Raffinement ontbreekt bij Tsjechisch orkest

Concert: Tsjechisch Philharmonisch Orkest o.l.v. Jiri Belohlávek m.m.v. Iván Zenáty, viool. Programma: B. Smetana: ouverture De verkochte bruid; B. Martinu: Tweede vioolconcert; A. Dvorák: Negende symfonie. Gehoord: 7/10 Concertgebouw Amsterdam.

Het Tsjechisch Philharmonisch Orkest bracht tijdens een optreden in de serie "Wereldberoemde symfonieorkesten' in het Amsterdamse Concertgebouw gisteren een prachtig samengesteld programma van Tsjechische muziek. Smetana's ouverture De verkochte bruid, waarmee het concert opende, heeft enige thematische verwantschap met de tot slot gespeelde symfonie Uit de nieuwe wereld van Dvorák, de componist die in 1896 het eerste concert van dit orkest dirigeerde en van wie ook de als toegift gespeelde Slavische dans was. Daartussendoor klonk het Tweede vioolconcert van Bohuslav Martinu, net als Dvorák een Tsjechisch componist die een tijd in Amerika woonde.

De uitvoering riep bij mij alleen maar bevreemding op. De ouverture ging in zo'n razend tempo dat de melodische lijnen nauwelijks nog hoorbaar waren. Het Tweede vioolconcert, een stuk uit 1943 in de laat-romantische traditie, klonk nogal stug en weinig meeslepend. Violist Iván Zenáty speelde het werk keurig van het blad en leek daardoor te weinig in staat tot een wat vrijere en uitbundiger weergave. En de Nieuwe wereld-symfonie kreeg een nogal hardhandige uitvoering met een soms door trompetten en trombones erg aangescherpt klankbeeld, dat verder weinig raffinement in sfeer, kleuring, tempokeuze en dynamische nuances vertoonde. Het Largo was inderdaad langzaam, maar toen de muziek even helemaal tot stilstand kwam, had dat geen dramatisch effect. En bij wat snellere tempi ontstond telkens weer gejaag, meestal gepaard gaande met een overmaat aan luidruchtigheid.

De vraag is natuurlijk: is dit nu ècht authentiek Tsjechisch, of een interessante nieuwe kijk op de laat-romantiek, of kan dit orkest niet veel beter? Ik kan het me niet voorstellen en houd het erop dat de sinds 1990 nieuwe chef-dirigent Jiri Belohlávek niet het technische maar vooral niet het interpretatieve niveau heeft van zijn wereldberoemde voorgangers in de laatste vijftig jaar: Rafael Kubelik (wiens portret in de dirigentenfoyer van het Amsterdamse Concertgebouw hangt), Karl Ancerl en Vaclav Neumann.