Rubber binnenkort uit stompe wolfsmelk van Nederlandse bodem

Wellicht zijn de condooms over een paar jaar van pure Nederlandse makelij.

De wereldvraag naar condooms groeit, terwijl de natuurlijke rubberproduktie in de belangrijkste producerende landen als Maleisië, Thailand en Filippijnen stagneert. Voormalige rubberplantages in Azie worden herbeplant met cocos- en palmbomen, omdat die meer opbrengen. De rubberindustrie zoekt daarom naarstig naar nieuwe latexproducerende planten. Stompe wolfsmelk is een serieuze kanshebber. Het Wageningse Centrum voor Plantenveredeling en Reproduktie onderzoek (CPRO-DLO) doet onderzoek naar dit gewas.

Het CPRO-DLO doet al enkele jaren onderzoek naar deze plant uit Zuid-Oost Spanje vanwege het hoge oliegehalte (48%). Uit de olierijke zaden kan vernolzuur worden gewonnen. Met name de verfindustrie is genteresseerd in vernolzuurrijke olie. Ook kan het vetzuur als additief worden toegevoegd aan smeermiddelen om het geheel minder stroperig te maken.

Het gewas blijkt onder Nederlandse omstandigheden goed te groeien, is droogtetolerant en weinig ziektegevoelig. Grootste probleem is de ongelijkmatige bloei en de lange afrijpingstijd. Daar komt bij dat de rijpe plant als een mitrailleur zijn zaden weg schiet. Er is een korte mutant gevonden die minder last heeft van dit euvel. Hier wordt nu verder mee veredeld tot een praktijkrijp gewas.

Dit agrificatiegewas maakt volgens het CPRO-DLO goede kans op de markt omdat het naast de olie uit de zaden ook latex uit de stengel kan leveren. Het produkt levert ongeveer tien ton droge stof per hectare, waaruit 1 à 2 ton rubber kan worden gewonnen. Voordeel van wolfsmelk is dat het een eenjarige plant is, terwijl een rubberboom pas na vier of vijf jaar produktief is.

    • Peter de Jaeger