Buikdans

Baudelaires negentiende-eeuwse flaneur werd op zijn wandelingen over de Parijse boulevards kort en heftig verliefd op een gezicht, een hals, een blik in het voorbijgaan. De tijd heeft niet stilgestaan. Ik liep gisteren door de stad en was een paar seconden lang verliefd op een vrachtwagen.

Het gebeurde terwijl ik wachtte voor het voetgangerslicht. Het stoplicht voor het autoverkeer sprong op rood en nog net op tijd remde een vrachtwagen voor de streep. Het was zo'n wagen waarop open containerbakken worden vervoerd. Op deze wagen stond geen bak, waardoor de beugel waarmee bakken op de wagen worden getrokken eenzaam en kaal boven de wagen stond. Aan de beugel hingen twee werkeloze kettingen, los, twee meter lang, met vuistdikke schakels, chocoladebruin van de roest.

Met het plotselinge remmen slingerden ze wild heen en weer, en vanwege hun gewicht zwiepten ze nog lang door in slow motion. Ik had nu kunnen oversteken, maar ik bleef staan kijken. De kettingen wiegelden, zo zwaar en toch zo soepel. Eigenlijk ging er een langzame rimpeling door de bruin-metalen lichamen. Het was een buikdans van staal, een lome, sexy beweging, die zich herhaalde en wegebde tegelijk.

Twee bruine, blote danseressen, die draaiden en schommelden. Ik dacht vergeefs aan snelle handen, glinsterende ogen, zweet op hun bovenlip. De zon speelde over de rondingen van de schakels, en schitterde in de lijnen en butsen, waar de roestlaag afgekrast was. Het metaal knipoogde naar me en schudde met haar kont. Temidden van het verkeersgeraas leek het knarsen van de schakels op brutaal gegiechel. Onmachtig tot enig woord of gebaar gaapte ik naar de wiegende kettingen boven de vrachtwagen. Een mens kan danig in de war raken als de levenloze natuur naar hem lonkt.

Het stoplicht werd groen, de vrachtwagen trok brullend en abrupt op. Dat verstoorde het deinen van de kettingen. Ze werden door elkaar geschud, maakten kirrende geluiden en dansten als op house-muziek. Het was het afscheidsdansje, een groet, want al na tien meter week de ziel uit de kettingen en verloren de zwierende bewegingen hun verleidelijkheid. Ik bleef kijken tot de wagen de hoek om was verdwenen. Het was alweer voorbij, wat het ook was geweest. Dat had ik graag aan Charles Baudelaire gevraagd, maar die kon ik nergens vinden.

    • Dirk van Weelden