Iran noemt strijd tegen smokkel van drugs hopeloos

ABU DHABI, 8 OKT. Er is “geen enkele hoop” dat Iran de stroom verdovende middelen die vanuit Afghanistan het land binnenkomt - en vervolgens voor een groot deel naar Europa wordt doorgestuurd - kan indammen, ondanks de zware inspanningen daartoe van de regering. Dat staat in een rapport van het Iraanse ministerie van binnenlandse zaken dat gisteren door een Iraanse regeringsdelegatie werd vrijgegeven op een drugs-conferentie in de Arabische Golfstaat Abu Dhabi.

De Iraanse autoriteiten voeren zeer hard campagne tegen drugshandelaren. Daartoe werd in januari 1989 de anti-drugswet zodanig verscherpt dat iedereen in wiens bezit meer dan 30 gram heroïne of 53 kilo opium werd aangetroffen, op de doodstraf kon rekenen. In dat kader zijn sindsdien duizenden mensen opgehangen.

Het grensgebied met Afghanistan is echter een woest en ontoegankelijk gebied, waar met zware wapens uitgeruste smokkelaarsbenden, die goed vertrouwd zijn met het terrein, in grote konvooien enorme hoeveelheden drugs binnenbrengen. Leger en politie voeren van tijd tot tijd complete veldslagen uit tegen de smokkelaars, maar velen ontsnappen aan de autoriteiten.

Volgens het in Abu Dhabi vrijgegeven rapport heeft Iran de eerste helft van dit jaar 20,7 ton opium, 5,6 ton morfine, 2,5 ton hasjiesj en 1,5 ton heroïne in beslag genomen. In de strijd tegen de smokkelaarsbenden zijn echter in één jaar tijds 227 politiemannen omgekomen. (Reuter)