Perseïdenkomeet teruggevonden; Bron van vallende sterren duikt na 130 jaar eindelijk weer op

Grote opwinding bij onderzoekers van kometen en meteoren. Na jarenlang speculeren en speuren is eindelijk de komeet teruggevonden die de "bron' is van de Perseïden: de meteoren of "vallende sterren' die ieder jaar rond 12 augustus aan de hemel verschijnen (in het sterrenbeeld Perseus). Het zijn stofjes die in de baan van een komeet zijn achtergelaten en ieder jaar, als de aarde deze stofband doorkruist, op grote hoogte in de dampkring verbranden.

De komeet, Swift-Tuttle geheten, draagt de naam van twee van de vele astronomen die hem in juli 1862 onafhankelijk van elkaar ontdekten. De komeet kon worden gevolgd tot eind oktober van dat jaar, maar ondanks deze vrij lange zichtbaarheidsperiode bleef de berekende baan wat onzeker. Die baan is zeer langerekt, met een kortste afstand tot de zon iets kleiner dan die van de aarde en een grootste afstand groter dan die van Uranus. Voor de omlooptijd vond men waarden van rond de 120 jaar.

Juist in die tijd werd door enkele astronomen gezocht naar een mogelijk verband tussen meteoorzwermen en kometen. De Italiaanse astronoom Giovanni Schiaparelli (vooral bekend door zijn ontdekking van de "Marskanalen') ontdekte dat de baan van de Perseïden in het zonnestelsel grote overeenkomst vertoont met die van de komeet Swift-Tuttle. Schiaparelli veronderstelde terecht dat de deeltjes die de meteoren veroorzaken de overblijfselen zijn van de komeet, dus dat kometen en meteoren verwante dingen zijn.

Ook van enkele andere meteoorzwermen bleek de baan overeen te komen met die van een bekende komeet. Meteoorzwermen zijn dus de langzamerhand uiteengevallen en in de ruimte verspreide afvalprodukten van kometen. Dit inzicht betekende een belangrijke mijlpaal in het onderzoek naar beide soorten verschijnselen. In onze tijd is het ook mogelijk om kometen en interplanetaire stofjes met behulp van ruimtesondes ter plekke in de ruimte te bestuderen.

Marsden

In het begin van de jaren zeventig vestigde de Amerikaanse astronoom Brian G. Marsden voor het eerst sinds lange tijd weer de aandacht op komeet Swift-Tuttle, met het oog op de handen zijnde terugkeer. Hij deed een nieuwe baanberekening, waarbij ook de invloed van de planeten op de komeetbeweging in rekening werd gebracht en concludeerde dat de komeet waarschijnlijk in de periode 1980-1983 zijn opwachting zou maken. De onzekerheid was een gevolg van de nog steeds niet nauwkeurig bekende omlooptijd. Maar hoe er ook werd gezocht: er verscheen geen enkele komeet die aan de eisen voldeed.

Het was natuurlijk mogelijk dat men de komeet door een ongunstige positie aan de hemel (schemering!) had gemist. Maar Marsden had nòg een pijl op zijn boog. Hij had gezocht naar mogelijke verschijningen van de komeet vóór 1862, om daarmee een betere baanbepaling te kunnen verrichten. De enige mogelijke kandidaat was een komeet die in juli 1737 door de Jezuïet Kegler in Peking was waargenomen (en onafhankelijk misschien ook door enkele Chinese astronomen).

De overeenkomsten tussen deze komeet en die van Swift-Tuttle waren op een aantal punten zeer treffend. Het enige, maar wel grote probleem was de omlooptijd, die in dit geval maar liefst tien jaar groter zou moeten zijn. Toch suggereerde Marsen in zijn nu beroemde artikel in The Astronomical Journal (september 1973) dat "wanneer de komeet aan het einde van 1983 niet is gevonden, de zoektocht in 1992 moet worden hervat'.

Aanwijzingen voor een mogelijke komst van de komeet werden ook gezocht in de aantallen meteoren aan de augustus-hemel. De Perseïdenzwerm is al zeer oud: hij werd misschien al in het jaar 36 waargenomen. De deeltjes hebben zich inmiddels langs de gehele baan van de komeet verspreid, maar misschien blijft dicht bij de komeet de concentratie toch wat groter. Deze hogere concentratie zou, als de komeet er aan komt, tot een grotere meteorenactiviteit moeten leiden.

In 1861 en 1862 werden er in China en Japan inderdaad grote aantallen Perseïden waargenomen. Ook later werd er af en toe een oplevende activiteit gemeld. Maar die zou ook het gevolg kunnen zijn van gunstiger waarnemingsomstandigheden. In augustus vorig jaar vond boven Japan echter wel een Perseïdenregen plaats en afgelopen augustus namen waarnemers in Europa en China ook een hoge activiteit waar. Was de komeet in aantocht?

Inderdaad. De komeet is nu op 26 september ontdekt door de Japanse amateur T. Kioesji, een van de velen die iedere nacht de hemel afzoeken naar mogelijke "staartsterren'. Bevestiging door andere waarnemers in Japan, Canada en de VS laat er geen twijfel over bestaan dat de komeet inderdaad de lang gezochte Perseïden-komeet is. Peter Bus en Rob van de Weg, van de Nederlandse Werkgroep Kometen, namen de komeet in de avond van 29 september als eerste Nederlanders waar in het sterrenbeeld Grote Beer.

Met deze ontdekking is dus tevens bewezen dat de komeet inderdaad ook al in 1737 (in China) werd waargenomen. En dat maakt het weer zinvol om opnieuw te gaan kijken of er misschien nog méér oudere waarnemingen van deze komeet bestaan. In dat geval zal de baan in het zonnestelsel nog nauwkeuriger kunnen worden bepaald en zal men ook meer over de relatie met de Perseïden te weten kunnen komen.

Nu al blijkt dat de recente waarnemingen niet zomaar kunnen worden gekoppeld aan die uit 1862. Dit wijst er op dat de komeet niet alleen onderhevig is aan de bekende invloeden van de planeten, maar ook aan sterke niet-gravitationele krachten. Dit zijn krachten die ontstaan doordat de draaiende en verdampende komeetkern gassen uitspuit, waardoor hij net als een raket een reactiekracht ondervindt. Zo'n raket effect kan weer interessante informatie opleveren over de fysische eigenschappen van de komeet, zoals zijn ouderdom, gasproduktie en rotatie.

Foto's: De baan van komeet Swift-Tuttle in de buurt van de zon en de aarde. De getallen langs de aardbaan zijn data: de positie van de aarde op de eerste dag van de betreffende maand. De baan van de komeet maakt een hoek van 67ß8 met het vlak van de aardbaan. Op 12 december staat de komeet in zijn perihelium: zijn afstand tot de zon is dan het kleinst. Omstreeks 3 januari passeert de komeet het vlak van de aardbaan. Zijn afstand tot de zon is dan vrijwel even groot als die tot de aarde, maar die staat dan in een geheel ander punt van haar baan.

De posities van komeet Swift-Tuttle ten opzicht van de staart van de Grote Beer, of de "steelpan'. Dit sterrenbeeld staat de gehele nacht boven de noordelijke horizon. De komeet is momenteel niet met het blote oog te zien, maar in de loop van oktober worden (bij een donkere hemel) waarnemingen met een prismakijker mogelijk. Verdere inlichtingen: Werkgroep Kometen, tel. 03420-92911.