Pastoraat weigert vertrouwensrelatie op het spel te zetten; "Illegalen zijn niet te achterhalen'

AMSTERDAM, 8 OKT. “Hoezo moeten we nu mensen op hun plichten wijzen die tot aan het moment van de ramp, zondagavond vijf over half zeven, geen enkel recht hadden?” G. Timmermans, staflid van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën in Amsterdam, is er stellig over: de informatie waarmee illegalen zich bij zijn centrum melden, weigert hij vooralsnog aan de autoriteiten door te geven.

Het in de Amsterdamse Pijp gevestigde pastoraat voor Afrikanen heeft al jarenlang een vertrouwensrelatie met Afrikaanse illegalen en is niet van plan die relatie op het spel te zetten. Gisteren maakte burgemeester Van Thijn bekend dat de Amsterdamse recherche via een buurtonderzoek zal trachten te achterhalen hoeveel niet-geregistreerde flatbewoners vermist worden. Maar de Oegandese Anglicaanse priester S. Kaumi ("Father Samuel') verwacht niet dat die actie veel resultaat zal hebben. “Ik denk niet dat politiemensen of maatschappelijke werkers ook maar iets te weten zullen komen want ze hebben geen historische banden met deze groep.”

De Amsterdamse lokale televisie zond deze week elk uur spotjes uit in het Sranang Tongo, het Engels, het Papiamento, het Twi (Ghanees), het Urdu (Pakistaans), het Hindi en het Spaans waarin illegalen nogmaals werd gevraagd zich op te geven als ze zelf in veiligheid zijn dan wel familieleden of vrienden missen. Maar ondanks de garantie van Van Thijn dat informatie over een eventuele illegale status op geen enkele manier misbruikt zal worden, zullen de meeste illegalen niet op dit verzoek ingaan, verwacht Kaumi. “Dat is ook begrijpelijk want in Afrika hebben autoriteiten nu eenmaal geen menselijk gezicht. Bovendien, wie garandeert ons dat er in de toekomst niet alsnog van deze informatie gebruik zal worden gemaakt?”

De telefoon in het centrum staat roodgloeiend. Vanuit Taiwan, de Verenigde Staten, Canada, Latijns Amerika en Afrika komen verzoeken binnen om inlichtingen. “Het gaat ons er in eerste instantie om dat familieleden en vrienden in het land van herkomst te weten komen of de mensen hier in veiligheid zijn”, stelt de provinciaal-overste T. Storcken van de Sociëteit. Toch zegt hij het belang van zo exact mogelijke informatie over het aantal slachtoffers van de ramp wel degelijk te onderkennen. “Ook al omdat voor Afrikanen het lichaam een belangrijke rol speelt bij de begrafenisriten. Als een lichaam ontbreekt, is het volgens hen maar de vraag of je in de andere wereld terechtkomt.” Maar de onzekerheid bij illegalen leidt er volgens Storcken toe dat ze zich desondanks niet bij de autoriteiten zullen melden. “De ontmoediging, de verslagenheid en de bitterheid zijn zo groot dat men de zaak maar laat lopen. Ze zeggen me: ik heb genoeg meegemaakt, ik ga niet ook nog eens in de rij staan om me te laten registreren.”

Op de onderste verdieping van het pastoraat bevinden zich tientallen Afrikanen, uitsluitend mannen. Ze volgen het nieuws over de ramp op CNN. Storcken en zijn collega's houden de ruimte hermetisch afgesloten voor autoriteiten en journalisten. “Hier komen slachtoffers van de ramp die illegaal in Nederland verblijven en zich uit angst niet bij de sporthal of een ander opvangcentrum durven te melden”, zegt Storcken. “Daarom laten we hier niemand toe. Ze moeten toch ergens hun rust vinden.”

Een bij de ramp aan zijn been gewond geraakte Nigeriaan strompelt binnen. Hij heeft tot nu toe nergens hulp gezocht en zich bij niemand gemeld. Een medewerker van het pastoraat begeleidt hem naar een dokter. “Zie je wel, dat kon niet uitblijven”, reageert Storcken. “De laatste anderhalf jaar zijn er veel Nigerianen naar Amsterdam gekomen. Die zijn hier bijna allemaal illegaal. Ook in ons pastoraat kwamen er de laatste tijd steeds meer en onze bezoekers vormen doorgaans een betrouwbare afspiegeling van de illegale populatie. Ik ben er dan ook van overtuigd dat er Nigerianen in de getroffen flats woonden of verbleven.”

Kaumi weet dat er een aantal Nigerianen wordt vermist. In de flats trof hij ook een rouwende Somalische vrouw aan en gisteren kreeg hij een telefoontje van iemand die hem vertelde dat een Oegandese vrouw vermist wordt. Kaumi: “Ze was getrouwd met een Ghanees. Wie dat is, weet ik niet. In zo'n geval moet je accepteren dat een anoniem persoon namens een ander anoniem persoon contact opneemt en verder geen informatie wil doorgeven”.

In Oeganda leidde Kaumi begrafenissen waarbij duizenden Oegandese slachtoffers van de burgeroorlog tegelijkertijd werden begraven. “Hier in Nederland draait alles om de cijfers. Men rekent en telt. Nu speculeert iedereen over het aantal illegalen onder de slachtoffers. En straks, als de ramp is vergeten, staat het probleem van de illegalen weer centraal. Die wending in de publieke discussie moeten we zien te voorkomen.”

Hij bevestigt dat het voor iedereen van het grootste belang is de onzekerheid weg te nemen over het lot van de vermisten. Kaumi: “Ik zal voor mezelf de afweging moeten maken tussen het belang van de illegalen en het algemene Nederlandse belang. Bij die beslissing zal ik me als christen laten leiden door krachten van buitenaf”.