Column

Beesten

Ik houd niet van dieren en ik heb ze dus ook niet. Maar misschien heb ik ze niet omdat ik onbewust toch een beetje van ze houd.

Van een goudvis in zijn veel te schone kom word ik weemoedig en om mijn dochter het martelen bij te brengen door haar een cavia in een hokje zaagsel voor haar vierde verjaardag te geven gaat mij ook te ver. Zelf slalom ik me om de fietsen op de stoep van onze binnenstad en zal dat een hond nooit aandoen. Natuurlijk kan ik de achtertuin opfleuren met een konijntje, maar zo'n beest alleen is ook weer zielig.

Doe er dan twee, denkt u nu.

Dat is waar, maar die beesten neuken zoveel dat ik in dat geval na een week zwaar gefrustreerd mijn koffers pak en alsnog dominicaan word. En een poes? Daar ben ik allergisch voor. Niet fysiek, maar psychisch. Zo'n mauwend, snorrend en kopjes gevend mormel dat altijd op mijn schoot springt. Er zijn mensen die er boeken over vol schrijven, maar ik weiger elke letter. Ik ken een ongetrouwde stewardess in Buitenveldert en die heeft twee van die dwergtijgers. Ze woont zeven hoog, heeft alleen een balkon en in de deur zit zo'n eng klapluikje. Het mannetje is ontbald, het vrouwtje steriel en schijten moeten ze in zo'n ruftende korrelbak op dat balkon. Het enige vermaak dat ze hebben is televisie kijken. Elke avond zitten ze met zijn drieën voor de buis gefrustreerd te dromen over hoe het leven ook had kunnen zijn.

Mijn kinderen zijn gek op Artis en ik loop daar altijd knarsetandend met ze doorheen. Als mijn vrouw niet mee is loop ik elke voorbijganger en oppasser ongevraagd uit te leggen dat ik niet gescheiden ben en ondertussen word ik innerlijk verteerd door een intens medelijden. Die zachte help-mij-toch-blik van de giraffes, de heimwee naar de jungle-schreeuw van de slingerapen, de heen en weer lopende schele wolf, de inmiddels psychisch gestoorde Bengaalse tijger, de moedeloze leeuw, enzovoort, enzovoort. En mijn zoontje maar uitbundig zwaaien en mijn dochter maar vragen waarom die tralies ervoor zitten. En mijn mond met tanden raakt steeds voller. Hoe leg je nou uit dat die beesten dat hartstikke leuk vinden?

De emir van Koeweit heeft onlangs de Londense Zoo gered en dat deed hij omdat de Engelsen hadden geholpen om zijn land te bevrijden. Vreemde actie, dacht ik toen. Waarom staat dit stukje op de sportpagina? Omdat de kapitein van een veerboot de risico's te groot achtte om de paarden, die deze week moeten meedoen aan de internationale Military in Boekelo, over de Noordzee te vervoeren. Het stormde te hard en hij vond het waarschijnlijk zielig voor de dieren. Paniek in Twente. Er was een sterk deelnemersveld en bijna zouden alle beesten in Engeland moeten blijven. Er werd tachtig mille uit de sponsors geschud, twee Hercules C130 vliegtuigen gecharterd en 34 vrolijke viervoeters werden naar het vliegveld Twente overgevlogen. Dat is nog eens dierenliefde. De beesten hebben onderweg vreselijk gelachen in die skyboxen en ze hebben er nu extra veel zin in. Het parcours is lekker zwaar gemaakt, dus het is een dubbele uitdaging. De kans op een dwarslaesie is nu weer groter en als dat zo is, dan word je door de dierenarts lekker afgespoten. Dat is wel een voordeel, dan hoef je nooit meer aan zo'n paard-onterende Military mee te doen.

Al een paar keer heb ik op televisie een paard hartverscheurend zien kermen achter een hindernis en las ik de volgende dag dat hij nu liep te grazen op de Eeuwige Jachtvelden. Maar ik vraag me vaak af: springt zo'n ruiter zich ook weleens in een invalidenwagentje en dan bedoel ik: levenslang? Wordt het niet eens tijd dat dat gebeurt? Niet dat ik dat iemand gun, maar soms bekruipt me weleens de gedachte. Als ruiter zag ik je nooit zitten, maar nu wel.

“Nee”, sprak laatst een paard, “ik wil graag geld verdienen, maar dat gun je je baas niet.” En toen begreep ik het pas. Het gaat natuurlijk om geld. Dat ik daar niet eerder op gekomen was.