Geschiedenis met Fokker herhaalt zich

Eerder dit jaar liep het helemaal mis met de verhouding tussen Fokker en minister Andriessen en zijn ministerie van economische zaken. Partijen maakten elkaar in de schermutselingen voorafgaande aan het moeizaam bereikte principe-akkoord van eind juli over de verkoop van Fokker aan het Duitse Dasa scherpe verwijten. Fokkers ambitieuze bestuursvoorzitter Eric Jan Nederkoorn sprak van een arrogante bemoeizucht van "Den Haag' over trage, langs elkaar heenwerkende overheidsloketten en verweet Economische Zaken een gebrek aan visie op de toekomst van de vliegtuigindustrie in Nederland. Economische Zaken op zijn beurt karakteriseerde de eerder tussen Fokker en Dasa gemaakte afspraken als een waardeloos stuk papier, als broddelwerk. Tijdens de tumultueuze nachtelijke onderhandelingen in juli vond minister Andriessen de Fokker-delegatie tegenover zich naast die van Dasa. Natuurlijke bondgenoten (het ministerie en Fokker) die spraken over de verkoop van een zeer tot de verbeelding sprekende Nederlandse industrie, stonden als kemphanen tegenover elkaar.

Wie zou hebben gedacht dat de lucht na het bereiken van het voorlopige driepartijen-akkoord enigszins zou zijn opgeklaard, blijkt zich schromelijk te hebben vergist. Gisteren opende Fokkers Nederkoorn opnieuw de aanval. De overheid moet niet langer treuzelen met de definitieve instemming voor de verkoop van haar 32 procents belang in Fokker. Politiek en ambtenaren “zijn bang om fouten te maken waarop ze later kunnen worden afgerekend”, aldus de Fokker-topman.

In de Fokker-projecten zit nog steeds voor honderden miljoen overheidsgeld. Een van die projecten, de Fokker-50, valt niet onder het principe-akkoord van de drie partijen. Maar er liggen wel contracten met het NIVR, die de overheidsfondsen voor de vliegtuigbouw beheert. En die contracten sluiten een beëindiging van het F-50-programma om andere dan economische redenen uit. En dat laatste is nu juist waarvoor Economische Zaken bang is wanneer Dasa straks ook Fransen en Italianen betrekt bij de plannen voor een mini-Airbus.

Volgens Nederkoorn ziet Den Haag spoken en bewerkstelligt “goed bedoelde bezorgdheid” van ambtenaren en politici over de Fokker 50 nu juist dat aan het vertrouwen in dat vliegtuig wordt geknaagd.

De geschiedenis herhaalt zich. De bizarre strijd tussen vanzelfsprekende partners laait op. Fokkers bestuursvoorzitter kon gisteren niet nalaten te suggereren dat de aarzeling van Economische Zaken te maken zou hebben met de wens dat de overname van Fokker uiteindelijk toch niet doorgaat. Hij maande tot spoed omdat “de onderhandelingspositie van de BV Nederland slechter is geworden” en dat “Nederland zich in de ogen van andere landen belachelijk dreigt te maken”.

Afgezien van het feit of de Fokker-topman gelijk heeft of niet, of zijn uitlatingen verstandig zijn valt te betwijfelen. Diezelfde overheid immers wordt geacht Fokker een flinke bruidsschat mee te geven in de vorm van een forse ontwikkelingspot voor toekomstige vliegtuigen.

    • Ben Greif