De dagelijkse praktijk bij het Haagse RIAGG Westhage

Denkt u dat ik gek ben? Vrijdagen 9, 16 en 30 oktober. Ned 1, 22.59-23.33u.

De moeder heeft haar blauwaangelopen zoontje in een zelfgekozen strop zien bungelen. “Toen heb jij dat touw los kunnen maken?” Vraagt de maatschappelijk werkster van het RIAGG.

“Ja, dat zat heel strak.”

“Dat was schrikken, hè?” Reageert de RIAGG-medewerkster als een normaal mens. De moeder - in beeld in het eerste deel van de driedelige KRO-documentaire Denkt u dat ik gek ben? is duidelijk normaal. Zoonlief van een jaar of tien woont al drie jaar bij oma in huis. Om onduidelijke redenen. Het ouderlijk huis is te klein. Beide ouders zijn vaak weg. Er is nog een kind, maar, aldus vader: “Ze kenne niet met elkaar op een kamer.” Zoon heeft er daarom, aldus pa's lezing, enige jaren geleden voor gekozen om uit huis te gaan en is bij opa en oma gaan wonen. Daar was hij een jaar geleden getuige van de dood van opa. Zoon zit nu in de problemen, maar de ouders peinzen er kennelijk niet over om hem weer in huis te nemen, om een groter huis te zoeken, om minder vaak van huis te gaan. Ze komen bij een RIAGG terecht.

Een normaal mens zou de ouders beschuldigend aankijken. Maar het RIAGG kiest een andere oplossing: zoon gaat in therapie. De ouders krijgen het verzoek regelmatig langs te komen om te bespreken hoe ze zoonlief een steuntje in de rug kunnen geven in de verwerking van de eenzaamheid, van het rouwproces om opa en van de angst om helemaal alleen te zijn als oma ook nog dood gaat.

“Dat moet dan maar,” zegt pa.

De 58 Regionale Instellingen voor Ambulante geestelijke gezondheidszorg (RIAGG's) bestaan tien jaar. Ze zijn ontstaan door een fusie van versnipperde psychosociale vangnetjes. Die vangnetjes overlapten elkaar, maar er kierden ook grote gaten. Met vallen en opstaan, na jarenlange interne conflicten zijn de meeste RIAGG's nu tamelijk efficiënte organisaties waar iedereen na een eerste gesprek en na een afweging van prioriteiten voor een meestal beperkte tijd een onderzoek, een therapie of een of andere begeleiding krijgt aangeboden. Het vangnet is zo goed geworden dat er zelfs een in het open trappenhuis van het Haagse RIAGG Westhage mag hangen. Daar is de driedelige documentaire gemaakt. Het is een cadeautje van de jarige RIAGG's aan het Nederlandse volk, want de RIAGG's hebben meebetaald aan de totstandkoming van het programma.

De kijkers zien in de eerste van drie afleveringen een jongedame met spinnenvrees. Een oud prettig gestoord Indisch dametje die de GGD uit haar vervuilde kamer wil zetten en wil laten opnemen. Een gesprek met een dementerende oude dame voor wie het misschien beter is naar een verpleeghuis te gaan. En dan nog Raymond, het zelfmoordzoontje.

De spinvrezende jongedame krijgt gedragstherapie. Dat wordt niet gezegd, dat moet je weten. De camera volgt therapeute en cliënte tijdens een van de laatste sessies. De serie zittingen is ooit begonnen met bladeren in boeken met spinneplaatjes. Daarna zijn kleine plastic spinnetjes aangevat, toen de grote en harige exemplaren. We zien de confrontatie van cliënte met een klein levend spinnetje en daarna zelfs met een grote spin. De cliënte doet daar dappere dingen mee. Onvoorstelbaar is in dit stadium van de therapie dat de cliënte aanvankelijk maatschappelijke hinder ondervond van haar spinnenfobie.

Net zo vermakelijk, maar tegelijkertijd triest, is het bezoek aan de oude Indische dame die in een klein vervuild kamertje woont. De GGD wil dat ze wordt opgenomen. Maar het RIAGG weigert na een bezoek voor een gedwongen opname te adviseren. Mevrouw vervuilt haar omgeving. Ze schreeuwt vaak 's nachts, want ze hoort stemmen. Wie niet? Opnemen? Ja, ze is al eerder opgenomen geweest. Tussen allemaal van die gekken! Dat was een vreemde situatie. Ze hoorde daar niet thuis, vindt mevrouw, ze was er alleen omdat er tijdelijk geen andere huisvesting voor haar in Nederland was. daar woont ze nu al 30 jaar, zonder ooit last te veroorzaken.

De documentaire is vooral het aanzien waard. Compact gefilmd. Aangrijpende beelden (van Raymond, de demente mevrouw, de Indische dame) en gekke beelden (de Indische dame, het spinnenmeisjes). Maar wie nog niets weet van therapievormen wordt niet wijzer. Wie met welke storing van het RIAGG waarom welke therapie krijgt blijft in het ongewisse. Enige structurele informatie is nodig. Al was het maar om toe te lichten waarom Raymond en niet zijn ouders in therapie worden genomen en waarom spinnen in een potje helpen tegen een spinnenfobie. Nu lijkt soms magie, wat ze bij de RIAGG's bedrijven, en daar is de psyche al genoeg mee omgeven.