Waterverdragen eindelijk in zicht; Principe-akkoord over schonere Maas en Schelde en diepere Westerschelde

Eindelijk liggen er ontwerp-verdragen klaar voor de Nederlandse Westerschelde en de Belgische Maas. Sinds 1975 is aan deze Waterverdragen gewerkt, maar toch zal het nog even duren voor ze geratificeerd kunnen worden.

DEN HAAG, 8 OKT. Het was in de tweede helft van de jaren tachtig dat sommige prominente Vlamingen boos naar Nederland uithaalden. Bijvoorbeeld J. Devroe, de Antwerpse schepen (wethouder) voor havenzaken. Hij beschuldigde de Nederlandse autoriteiten van “pure onwil” en “bedilzucht”, omdat ze volgens hem weigerden mee te werken aan het uitbaggeren van de Westerschelde, waardoor zijn stad van grote koopvaardijschepen verstoken bleef.

Later deed de Vlaamse minister van openbare werken en verkeer, J. Sauwens, er nog een schep bovenop. “Als Nederland zich tegen uitdieping blijft verzetten, kunnen wij wel eens moeilijk gaan doen”, sprak hij in mei 1989. Het dreigement hield in dat Nederland een Vlaamse blokkade kon verwachten tegen het doortrekken van de spoorlijn voor de supersnelle TGV.

De klachten, die als onjuist van de hand werden gewezen, waren illustratief voor het moeizame overleg tussen Nederland en België over de zogenoemde Waterverdragen. Daarbij gaat het om een schonere Maas en Schelde, betere verdeling van het Maaswater en een diepere Westerschelde: onderwerpen die uitgroeiden tot een politieke kwestie tussen beide landen.

Inmiddels is de lucht aanmerkelijk opgeklaard. Er liggen nu concept-verdragen die als basis voor verder beraad de instemming hebben van beide voorzitters van de gemengd Nederlands-Belgische onderhandelingscommissie: M. Poppe en oud-premier B.W. Biesheuvel. Toch kan het nog wel even duren voor er sprake is van kant-en-klare akkoorden die ter goedkeuring naar de parlementen gaan. De jongste streefdatum voor ondertekening door de betrokken bewindslieden was 1 januari 1993, maar die termijn is weer verschoven. Dat blijkt uit antwoorden van minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) op vragen van haar partijgenoot, Tweede-Kamerlid Esselink (CDA). Ze schrijft het nieuwe oponthoud toe aan “vertraagde procedures aan Belgische zijde” en doelt daarmee op het hervormingsproces dat België tot een federale staat moet maken. De minister hoopt nu dat de zaak medio volgend jaar in kannen en kruiken is.

Voorop staat dat de drie verdragen als één pakket aan de verschillende partners, waaronder ook de regeringen van het Vlaamse, Waalse en Brusselse gewest, ter ondertekening worden aangeboden. Hierdoor blijft bijvoorbeeld het uitdiepen van de Westerschelde, een bij uitstek Vlaams belang, aan sanering van de Maas gekoppeld. Het één gaat niet zonder het ander, zodat Nederland een troef in handen heeft om gedaan te krijgen dat de Maas, een belangrijke bron van drinkwater in Nederland, eindelijk schoner wordt.

Deze koppeling gold lange tijd als een complicatie die de onderhandelingen bemoeilijkte. Het Maasgedeelte van de dubbele overeenkomst vereiste een reeks zuiveringsmaatregelen op Waals grondgebied en daartoe bleken de Walen niet bereid, omdat slechts Vlaanderen via een diepere Westerschelde daarvan zou profiteren. Zo bleven de verdragen onuitgevoerd door afwezigheid van een Waals belang. Maar dat belang is er nu wel: ook Wallonië zal moeten voldoen aan internationale regels, bijvoorbeeld de Europese richtlijn voor de behandeling van stedelijk afvalwater.

Volgens insiders bij Waterstaat zijn op dat punt dan ook geen bezwaren meer te verwachten. Het probleem is nu dat België op milieugebied, speciaal waar het gaat om de zuivering van oppervlaktewater, een achterstand heeft ten opzichte van Nederland. Die openbaart zich weer vooral in Wallonië, waar een rivier als de Maas jarenlang hoofdzakelijk als open riool voor huishoudelijk en industrieel afval is benut. Nu lijkt er langzaam een kentering te komen, zeker in Vlaanderen, waar gewerkt wordt aan de bouw van zuiveringsinstallaties.

Het verdrag dat de kwaliteit van zowel Maas als Schelde moet verbeteren, legt een sterk accent op samenwerking tussen België en Nederland bij het beheer van deze stromen. Zodra België hierover intern zijn positie heeft bepaald, ligt het voor de hand dat ook Frankrijk, waar beide rivieren ontspringen, aan de onderhandelingen deelneemt. Het akkoord voorziet verder in de oprichting van een afzonderlijke Maas- en Scheldecommissie en de totstandkoming van saneringsprogramma's naar voorbeeld van wat er in het stroomgebied van de Rijn is bereikt.

Een verdrag ter verdeling van het Maaswater is nodig omdat België zoveel water uit deze rivier zou kunnen tappen, dat er voor Nederland te weinig overblijft. Vroeger dacht men dit probleem op te lossen door de aanleg van stuwmeren in de Ardennen, maar nu wordt aan waterbesparende maatregelen op Nederland en Belgisch territorium de voorkeur gegeven. Tot de mogelijkheden behoren zuinig schutten bij de talrijke sluizen en minder watergebruik in de landbouw.

Het derde verdrag moet Antwerpen toegankelijk maken voor schepen tot 125.000 ton door het verwijderen van enkele "drempels' in de Westerschelde, onder andere bij Borssele, Hansweert en Bath. Deze operatie komt in de plaats van een oud plan dat voorzag in het afsnijden van een voor de scheepvaart hinderlijke bocht in de rivier. In het onderhandelingspakket zit ook nog het omstreden Baalhoekkanaal, dat door de landschappelijk gevoelige oostpunt van Zeeuws-Vlaanderen is geprojecteerd.

De eerste versie van de Waterverdragen dateert van 1975, toen al sprake was van een koppeling - tussen een schonere Maas en een diepere Westerschelde, maar ministeriële handtekeningen zijn er nooit onder komen te staan door onenigheid over de aanleg van spaarbekkens in de Ardennen en de vereiste saneringsmaatregelen. Daarna zijn de onderhandelingen voor jaren in het slop geraakt.

Begin 1987 werd de draad weer opgepakt met de instelling van een gemengde commissie, die tot taak kreeg de verdragen uit 1975 aan te passen. Nederlands delegatieleider werd oud-premier Biesheuvel, die nog steeds namens de Nederlandse regering de ambtelijke gesprekken leidt. Hoofd van de Belgische delegatie is M. Poppe, gepensioneerd secretaris-genereaal van het ministerie van verkeerswezen, die optreedt namens België en de drie gewesten: Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Bij die gewesten ligt de inhoudelijke zeggenschap over de ontwerp-akkoorden.

Ook deze commissie heeft tot nu toe echter geen tastbaar resultaat weten te bereiken, nu weer door een vertraging die met de Belgische staatshervorming samenhangt. Vooral Wallonië zou nog even willen wachten met beslissen tot vaststaat dat dit gewest nòg meer bevoegdheden krijgt op milieugebied en als zelfstandige verdragspartner kan optreden. Dat neemt niet weg dat het overleg, zoals de kaarten nu liggen, na 15 oktober kan worden hervat. Reden waarom minister Maij op de Kamervragen antwoordde dat de Waterverdragen vóór het zomerreces van 1993 gereed kunnen zijn.