Na de drijfjacht

Pijnlijke onverschilligheid (Skorbnoje beztsjoevstvije). Regie: Aleksandr Sokoerov. Met: Ramaz Tsjchikvadze, Alla Osipenko, Tatjana Jegorova, Irina Sokolova. In: Amsterdam, Desmet; Nijmegen, Cinemariënburg.

Waarschijnlijk is Nederland het enige land ter wereld (met inbegrip van Rusland) waar alle lange speelfilms van de weerbarstige cineast Aleksandr Sokoerov in roulatie gebracht zijn. De laatste film die nog ontbrak in het rijtje was zijn tweede, Pijnlijke onverschilligheid (Skorbnoje beztsjoevstvije), waarvoor de opnamen in 1983 plaatsvonden. De tegenwerking van de toenmalige filmautoriteiten vormt een "cause célèbre' in de geschiedenis van de Sovjet-censuur. Sokoerovs collega bij de Lenfilm-studio Aleksej German schreef over Pijnlijke onverschilligheid: “Ik houd niet van die film, maar de geschiedenis van zijn ontstaan is uniek: de omvang van de drijfjacht die geopend werd, riep in ieder fatsoenlijk mens protest op.” De bureaucraten noemden Sokoerovs film "pornografisch' en zetten zijn cutter onder druk bepaalde fragmenten af te staan aan de studioleiding. De decors werden afgebroken en de opnamen stopgezet. Pas drie jaar later kon Sokoerov de film voltooien, waarna tijdens het festival van Berlijn in 1987 de première plaatsvond. Daar viel Pijnlijke onverschilligheid echter geheel weg tegen de aandacht voor een relatief heldere, andere "bevrijde' film, Gleb Panfilovs Tema.

Dat de Sovjet-autoriteiten geen raad wisten met de hermetische decadentie van Sokoerovs werk, valt niet te billijken, maar wel te begrijpen. Vrij naar een in 1916 al als "Tsjechoviaans' beschouwd stuk van George Bernard Shaw (Heartbreak House), maakten Sokoerov en zijn vaste scenarist Joeri Arabov een collage van flarden Amerikaanse muziek, archiefbeelden van Shaw, op Cinemascope-formaat vervormde journaalfragmenten over de Eerste Wereldoorlog, Afrikaanse stamrituelen en beelden van een gezelschap geëxalteerd bewegende acteurs in een merkwaardig landhuis. Zelfs in het licht van Sokoerovs latere films valt in dit allegaartje nauwelijks een lijn te ontdekken. In een interview met Giovanni Buttafava (gepubliceerd in Lenfilm en de bevrijding van de Sovjetcinema, Tijgerreeks 4) noemt Sokoerov Pijnlijke onverschilligheid (met als duistere ondertitel Het zevende niveau van zelfverwerkelijking) "een code die alles in zich heeft wat later uitgewerkt zal worden. Deze film is een verzameling thema's en ideeën waarmee gewerkt kan worden'. Het is dan ook verreweg de minst toegankelijke, meest particuliere film van een toch al niet zo gemakkelijke filmkunstenaar.