Overeenkomst Israel en EG schreeuwt om aanpassing

Het aantreden van de nieuwe regering in Jeruzalem in juni heeft de weg vrijgemaakt voor een nieuwe fase in de verhouding tussen Europa en Israel. De pragmatische regering-Rabin is vastbesloten een stap te zetten in de richting van vrede met de Palestijnen en die Arabische landen die passen in een vredesplan voor een nieuw Midden-Oosten.

Israel heeft tegelijkertijd groot belang bij handhaving en uitbreiding van zowel de economische als de politieke samenwerking met de Europese Gemeenschap. De import van Israel uit de EG bedraagt ongeveer acht miljard dollar per jaar, terwijl de export van Israel naar de EG-landen ongeveer 4.5 miljard dollar bedraagt, daartussen gaapt een behoorlijke kloof. De overeenkomst die in het midden van de jaren zeventig werd getekend tussen Israel en de Europese Gemeenschap schreeuwt al jaren om aanpassingen.

Israel heeft in deze lijn de afgelopen jaren al verscheidene voorstellen ingediend, maar die zijn door de Gemeenschap opgehouden. De EG wilde daarmee aangeven dat de politiek van de Likudregering - haar vredespolitiek in het algemeen en haar nederzettingenbeleid in het bijzonder - het onmogelijk maakte in positieve zin erop in te gaan.

Politiek gezien is de samenwerking tussen Israel en de Europese landen tot dusver eenzijdig geweest. Zeker, er zijn bezoeken geweest van ministers van buitenlandse zaken en in enkele gevallen zelfs van premiers. Een aantal landen van de Gemeenschap - zoals Nederland en Duitsland - hebben meer sympathie en medeleven met Israel betoond dan de andere landen, maar de meeste Europese regeringsleiders en diplomaten hebben Israel nooit als vrienden behandeld en dienovereenkomstig overleg gevoerd. Zij zijn er altijd van uitgegaan dat Israel zich zou richten naar de bijzondere Europese belangen en zou begrijpen waarom Europa het oor zou laten hangen naar Palestijnse en andere Arabische eisen.

De nieuwe Israelische regering staat in principe positief tegenover een Europees streven om nauwer bij de vredesbesprekingen in het Midden-Oosten te worden betrokken. Maar de Europeanen moeten beseffen dat er sceptici zijn in het Israelisch kabinet, en zeker in de Israelische publieke opinie. Die kunnen alleen door daden worden overtuigd, niet door preken. Zij zouden zeggen: Israel heeft zijn beleid veranderd, het heeft het grootste gedeelte van de bouwwerkzaamheden in de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook gestaakt en een nieuwe impuls gegeven aan de gesprekken in Washington, door een dialoog met Syrië aan te gaan. Washington heeft hierop positief gereageerd: het heeft zijn goedkeuring gehecht aan de garanties voor leningen aan Israel en de Palestijnen geadviseerd zich realistischer op te stellen tegenover de nieuwe Israelische politiek.

Als Europa actievere betrokkenheid wenst, zullen de Europese regeringsleiders snel moeten reageren wil vertrouwen het winnen van scepsis.

De conclusie voor de Europese Gemeenschap dient te zijn dat ze de problemen met Israel tot een oplossing moet brengen om het land in staat te stellen zijn relatie met de Gemeenschap te verbeteren. Daartoe zal ze effectieve maatregelen moeten aankondigen tegen landen of ondernemingen die de boycot van Israel steunen - zoals de VS en Duitsland hebben gedaan. Bovendien zal ze niet langer kunnen toestaan dat conventionele wapens of onderdelen van wapensystemen terechtkomen in landen die met Israel in oorlog zijn of het vijandig gezind zijn, terwijl de verzoeken van Israel voor gelimiteerde wapenaankopen voor zijn verdediging in Europa worden afgewimpeld.

Intussen is een levendig diplomatiek verkeer op gang gekomen. De ministers van buitenlandse zaken van Italië en Nederland zijn op bezoek geweest in Jeruzalem om de belangstelling die Europa voor Israel en zijn nieuwe politieke beleid koestert tot uitdrukking te brengen. Op zijn beurt is de minister van buitenlandse zaken van Israel naar Londen en Parijs gereisd om met de regeringsleiders Israels nieuwe visie op een samenwerking met Europa te bespreken. Peres heeft in New York ook de ministers van buitenlandse zaken van de Europese Gemeenschap ontmoet. De Israelische premier in Duitsland geweest waar hij zowel de Duitse als de Europese leiders heeft ontmoet.

Er is een open en niet al te ingewikkelde agenda. Er moet overeenstemming worden bereikt in de Europese Raad van ministers over een scenario van maatregelen dat in overeenstemming is met het Europese streven naar actievere betrokkenheid bij het vredesproces.

Intimiteit in de betrekkingen tussen landen en tussen regeringen berust in belangrijke mate - misschien wel helemaal - op dezelfde grondregels als die waarop persoonlijke relaties gewoonlijk zijn gebaseerd: vertrouwen, wederzijds respect en enige gemeenschappelijke belangen.

Enig mededogen zou de vooruitzichten van verbeterde betrekkingen niet belemmeren en een of twee gebaren zouden ook kunnen bijdragen aan het succes. En ten slotte, het verzoek aan Europese vertegenwoordigers in Arabische hoofdsteden om de respectieve Arabische regeringen het advies te geven af te zien van verdere boycot-acties moet worden gezien als een openingszet, niet als uiterste maatregel.

    • Shimshon Arad