Veel lijken door hitte mogelijk verast

AMSTERDAM, 8 OKT. Het crisisteam onder leiding van burgemeester Van Thijn heeft deskundigen ingeschakeld die betrokken waren bij de vliegtuigramp in Lockerby om er achter te komen wat het gevolg is van extreme temperaturen op stoffelijke resten. Het team houdt er ernstig rekening mee dat de lichamen van een groot deel van de slachtoffers van de vliegramp in de Bijlmer niet meer gevonden zullen worden.

Hoewel het nog te vroeg is voor definitieve conclusies over aantallen wordt de traceerbaarheid van de stoffelijke resten zeer ernstig genomen, zo verklaarde brandweercommandant H. Ernst gisteren. Vooral de slachtoffers die buiten het ingestorte deel van de flatgebouwen vielen, stonden bloot aan zeer hoge temperaturen. Het vuur dat op de explosie volgde brandde enkele uren en bereikte temperaturen van duizend graden en meer.

Het crisisteam heeft de Britse pathaloog anatoom A. Busuttile om deskundig advies gevraagd. Busuttile, verbonden aan de Universiteit van Edinburgh, was betrokken bij het onderzoek naar de slachtoffers van het neerstorten van een Boeing 747 bij Lockerby in 1988. Bij deze ramp, die werd veroorzaakt door een bomaanslag, verloren in totaal 270 mensen het leven. Busuttile zal in zijn advies tevens worden bijgestaan door J. Orr van de Schotse brandweer en leider van het crisisteam in Lockerby.

Veel lichamen bij de ramp in de Bijlmer hebben blootgestaan aan condities die sterk overeenkomen met die waaronder in crematoria lijken worden verbrand. Naslagwerken geven op dat daar lijken bij een temperatuur van 800 tot 1000 graden in anderhalf uur volledig worden verast.

Ook bij de verbranding van ziekenhuisafval en proefdieren worden omstandigheden geschapen die overeenkomen met die van het vliegtuigongeluk. AVR Chemie op Rozenburg verwerkt menselijke en dierlijke resten bij een temperatuur van 1.200 tot 1.300 graden in drie tot vijf kwartier. De Zavin in Dordrecht verwerkt de resten in vier uur bij een temperatuur van 800 tot 900 graden.

Belangrijk is dat in alle gevallen een overmaat zuurstof wordt aangeboden. Bij ondermaat of uitsluiting van zuurstof, zoals waarschijnlijk optrad in het ingestortte deel van de flats in de Bijlmermeer, is een veel minder volledige verbranding te verwachten. Daar zal eerder sprake zijn geweest van verkoling dan van verassing.

Uiteindelijk zal de definitieve lijst van vermisten waar de recherche nu met vijftig man aan werkt de belangrijkste richtlijn vormen voor het vaststellen van het aantal slachtoffers, zo verklaarde burgemeester Van Thijn gisteren. Bij het onderzoek worden 34 verschillende adressenbestanden geraadpleegd, wwaronder die van banken, de dienst Kijk- en Luistergelden, de ANWB, de kentekenregistratie, de belastingdienst, de Kamer van Koophandel en de Sociale Verzekeringsbank (voor de kinderbijslag). Daarnaast zullen rechercheurs de eerder meldingen van vrienden en familie nagaan en mensen in het opvangcentrum in de sporthal de Bijlmer ondervragen.

De politie houdt er nu al rekening mee dat ook de definitieve lijst geen volledig beeld zal geven. Aanwijzing hiervoor is dat de enige man die tot dusver werd geïdentificeerd in geen enkel bestand voorkwam en ook niet als vermist was opgegeven. De politie wil niet toelichten op welke wijze de identiteit van de man is achterhaald.