Nationaal Natuurhistorisch Museum brengt zijn topstukken in stelling

Topstukken in stelling. Recente aanwinsten en topstukken uit de collecties van het Nationaal Natuurhistorisch Museum. 11 tot en met 25 oktober. Pesthuis, Pesthuislaan 7, Leiden. ma-za 10-17. Zo 12-17.

Wat is het doel van een museum? Strikt genomen bestaat er maar een doel: het bewaren van de collectie voor het nageslacht. Bewaren is slechts verantwoord mogelijk onder wetenschappelijke leiding, zodat wetenschappelijk onderzoek een tweede doel is geworden. Tenslotte moet een museum om de geldschieter gunstig te stemmen af en toe een tentoonstelling inrichten.

Met dat laatste zijn de conservatoren van het voormalige Rijksmuseum voor Natuurlijke Historie (RMNH) nooit lastig gevallen. Dit taxonomische museum in Leiden, in de wereld het vijfde in zijn soort, bevatte een omvangrijke collectie opgezette dieren, gedroogde dieren, skeletmateriaal en dieren op alcohol. Bevatte, want het RMNH bestaat niet meer, het is opgegaan in het nieuwe Nationaal Natuurhistorisch Museum, dat ook het voormalige Rijksmuseum voor Geologie en Mineralogie omvat.

Het nieuwe Nationaal Natuurhistorisch Museum - het nieuwe museum mocht anno 1992 natuurlijk geen Rijksmuseum meer heten, maar de aanduiding "Nationaal' klinkt nogal Amerikaans - moet daarentegen wel zijn poorten voor het publiek openen. In ruil daarvoor krijgt het van het ministerie een nieuwe behuizing en wordt het museum aanmerkelijk uitgebreid. Totale kosten 80 à 100 miljoen, afhankelijk van de sponsors. Het NNMis daarmee het tweede Leidse rijksmuseum dat uit een lange winterslaap werd gewekt. Eerder kreeg het museum Boerhaave een nieuwe behuizing.

Volgende week opent het NNM zijn poorten met een derde tentoonstelling: "Topstukken in Stelling'. (De eerste was de Amerikaanse publiekstrekker over dinosauriërs, de tweede ging over het opzetten van dieren.) Het is een kleine tentoonstelling, ingericht in enkele zalen van het Pesthuis, met als aanleiding de uitreiking van de European Museum of the Year Award door minister Hedy d'Ancona op 10 oktober - aan welk museum is nog onbekend.

De tentoonstelling omvat inderdaad de topstukken van het museum. Er zullen enkele unica getoond worden: museumexemplaren van een uitgestorven soort, waarvan er maar één bewaard is gebleven. Er is het skelet (in bruikleen overigens) van de uitgestorven dodo van Mauritius en er zijn de eieren van de olifantsvogel van Madagaskar, eieren aanmerkelijk groter dan een mensenschedel.

Twee nieuwe aankopen zijn prominent aanwezig, de Edmontosaurus en de Mosasaurus, beide afkomstig uit Amerika. De aankopen werden betaald met het geld dat het NNM verdiend had met de dinosaurus-tentoonstelling van afgelopen jaar, een passende bestemming. De Mosasaurus betreft overigens een andere soort dan die indertijd gevonden werd in de Pietersberg. De nieuwe aankoop betreft een wat kleiner dier, al behoort het nog steeds tot de grootste zeeroofdieren van het Krijt.

De tentoonstelling is een voorproefje van wat ons over vijf jaar te wachten staat, als het nieuwe gebouw van het NNM klaar is. De tentoonstellingen die gaan komen zijn bedoeld voor een breed geïnteresseerd publiek, net als het Museum for Natural History in Londen. Bij het NNM zal de nadruk komen te liggen op een goed begrip van "systeem aarde', de ecologische samenhang van de diverse planten en dieren.

Onaffe hypothesen

Nieuw in de presentatie is de overdracht van "wetenschap in wording', onaffe hypothesen waarvan de consequenties van verschillende opvattingen worden getoond. Zo nemen sommige paleontogen aan dat de Mosasaurus een snelle zwemmer was, die net als de huidige Orca met brute kracht zijn prooi overmeesterde. Hij zou dan in open zee te vinden zijn geweest. Anderen menen dat de Mosasaurus een verborgen jachttechniek had, vergelijkbaar met de snoek die vanuit de begroeiing plotseling tevoorschijn schiet. Dat kan alleen het geval zijn in kustwateren. Voor beide opvattingen bestaan aanwijzingen en deze zijn terug te vinden in de presentatie.

Uit de geologische collectie worden een recente meteoriet getoond, edelstenen en zeer kleine fossielen, voor geologen belangrijker dan de spectaculaire dinosauriërbotten.

Foto: Edmontosaurus annectens, een van de jongste aankopen van het Nationaal Natuurhistorisch museum. Deze dinosaurus van vier meter hoog leefde zo'n 70 miljoen jaar geleden. De soort, een planteneter met snavelachtige kaken met kiezen achterin, is genoemd naar de eerste vindplaats Edmonton in Noord-Amerika. De aankoop, 300.000 dollar, werd bekostigd met de opbrengsten van de dinosaurus-tentoonstelling van afgelopen jaar. In tegenstelling tot de replica's op deze tentoonstelling bestaat het geraamte van de Edmontosaurus uit echte botten.

    • Rob Biersma