Jos Looise schildert zijn eigen Van der Helst-schilderij

Tentoonstelling Jos Looise, Verloren Licht. T/m 18 okt. te zien in de middelste witte villa tegenover Museum Boymans-van Beuningen, Museumpark 9, Rotterdam. Open do-zo 13-17 u.

De bouw van het architectuurmuseum en de Kunsthal heeft in het Rotterdamse museumkwartier tot nieuwe initiatieven geleid. In een van de drie witte villa's tegenover Museum Boymans-van Beuningen zal in de toekomst het Chabotmuseum worden gevestigd. De middelste villa die in 1931-34 door L.C. van der Vlugt, de architect van de Van Nelle fabriek, werd gebouwd, staat op de monumentenlijst. Hier bevindt zich op de eerste verdieping tijdelijk een nieuwe expositieruimte.

De eerste exposant, de Rotterdamse schilder Jos Looise (39), legt in zijn werk een zichtbaar verband met het museum. Uitgangspunt voor de serie schilderijen die hij onder de titel Verloren Licht toont, is een 17e eeuws portret van Bartholomeus van der Helst, waarop het echtpaar Abraham del Court en Maria de Keerssegieter is afgebeeld. Vooral de schitterende, wit satijnen japon van de vrouw inspireerde Looise tot een schilderkunstig onderzoek naar het verloren licht. De serie begint met een doek waarop het dubbelportret vrijwel in zijn geheel is nageschilderd. Nieuw is alleen de wit-paarse "wolk' die de gezichten van het paar gedeeltelijk bedekt. Wie goed kijkt ziet dat ze veranderd zijn in onmiskenbaar eigentijdse tronies: die van Looise en zijn vriendin.

Looise is, zoals hij in een toelichting schrijft, een manipulator. Met verf, foto's, fotokopieën, negatieven en vernissen fabriceert hij, nu met zijn eigen Van der Helst schilderij als uitgangspunt, nieuwe beelden. Een voorbeeld. Looise zette het doek in zijn tuin en fotografeerde het in 154 gelijke fragmenten. Met deze foto's, die door het veranderlijke buitenlicht sterk van kleur verschillen en waarop soms de camera weerspiegeld is, stelde hij een nieuw "schilderij' samen. Hierover goot hij vervolgens vier liter vernis die op het horizontaal geplaatste doek naar één punt stroomde, waar het een bruine vlek veroorzaakte. De toverformule van Looise bij al deze kunstgrepen - Tijd, Ruimte, Licht - werkt helaas niet. De onregelmatigheden in de laklaag zijn storend. Voeg hierbij de reflecties van het licht en de visuele chaos is compleet. Terwijl Boymans trots "een schone kijk' op acht impressionistische schilderijen presenteert - kleur en licht zijn hier door restauratie uit de oude vernislagen bevrijd - is Looise bezig met behulp van dikke lagen vernis het licht "te conserveren'.

Ook de manier waarop Looise schilders als Gerhard Richter en Bridget Riley gebruikt, roept vraagtekens op. De golvende lijnen van Riley veroorzaken op haar schilderijen een optisch bwegend beeld. Geprojecteerd op de satijnen japon zijn dit effect èn de bewegelijke glans van de stof verdwenen. In plaats van elkaar te versterken werken de gekozen middelen elkaar tegen.

Voor Richter koestert Looise grote bewondering, getuige de schilderijen waarop hij diens schildertechniek van bewogen zwart-wit foto's imiteert. Tegenwoordig is dat niets bijzonders, er zijn meer kunstenaars die bestaande beelden en stijlen kopiëren en het resultaat onder eigen naam presenteren. Appropriation art heet deze nieuwe stroming. Maar bij Looise ontbreekt de ironie. Zijn zelfportret hangt naast portretten van Richter, de natuurkundige Stephen Hawking en een kopie naar Vermeer. Looise is ijdel in 't kwadraat: “Ik schilder mezelf terwijl ik mezelf fotografeer. () Door de reflectie van de vernis zie ik mijzelf als ik ernaar kijk.”