Afwassen

Jacques Vriens: Het raadsel van de Regenboog. Met tekeningen van Juliette de Wit. Uitg. CPNB. Gratis bij besteding van ten minste ƒ 19,50 aan kinderboeken tijdens de Kinderboekenweek.

Jacques Vriens: Ik ben ook op jou. Met tekeningen van Philip Hopman. Uitg. Van Goor. Prijs ƒ 20,-.

Peter Spier: Vader, mag ik mee? Uitg. CPNB i.s.m. Lemniscaat. Prijs ƒ 3,95.

Het kinderboekenweekgeschenk van dit jaar werd geschreven door Jacques Vriens, de schrijver die altijd zoveel school in zijn boeken stopt. Het raadsel van de Regenboog is daar geen uitzondering op - en daar bedoel ik niks lelijks mee. Want Vriens schrijft in een prettige geen-flauwekul-stijl het soort boeken waar kinderen zich in herkennen: tenslotte is de school voor bijna iedereen bekend terrein en bovendien weet de schrijver, met zijn ruim twintig jaar leservaring in het basisonderwijs, heel goed waarover hij het heeft.

In Het raadsel van de Regenboog is het actie voeren geblazen. "De Regenboog' is een school die wegens haar armzalige leerlingenaantal en dito onderkomen een kwijnend bestaan leidt. Als meester Verbeek - Pieter voor zijn leerlingen - zijn klas vertelt dat de school zal moeten sluiten, breekt de hel los, want dat betekent een andere, vervelende school waar ze "heel stom [doen] tegen buitenlandse kinderen'.

Door deze schoolperikelen vlecht Vriens een persoonlijker verhaal heen, dat van Marijn, wiens moeder sinds kort met "oom Gerard' samenwoont. Oom Gerard ziet niks in De Regenboog ("veel te vrij') en nog minder in al die buitenlandse kinderen die erop zitten, met andere woorden: oom Gerard is geen leuke oom. Wel leuk is Malika, een meisje uit Marijns klas. Zo leuk dat hij een beetje verkikkerd op haar is. En Malika komt uit Marokko.

Was er het nodige te doen over het door sommigen als racistisch bestempelde kinderboekenweekgeschenk van vorig jaar, Thea Beckmans Het wonder van Frieswijck, een rel zit er dit jaar niet in. Het is natuurlijk mooi dat Vriens ondanks het gedoe rondom Beckman dit delicate onderwerp niet uit de weg gaat, maar daar kon hij zich op deze manier ook geen buil aan vallen. De Marokkaanse kinderen zijn zonder uitzondering leuk en aardig en oom Gerard doet niet onder voor de gemiddelde Amsterdamse taxichauffeur, dus de zaak is ordentelijk opgesplitst. Misschien heeft Vriens gelijk en moet je in dit opzicht wel ongenuanceerd zijn, ter bestrijding van echt ongenuanceerde denkbeelden. Of onderschat hij zijn lezers? Als die net zo onbevooroordeeld en solidair zijn als de kinderen in dit boekje, kun je als schrijver ook wel eens een klierig allochtoontje opvoeren.

De tekeningen in Het raadsel van de Regenboog werden gemaakt door Juliette de Wit, een illustratrice die momenteel erg en vogue schijnt te zijn. Ik ben niet kapot van al die grimmige types die ze tekent (veel gefronste wenkbrauwen en hangende mondhoeken).

Een andere illustrator die zo te zien niet om werk verlegen zit, is Philip Hopman. Hij maakte bij voorbeeld de zwierige tekeningetjes bij Ik ben ook op jou van, alweer, Jacques Vriens. In dit charmante boekje zien we de zevenjarige Thomas worstelen met zijn "fuliefd'-heden, want, zo blijkt, het is moeilijk kiezen tussen de juf, zijn vriendinnetje van school, haar moeder, zijn eigen moeder en zijn beer.

Net als in Het raadsel van de Regenboog vlecht Jacques Vriens, de Schrijvende Schoolmeester, in Ik ben ook op jou twee verhaallijnen door elkaar, waarvan de ene "de school' betreft en de andere "thuis'. Op grond van wat een klasgenootje vertelt over haar vader (“Die woont ergens anders. Die wou nooit afwassen en toen was m'n moeder niet meer op hem”) begint Thomas zijn ouders, en vooral zijn vader, anders te bekijken. Want die wast ook nooit af en daar maken ze wel eens ruzie over. Als ze nou maar niet gaan scheiden. Maar Vriens is gewend dit soort kinderproblemen handig op te lossen, dus op de laatste pagina zien we paps gezellig aan de afwas.

Behalve Het raadsel van de regenboog heeft de CPNB nog een speciale uitgave klaarliggen ter gelegenheid van de kinderboekenweek. Het thema "Land in ziiicht!' inspireerde tekenaar Peter Spier tot het boekje Vader, mag ik mee? Spier trekt een parallel tussen de reddingswerkzaamheden van driehonderd jaar geleden en die van nu. Op de overigens aardige tekeningen veel woeste baren, stoere kerels en oude ambachten, maar in de tekst is van Hollands glorie gelukkig niets terug te vinden.