een vale zon breekt af en toe door de wolken die boven de uitgestrekte Groningse akkers voorbij jagen. Alleen aan de modderige aarde is te zien dat de regen kort tevoren nog met bakken uit de hemel kwam.

Het is de eerste week van september. Deze dagen heeft het Noord Nederlands Toneel (NNT) op zo'n 18 kilometer buiten Groningen een leegstaande boerderij betrokken. Het pand, dat uitkijkt op de boortorens van Slochteren, werd bij toeval ontdekt toen men op zoek was naar een geschikte locatie voor video-opnamen van De Dode. De opnamen maken deel uit van het project Bataille/bataille dat het NNT in oktober en de eerste week van november met dertien acteurs uitbrengt in het Grand Theatre: het voormalige en bouwvallige bioscoopcomplex aan de Grote Markt in Groningen.

Het project is gebaseerd op twee teksten van de Franse schrijver, filosoof en etnograaf Georges Bataille (1897-1962): Histoire de l'Oeil uit 1928 en Le Mort, postuum gepubliceerd in 1967. De teksten, vertaald als Het Oog en De Dode, zullen respectievelijk in deel één en deel twee van de voorstelling aan bod komen.

Het zijn verhalen over erotiek, seks en dood: onderwerpen waardoor Bataille zijn leven lang was geobsedeerd. Onder de titel L'érotisme wijdde hij er in 1957 een omvangrijke studie aan. Wat hem vooral bezig hield, was hoe met erotiek grenzen overschreden kunnen worden. Erotiek is onnuttig, een verspilling van energie en staat daarom lijnrecht tegenover de rationele beheersing en doelmatigheid waarop de moderne westerse cultuur berust, meende hij.

Opwinding

Het was vooral de duistere kant van de erotiek die hem interesseerde: wanneer wellust overgaat in geweld en geweld in dood. In navolging van De Sade zag hij een verband tussen dood en seksuele opwinding: “Het zien of verbeelden van moord kan - zeker bij ziekelijke mensen - een verlangen naar sexueel genot opwekken”, schreef hij in L'érotisme. Erotiek beschouwde hij als “de bevestiging van het leven tot in de dood” en het orgasme noemde hij “de kleine dood”.

Bataille heeft vanwege zijn extreme opvattingen over erotiek bij veel mensen weerstand opgeroepen. Tegenstanders van zijn werk bestempelen zijn geschriften als pornografie van het ergste soort. Zijn navolgers wijzen er daarentegen op dat hij veel verder gaat dan een pornograaf: het was hem er immers niet om te doen slechts lustgevoelens op te roepen, hij probeerde het ondenkbare te formuleren. In Histoire de l'Oeil, dat hij onder het pseudoniem Lord Auch publiceerde in een oplage van 134 exemplaren, heeft hij daarvan een ongeëvenaarde proeve gegeven.

Het verhaal bestaat uit een reeks orgastische taferelen, druipend van sperma, bloed, urine en eiwit (een van de hoofdpersonen wordt seksueel geprikkeld waneer ze eieren tussen haar geslachtsdelen legt). Kort nadat de ik-figuur, een jongen van zestien, en zijn vriendin Simone het "verlegen en kinderlijk vrome meisje' Marcelle hebben ontmoet, geven ze zich over aan fantastische seksuele uitspattingen en orgieën die gaandeweg een steeds gewelddadiger en huiveringwekkender karakter krijgen. Als ze tegen het eind van het boek een priester vermoorden en zien hoe hij in zijn doodsstrijd een orgasme krijgt is dat voor hen het toppunt van extase.

Le Mort is een korter en minder extreem verhaal, hoewel de personages in dit geval hun lustgevoelens evenmin onderdrukken. Een en ander voltrekt zich in de eerder beschreven kroeg waar Marie terecht is gekomen na de dood van haar geliefde Eduard. Ze drinkt tot ze nauwelijks meer op haar benen kan staan en laat zich vervolgens door de cafébezoekers seksueel bevredigen.

De evocatieve kracht en intensiteit van dergelijke scènes is te danken aan de plastische manier waarop Bataille ze beschrijft. Tegelijkertijd zijn de gebeurtenissen zo grotesk en bizar dat ze in werkelijkheid niet voorstelbaar zijn. Je kunt je bij voorbeeld nauwelijks indenken hoe de handelingen naar het toneel zijn over te zetten - toch wil de Vlaamse theatermaker Franz Marijnen dat in Groningen proberen.

Franz Marijnen, die onlangs werd benoemd tot directeur van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel, heeft in het verleden al vaker bewezen dat hij er niet voor terugschrikt grootse en ingewikkelde projecten in Groningen op te zetten. Zo regisseerde hij er een paar jaar geleden een enorm Jules Verne-spektakel en vervolgens de rock-opera Ik Jan Cremer. Deze laatste produktie, die 2,2 miljoen gulden kostte, verliep echter minder succesvol dan gehoopt: de voorstelling werd een financieel debâcle. Toen de schuld was opgelopen tot 1,6 miljoen gulden, waren bovendien de dagen van de Groningse cultuurwethouder en de directeur van de Groningse schouwburg geteld.

Toch was de herinnering aan dit fiasco voor Evert de Jager, artistiek leider van het vorig jaar opgerichte NNT, geen reden Marijnen ervan te weerhouden opnieuw iets in Groningen te doen. Integendeel, hijzelf heeft Marijnen ertoe overgehaald naar de stad te komen. In zijn ruim bemeten kantoor in de aan een fabriekshal herinnerende Studio van het NNT, vertelt De Jager dat hij door diverse mensen is gewaarschuwd toen bekend werd dat hij met Franz Marijnen in zee ging. “Men zei: pas op, weet je wel waar je aan begint - maar waar moet ik voor oppassen? Dit project is niet te vergelijken met Ik Jan Cremer: wij financieren dit helemaal zelf en dat was toen niet zo. Er is een budget afgesproken en daar dienen we ons nu aan te houden. Wethouder Gietema van cultuur vond het een fantastisch idee en had er geen bezwaar tegen als we een maand in het Grand Theatre staan.”

Het feit dat met Bataille/bataille niet door het land wordt gereisd, maakt de voorstelling tot een voor Groningen uniek project. “We moeten benutten dat we hier zitten”, zegt Evert de Jager, nippend van een glas rode wijn. “Dat kan bij voorbeeld door op locatie te spelen, of door stukken te kiezen die thematisch aansluiten bij wat de mensen in het noorden bezighoudt. Toen ik hier werd aangesteld, kwam ik al snel tot de conclusie dat Groningen op theatergebied pas een eigen gezicht krijgt, als je naast de reguliere voorstellingen ook produkties uitbrengt die buiten de gewone orde vallen.

“Ik vind dat je in het gesubsidieerde toneel bent ingehuurd om voorstellingen te maken die afwijken van wat andere gezelschappen doen, al gaat dat niet van het ene op het andere seizoen. Toen wij hier kwamen hadden we te maken met een erfenis van De Voorziening. Men vroeg zich af wat wij zouden gaan doen en we werden dan ook met enige scepsis bekeken. Dat was een van de redenen waarom we rustig zijn begonnen. Nu wordt het tijd te zoeken naar produkties die legitimeren dat je ze in Groningen maakt.”

Ongeloof

Het idee om Georges Bataille en zijn werk als uitgangspunt te nemen voor een voorstelling ontstond volgens Marijnen in een opwelling. Hij besloot zich daarvoor te baseren op dagboekaantekeningen, brieven van en aan Batailles vriendin Colette Peignot, de Bataille-biografie van de Duitser Bernd Mattheus, maar bovenal op Histoire de l'Oeil en Le Mort.

Marijnen: “Sinds ik die teksten jaren geleden heb gelezen zijn ze altijd blijven hangen, die vergeet je niet meer. Ik las de verhalen indertijd met stijgend ongeloof, met een gevoel alsof mijn ingewanden eruit werden getrokken. Alles wat de burgerlijke moraal voorschreef werd opeens grondig overhoop gehaald. Men noemt Bataille wel een pornograaf, maar dan ga je eraan voorbij dat bij hem juist het ritueel heel belangrijk is en dat is niet zo in pornolectuur. Je zou zijn werk hoogstens pornografie van de geest kunnen noemen.

Gedachtenstroom

“Tegenwoordig heeft iedereen de mond vol van Bataille. Ik dacht: laten we dan ook eens proberen het ontoonbare te tonen. Toen ik eraan begon vermoedde ik al dat het een duivelse opdracht zou zijn. Dit materiaal tover je niet zomaar om tot theatrale scènes. Ik besef dat de meest onthutsende momenten niet op het toneel zijn weer te geven, maar ik wil toch een poging wagen. Als we op onze bek gaan, dan met allure. De tekst brengt bij mij een gedachtenstroom op gang die ik in associatief verband wil uitbeelden. Dat betekent een een veldslag tegen de tekst. Vandaar de titel Bataille/bataille.”

Voor Marijnen stond van begin af aan vast dat hij film en video nodig had om zijn krachten met Bataille te meten en "aan de zwaartekracht van het toneel te ontsnappen.' Daarom reisde hij met Evert de Jager naar New York en benaderde daar de Amerikaanse videokunstenares Kit Fitzgerald. Ze werden het er al gauw over eens dat zij De Dode op video zou opnemen en daarna op 16 mm film zou overzetten, zodat de film tijdens de voorstelling op een groot doek geprojecteerd kan worden. In tegenstelling tot Het Oog is De Dode opgezet als een filmscenario: het is een afgerond verhaal met korte scènes en een duidelijke structuur. De echtgenoot van Kit Fitzgerald, de componist, musicus en dirigent Peter Gordon zegde toe de muziek te componeren.

Het aandeel van Kit Fitzgerald aan Bataille/bataille blijft echter niet beperkt tot het filmen van De Dode, zo blijkt. Op een dag, twee weken na de video-opnamen in de boerderij, tref ik haar alleen in het nagenoeg uitgestorven Studio-gebouw waar ze, omringd door apparatuur, de beelden monteert. Nu ze daar bijna mee klaar is kan ze aan Het Oog beginnen, vertelt ze, want ook dat verhaal kan niet zonder videobeelden.

Fitzgerald: “Het Oog is geen rechtlijnig verhaal en het heeft veel fantastische, imaginaire momenten. Om dat te benadrukken kun je niet volstaan met theater: dat is te naturalistisch. Het moet beeldender, abstracter en dat kan door tijdens de voorstelling live camera-opnamen te maken, gecombineerd met videopaintings.”

Sinds ze tien jaar geleden stopte met schilderen heeft ze zich bezig gehouden met videopainting. Dat betekent, zo legt ze uit, dat video heel beeldend en flexibel wordt gebruikt waardoor deze kunstvorm net zo direct en "levend' is als muziek die ter plekke wordt uitgevoerd. Voor Bataille/bataille zal ze met video tekeningen maken - van naakten, delen van lichamen, close-ups van gezichten, dieren en landschappen - en die zullen tijdens de voorstelling groot geprojecteerd worden op een scherm. Fitzgerald: “Ik denk dat deze fantasieën aan de handelingen op het toneel een zeker abstractieniveau verlenen en dat past mijns inziens goed bij de surrealistische sfeer van Het Oog.”

In het Grand Theatre een paar kilometer verderop zijn de repetities van Het Oog intussen in volle gang. De zaal biedt een wanordelijke aanblik. Acteurs verkleden zich temidden van microfoons, stoelen en oude sofa's. Iets opzij staat een lange tafel met achteloos neergegooide kledingstukken, een grijze pruik, een pistool en een schaal met hard gekookte eieren die net uit het vriesvak komen.

Al snel nadat de repetitie is begonnen, moeten de eieren hun diensten bewijzen. In verschillende scènes komen ze voor: de ene keer laat een acteur eieren langs het lichaam van een actrice glijden waarna ze in een glazen kom met water plonzen, de andere keer gaat een actrice op een ei zitten en kraakt het tussen haar billen. Op deze momenten gebeuren meestal ook vier, vijf andere dingen. Groepjes acteurs, al dan niet naakt, voeren op en terzijde van het toneel handelingen uit terwijl op een projectiescherm beelden verschijnen die op hetzelfde ogenblik met een camera worden gefilmd. Het gevolg is dat de toeschouwer zich een paar extra ogen wenst om alles goed in zich te kunnen opnemen.

Na een middag repeteren vindt Franz Marijnen het om vijf uur tijd voor een pauze. Er moet in de weken die hem resten veel gebeuren, bekent hij in de kantine. “Ik zou twee weken meer willen hebben: niet omdat ik er dan meer uit zou halen, maar omdat ik niet weet of ik straks nog de kracht heb op de verpakking te letten. Een heleboel dingen die ik zie zijn nu te mooi. Alles kan nog eenvoudiger en naakter - en daarmee bedoel ik niet met de kleren uit. Het mes moet het bot raken, zogezegd, en er een scheur in trekken.

“We zijn nu met iets bezig waarvan ik hoop dat het, om met Bataille te spreken, in een glissement terecht komt. Onze voorstelling moet als het ware gaan glijden en dan niet meer te stoppen zijn, zodat we door de vliezen van de verboden heenbreken. Die grensoverschrijdende, genadeloze tocht die Bataille beschrijft geeft je als lezer het idee dat je glijdt. Als ik met mijn dartele honden, zoals ik de acteurs liefkozend noem, zo'n soort gevoel kan overbrengen ben ik een blij mens.”

Toch is Marijnen nog niet helemaal zeker van zijn zaak: “Ik wou”, zegt hij enigszins aarzelend, “dat ik een perfecte volgeling van Bataille was en me net zo rücksichtlos als hij kon laten gaan, maar de moed ontbreekt me. Ik heb af en toe de nachtmerrie dat hij vlak voor de première komt kijken en na afloop zegt: dit mag niet opgevoerd worden want je gaat niet ver genoeg. Je bent laf.”