Bondsdag krijgt in 1996 invloed op lot van D-mark

BONN, 9 OKT. De Duitse regering zal in 1996 voor de overgang naar de derde fase van de Europese monetaire unie - de invoering van een gemeenschappelijke munt - goedkeuring vragen aan de Bondsdag. Dat bleek gisteren tijdens een debat in de Bondsdag over het Verdrag van Maastricht, waar op de PDS na alle partijen zich uitspraken voor ratificatie.

De oppositionele SPD betoogt al langer dat het Duitse parlement in 1996 het laatste woord moet hebben over het opgaan van de D-mark in een Europese munt. De regering heeft zich daar steeds tegen verzet. Maar gisteren zei minister van buitenlandse zaken Kinkel dat “geen federale regering zo een vergaande stap kan nemen zonder steun van een parlementaire meerderheid”.

Minister van financiën Waigel zei dat parlementaire steun “nodig” was. Maar hij voegde er aan toe dat dit niet een tweede kans betekende om "Maastricht' te verwerpen of goed te keuren. Evenmin betekende het volgens hem een Duitse "opt out-clausele', zoals Groot-Brittannië en Denemarken hebben bedongen.

Wat de woorden van Kinkel en Waigel dan wel betekenen is vooralsnog onduidelijk. De overgang naar één munt is volgens het verdrag “onomkeerbaar”, behalve voor Groot-Brittannië, waar regering en parlement opnieuw beslissen, en voor Denemarken, dat een referendum houdt. Als Duitsland zich na ratificatie alsnog aan de derde fase van de monetaire unie zou ontrekken, komt dat neer op opzegging van het verdrag. Ook als Bonn zich nu al het recht voorbehoudt pas in 1996 definitief te beslissen, is dat in strijd met het verdrag. (AFP, Reuter)