Nobelprijs is reclame voor literatuur land winnaar

AMSTERDAM, 8 OKT. Op de Frankfurter Buchmesse van dit jaar had het Nederlandse Literair Productiefonds met alles rekening gehouden. Directeur Frank Ligtvoet had in zijn koffer een stempel met de tekst "Hugo Claus: Nobelprijs 1992'. Als Claus tijdens de beurs de grote prijs zou hebben gewonnen, zouden alle flyers en prospectussen van het Fonds meteen zijn volgestempeld.

Ook de Nederlandse en Duitse uitgevers van Claus zaten klaar voor de grote klap. Voor het geval Hugo Claus vorige week zou winnen, lagen er stapels persberichten onder handbereik. Geen betere reclame voor een schrijver dan de Nobelprijs. En geen betere reclame voor de literatuur van een land dan dat deze een Nobelprijswinnaar heeft voortgebracht.

Zoals alle uitgevers kunnen bevestigen, zorgt de Nobelprijs voor literatuur altijd voor een toename van de verkoop van een auteur. De toename is echter niet voor elke auteur even groot. Het zijn vooral de toegankelijke schijvers die van de prijs profiteren. Meulenhoff-directeur Maarten Asscher, die verschillende Nobelprijswinnaars in zijn fonds heeft: “Op romanschrijvers uit het meer gevestigde genre zoals Garcá Márquez of Cela heeft de Nobelprijs een veel grotere uitstraling gehad dan op een lyrisch dichter en fijnzinnig denker als Octavio Paz.” Asscher herinnert zich hoe Garcá Márquez, die het altijd al goed deed, zich pas na de Nobelprijs ontwikkelde tot de best verkochte buitenlandse auteur van het Nederlands taalgebied. “Dat zou hij zonder bekroning niet geweest zijn.” Maar ook Paz werd, ondanks zijn geringe toegankelijkheid, beter verkocht. Asscher: “Eerst verkochten we zijn werk met honderden exemplaren, na zijn bekroning ging het met duizenden. Voor iemand als hij is dat heel veel.”

Ook op de bekendheid van andere literatuur uit hetzelfde taalgebied kan de Nobelprijs invloed hebben. Dit effect is groter naarmate het om een kleinere en onbekendere taal gaat. Bij de bekroning van een Est of een Vlaming is het effect op de Estse of Nederlandse literatuur groter dan wanneer de prijs naar een Fransman of een Engelsman gaat. Toen de Egyptenaar Mahfoez in 1988 werd bekroond, was dat niets minder dan een doorbraak voor de Egyptische literatuur. Voor veel lezers zal het de eerste keer zijn geweest dat ze iets over het schrijven in Egypte hoorden. Hetzelfde gebeurde toen de Griek Elytis en de Tsjech Seifert de prijs wonnen. Plotseling kreeg hun land een plaats op de literaire aardbol. De Nobelprijs als wereldcup.

De laatste jaren is de invloed van de Nobelprijs op de verkoop steeds groter geworden. Voor een deel hangt dat samen met de belangrijker rol van de media. Voor een ander deel vloeit het voort uit de snelheid waarmee tegenwoordig boeken gemaakt kunnen worden. Toen Cela drie jaar geleden de prijs kreeg, zag Meulenhoff kans binnen enkele dagen met goedkope pocketedities van al eerder uitgegeven werk te komen. Tien jaar eerder was zoiets ondenkbaar geweest.

Hoe langer het duurt voor een vertaling verschijnt des te kleiner is het effect van de Nobelprijs. Maarten Asscher: “Iedere dag later, kost je een deel van je oplage.” Toen van de Poolse winnaar Czeslaw Milosz jaren later een paar prachtige boeken op de markt kwamen, liepen die maar heel matig. Niemand wist nog dat hij ooit de prijs had gewonnen.

Zorgt de Nobelprijs er voor dat auteurs massaal worden verkocht en vertaald, het helpt vaak ook al als iemand een kleine kans maakt op de prijs. Meestal vindt de bekendmaking vlak na de Frankfurter Buchmesse plaats, en het is daar goed gebruik om af en toe te laten doorschemeren dat een schrijver misschien wel bekroond wordt. Zo is de Estse schijver Jaan Kross de laatste drie jaar vooral in zeer veel talen vertaald, omdat hij geregeld voorkomt op de lijstjes met kanshebbers voor de Nobelprijs. Ook als hij nooit iets wint, heeft hij aan de geruchten waarschijnlijk al tienduizenden lezers overgehouden.

Met de literaire betekenis van de winnaars heeft dit alles natuurlijk niet zo veel te maken. Deze betekenis is over het geheel genomen überhaupt niet zo groot, al lijkt er na de oorlog een zekere kentering te zijn ingetreden. . Hoewel de Zweedse Academie hardnekkig het tegendeel blijft volhouden, wordt algemeen aangenomen dat er voor de Nobelprijs voor Literatuur soms buiten-literaire criteria worden gehanteerd. De ene keer is een bekroning niet zozeer de bekroning van een oeuvre, als wel van een land. De bekroning van de Spanjaard Cela werd bijvoorbeeld gezien als een blijk van waardering voor Spanjes terugkeer naar de democratie. Een andere keer is een bekroning een signaal voor nieuwe trends. Toen Nadine Gordimer de prijs vorig jaar won, werd dit algemeen beschouwd als een teken dat Zuid-Afrika weer een rol moest krijgen in de internationale literatuur.