Ramptoestel had eerder brand in andere motor

HOOFDDORP, 8 OKT. De El Al-Boeing 747 die zondag in de Bijlmer is neergestort nadat brand was uitgebroken in de rechter binnenmotor, blijkt deze zomer al eerder brand in een van de motoren te hebben gehad, tijdens dan wel kort voor een landing op Schiphol.

Dat heeft een woordvoerder van Schiphol vanochtend bevestigd. De piloot van het bewuste toestel meldde afgelopen juli, kort voor landing op Schiphol, dat er brand was uitgebroken in een van de motoren, aldus de woordvoerder van Schiphol. De piloot had Schiphol brandweerassistentie gevraagd, maar bleek uiteindelijk via het interne blussysteem de brand te hebben gedoofd. Een woordvoerder van El Al onderstreepte gisteren tegenover het persbureau Reuter dat er brand is geweest in de linker binnenmotor en als zodanig niets te maken heeft met het Bijlmerongeluk. Daarbij vertoonden de rechter motoren mankementen.

Een woordvoerder van de Spaanse luchtvaartmaatschappij Iberia heeft gisteren bevestigd dat de kwaliteit van het aanhechtingsmateriaal van de motoren van de Boeing 747 al “lange tijd” ter discussie staat. De "borgpinnen' moeten vaak worden worden vervangen, aldus de zegsman. Maandag heeft Boeing een informatiebulletin over de pinnen aan de luchtvaartmaatschappijen verzonden, meldde Iberia.

De Rijksluchtvaartdienst (RLD), die maandag de rechterbuitenmotor in het Gooimeer heeft geborgen, zoekt nog steeds naar de rechter binnenmotor van het toestel. Brand in deze motor was voor de piloot zondag de aanleiding om zes minuten na de start van Schiphol om te keren voor een noodlanding.

Directeur ir. H.N. Wolleswinkel, hoofd van het internationale team dat onderzoek doet naar de oorzaak van de ramp, houdt er nog steeds ernstig rekening mee dat ook de tweede rechter motor van de verongelukte Boeing nog tijdens de vlucht van het vrachtvliegtuig is losgeraakt en naar beneden is gestort. “We hebben getuigenverklaringen. Er zou zelfs een foto van zijn.”

De teruggevonden rechter buitenmotor bevat, voor zover nu valt te overzien, geen brandsporen, noch resten van in de motor kapotgevlogen vogels. “We hebben geen positieve indicaties dat er met deze motor iets mis is”, aldus Wolleswinkel.

Nabij de teruggevonden rechter buitenmotor zijn ook stukken van motor 3 aangetroffen, onder andere een luik en een stukje beplating van de motor.

De gisteren teruggevonden vluchtrecorder ("flight data recorder') met technische gegevens over de rampvlucht verkeert in aanmerkelijk betere conditie dan de RLD aanvankelijk had aangenomen. “Tot onze verrassing was de vluchtrecorder niet zo slecht als we eerst hadden gedacht”, aldus Wolleswinkel.

Eerder op de dag had een woordvoerster van het ministerie van verkeer en waterstaat nog verklaard dat de RLD “pessimistisch” was over de mogelijkheden om op grond van de vluchtrecorder informatie kan worden verkregen over de vlucht. De staat van de recorder werd toen betiteld als “zwaar beschadigd”. De vluchtrecorder bevat essentiële informatie over de oorzaak van de ramp met het Israelische vrachtvliegtuig dat zondag in de Bijlmermeer neerstortte.

Berichten uit Israelische kranten dat de El Al-Boeing twee jaar geleden een deel van de vleugel heeft verloren boven Amstelveen en omstreken, werd vanochtend door de Amstelveense politie tegengesproken. “We hebben het deze week onderzocht. Wij hebben geen enkel bewijs gevonden”, aldus een woordvoerder van de politie.

Het internationale team dat is samengesteld om de oorzaak en de toedracht van de ramp te achterhalen bestaat uit veertig man, 15 Nederlanders (hoofdzakelijk RLD-ers) en 25 buitenlanders. Van Amerikaanse zijde werken mee: de luchtvaartdienst en -inspectie, vliegtuigfabrikant Boeing en motorenfabrikant Pratt & Whitney. Uit Israel zijn totaal een vijftiental man van El Al en de Israelische luchtvaartautoriteiten vertegenwoordigd. Ook de Israelische geheime dienst zou deel uitmaken van het team.