Den Haag maakt F-50 breekpunt in overname Fokker

DEN HAAG, 9 OKT. De verkoop van vliegtuigfabrikant Fokker aan het Duitse Dasa stuit op grote problemnen in politiek Den Haag. Volgens goed ingelichte bronnen is het buigen of barsten waarbij het afblazen van de transactie zeker niet is uitgesloten.

Afgelopen maandagavond heeft de top van het kabinet over het Fokker-dosssier overleg gevoerd. Dit heeft geleid tot een brief van minister Andriessen (economische zaken) aan Dasa in München. In deze brief eist de minister harde garanties van de Duitse onderneming voor de voortzetting van het Fokker-50-programma. In het principe-akkoord tussen Fokker, overheid en Dasa dat eind juli is gesloten, was de Fokker-50 buiten beschouwing gelaten. Maar nu eist het kabinet voortzetting van dit programma omdat het gaat om een toestel met veel perspectief.

Fokkers bestuursvoorzitter E.J. Nederkoorn waarschuwde gisteren de overheid dat zij onnodig talmt met een definitief besluit over de verkoop van Fokker. Hij beschuldigde politiek Den Haag van besluiteloosheid die zou zijn ingegeven door “de angst later op fouten te worden afgerekend”.

Het ministerie van economische zaken aarzelt met een definitief groen licht voor de verkoop van het staatsaandeel (bijna 32 procent) in Fokker en eist nu van de Duitsers garanties voor voortzetting van het Fokker-50-programma. Bij Economische Zaken bestaat de vrees dat Dasa, zodra het de baas is over Fokker, het F-50 project zal schrappen. De staat heeft nog enkele honderden miljoenen van Fokker terug te vorderen. Dat geld is destijds via het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIVR) verstrekt.

“De overheid wil nu een soort voogdij over het F-50 project. Maar dat soort garanties kan ze wel vergeten, die hebben ze nu niet en die zullen ze ook straks niet hebben”, aldus Nederkoorn.

Volgens Kamerlid H. Vos, voorzitter van de vaste commissie economische zaken, willen Dasa en Fokker de invloed van de overheid op het F-50 programma beperken “zodat ze zelf de handen vrij hebben, maar daar is het bedrijf nu net iets te belangrijk voor”.

In Den Haag wordt het standpunt van Nederkoorn, dat Fokker zelf het beste het belang van het F-50-project kan behartigen, als naief beschouwd. Als Fokker eenmaal onderdeel is van het grote Daimler-Benz-concern, zo vreest de politiek, heeft Fokker weinig meer in te brengen, zo wordt gezegd.

Op 24 juli sloten overheid, Dasa en Fokker na moeizame onderhandelingen een principe-akkoord over verkoop van de staatsaandelen aan Dasa.

Pag.10: Beurskoers Fokker is voor Dasa "academisch'

De koers van de aandelen Fokker is sinds juli ongeveer gehalveerd. Desondanks is volgens de Fokker-topman de afgesproken “bandbreedte” voor de door Dasa te betalen prijs niet aangepast. De ondergrens daarvan zou ruim boven de 40 gulden liggen. Nederkoorn erkende dat Dasa nu via een bod op de bestaande aandelen Fokker aanzienlijk goedkoper zou kunnen verwerven. Maar dat zou dan een vijandig bod zijn. Maar zo denken de Duitsers niet. Zij hebben altijd gezegd dat het gaat om een industriële samenwerking voor de volgende eeuw. Zo gedragen ze zich ook. De huidige beurskoers van Fokker is voor hen academisch”

Nederkoorn vindt het niet redelijk dat de overheid, “die in 1987 Fokker op pad stuurde om een samenwerkingspartner te vinden met de mededeling dat er van de overheid geen cent meer naar het bedrijf zou gaan, nu zekerheid vraagt van een partij die een miljard gulden op tafel legt”. Volgens hem kunnen alleen de verkoopsuccessen van de F-50 zorgen dat de overheid het destijds via het beschikbaar gestelde ontwikkelingskrediet terugkrijgt via royalties op verkochte vliegtuigen. Hij twijfelt er niet aan dat dit lukt. Fokker vergroot zijn marktaandeel op de markt voor turboprop-vliegtuigen nog steeds. Er zijn op dit moment 33 vaste orders van luchtvaartmaatschappijen voor de Fokker 50.

Dasa wil in een later stadium ook andere Europese producenten betrekken bij het samenwerkingsverband met Fokker. Gedacht wordt daarbij in eerste instantie aan het Franse Aérospatiale en het Franse Alenia. Die twee vormen samen het ATR-consortium die twee regelrechte concurrenten, de ATR 42 en 72, van de Fokker-50 op de markt brengt. Nederkoorn gaf gisteren toe dat Dasa de Fokker-50 bewust buiten de samenwerking heeft gehouden om Fransen en Italianen niet bij voorbaat te bruskeren. Politiek Den Haag vreest dat de F-50 op den duur toch zal moeten wijken ten gunste van de ATR.

Nederkoorn ontkent niet dat er op termijn in de Europse vliegtuigindustrie een herstructurering moet komen van het turboprop-marktsegment. Daarin worden teveel verschillende typen vliegtuigen aangeboden. Maar volgens hem speelt dat pas pas na de eeuwwisseling, als de programma's van de Fokker 50 en van de ATR 42 en 72 ten einde lopen. “Dan zijn alle opties open. Maar dan zal er toch zeker sprake moeten zijn van een uitruil. Als Fokker zou afzien van de bouw van een opvolger voor de Fokker 50 zou daar iets tegenover moeten staan. Fransen en Duitsers zouden ons bij voorbeeld een plaats binnen Airbus kunnen aanbieden. Die weg is thans voor ons afgesloten.”