Adviseurs: fiscale nota is polariserend

ROTTERDAM, 9 OKT. In de wandelgangen van de Tweede Kamer heette het rapport de "fiscale innovatienota'. Maar staatssecretaris Van Amelsvoort van financiën gaf deze week de voorkeur aan de benaming van "oriëntatienota fiscaal vestigingsklimaat'. “Een betere typering van Marius is niet denkbaar”, meent een Kamerlid. “Ik heb geen behoefte om nog een keer, op de valreep, iets groots te verrichten”, zei drs. M.J.J. van Amelsvoort (62) onlangs in het weekblad HP/De Tijd.

De staatssecretaris schrijft dat het Nederlandse fiscale stelsel nog steeds een concurrentievoordeel biedt ten opzichte van het buitenland. Maar “internationale ontwikkelingen verkleinen de relatieve voorsprong” en “wie de koppositie wil behouden, kan niet stil blijven zitten”. Volgens goed Nederlands gebruik komt er dus een grondig onderzoek.

“De meeste onderwerpen zijn al onderzocht. In een beetje bibliotheek tref je boekenkasten vol met de rapporten en studies. Het zijn gewoon politieke beslissingen die nu genomen moeten worden”, meent belastingadviseur mr. A.P.A. Bindels. Samen met zijn collega mr. C.F.J. Looman onderzocht hij het fiscale vestigingsklimaat in Europa. De conclusie van het rapport van Price Waterhouse was dat Nederland tientallen miljarden guldens aan investeringen is misgelopen omdat andere landen speciale belastingconstructies kennen.

Fel argumenterend geven Bindels (35) en Looman (44) hun visie. Looman: “De belangrijkste conclusie van de nota is dat - waar Van Amelsvoort twee jaar geleden nog zei dat we ons geen zorgen hoeven te maken over onze fiscale concurrentiepositie - hij nu onderkent dat er iets moet gebeuren.” Bindels: “Maar aan de andere kant heeft hij wel veel woorden nodig om uit te leggen dat het fundament van het belastingsysteem het zogenoemde klassieke stelsel niet hoeft te worden gewijzigd en dat geen concrete maatregelen nodig zijn.”

In het klassieke stelsel wordt het gescheiden belasten van winst en inkomen zo consequent mogelijk doorgevoerd. Dit impliceert dat de winst van een onderneming eerst de vennootschapsbelasting wordt "getroffen' en vervolgens bij de verdeling door de dividend- en inkomstenbelasting. “In ons rapport hebben we dit stelsel niet ter discussie gesteld”, meent Bindels. “Wat dat betreft is de nota van Van Amelsvoort polariserend en wordt de indruk gewekt dat wij met ons rapport van Nederland een grote fiscale vrijplaats willen maken. Wij vinden met Van Amelsvoort openheid, neutraliteit en stabiliteit een groot goed. Maar daarnaast is meer mogelijk. Binnen de EG bestaat de nodige beleidsvrijheid en als je daar niet op inspeelt mis je de boot.”

In alle commentaren op de nota wordt belang gehecht aan een fiscale stimulans voor de zwakkere economische regio's. Looman: “Op dat punt hinkt Van Amelsvoort op twee gedachten. Hij zegt dat er fiscale stimulering mogelijk is, maar dat het geen echte verbetering kan opleveren voor het vestigingsklimaat. Hij bagatelliseert de fiscale overweging; uit ons onderzoek blijkt dat voor bijna zeventig procent van de ondernemers de factor belasting "zeer tot uiterst belangrijk' is in hun keuze van de vestigingsplaats.”

De belastingadviseurs erkennen dat een innovatief fiscaal klimaat een goede basis is voor een industriebeleid dat op een andere leest is geschoeid. Het ontbreekt de overheid aan financiële middelen om een industriebeleid te voeren zoals Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. Dus zou je meer aandacht kunnen besteden aan fiscale innovaties. Bindels: “België en Ierland bewijzen dat het zoden aan de dijk kan zetten. Fiscale stimulering lokt bedrijven. Infrastructuur, scholing en dergelijke volgen in de slipstream. Van Amelsvoort verschuilt zich ten onrechte achter het argument van concurrentievervalsing.”

Een methode om bedrijven "over de grens te trekken' is het toestaan van vervroegde afschrijvingen. Dit levert voor een bedrijf een liquiditeits- en een rendementsvoordeel op door uitstel van de belastingheffing. Looman: “Vooral voor soft-ware houses is dit ontzettend belangrijk, want die hebben een scope van ongeveer vijf jaar. Je hebt hiermee een instrument in handen om bijvoorbeeld van het noorden des lands het Sillicon Valley van de EG te maken.”

Een tijdelijk terugval in de belastinginkomsten zou je daarbij voor lief moeten nemen. Volgens Financiën betekent invoering van een vervoegde afschrijving van 20 procent (uitgaande van een normale afschrijvingstermijn van tien jaar) een belastingderving van ongeveer 3 miljard gulden per jaar. Bindels “Maar je gooit juist een spierinkje uit om een haring te vangen. Tegenover de lagere vennootschapsbelasting staat een hogere opbrengst van de loon- en inkomstenbelasting.” "Alarmerend' vinden de belastingadviseurs het "studie-object' van de deelnemingsvrijstelling, waarbij bedrijven internationaal zo met de winsten schuiven dat ze geen belasting hoeven te betalen. Een voorbeeld. Bindels: “Een buitenlands bedrijf koopt een goed draaiende Nederlandse toko voor 100 miljoen. De holdingmaatschappij financiert de overname bijna volledig met geleend geld. De rente van 10 miljoen wordt in mindering gebracht op de gezamenlijke winst. De staatssecretaris wil nu ook in bonafide situaties de rente-aftrek beperken, terwijl het ontbreken van een vaste ratio eigen/vreemd vermogen nu juist wel een fundament is van de Nederlandse vennootschapsbelasting.”

In een reactie op het rapport van Price Waterhouse concludeerde Van Amelsvoort dat “belastingadviseurs te veel zijn gefocust op noviteiten”. Dat zijn juist de krenten in de pap, menen Bindels en Looman, “en daar heeft het bedrijfsleven nu behoefte aan”.