Interieurarchitectes van nu

Tentoonstelling Intra Muros deel 2. Stichting Amazone, Singel 72, Amsterdam. Di t/m vr 10-17u, za-zo 13-17u. Inl 020-6279000. T/m 15 okt. Cat ƒ 29,50. Na deze datum reizen de twee tentoonstelling door naar het Rijksmuseum Twenthe (14 nov t/m 13 dec) en het instituut voor Kunst-, Architectuurgeschiedenis en Archeologie in Groningen (14 mei t/m 12 juni 1993).

“Als je tussen al die grijze betontegels op straat af en toe een mozaëk zou tegenkomen, dan wordt het toch een stuk gezelliger”, zei (interieur)architecte Akelei Hertzberger onlangs in het televisieprogramma Klokhuis. In haar ontwerpen nemen mozaëken van scherven, kralen, knopen, schelpen en reflectoren een belangrijke plaats in. Op een video die onderdeel is van de tentoonstelling "Intra Muros II' in Amsterdam, zien we kinderen van een door Hertzberger in te richten basisschool materiaal leveren en mozaëken maken voor op het schoolplein. De school wordt een herkenbare en vertrouwde plek. Want het kopje dat zij de vorige dag tijdens de afwas uit hun handen hebben laten vallen, ligt nu in scherven op de speelplaats.

"Intra Muros II' is het vervolg op een eerste tentoonstelling, waarin werk te zien was van interieurarchitectes uit de periode vanaf het Interbellum tot het eind van de jaren zestig. In het tweede deel komt de huidige generatie interieurarchitectes aan bod. Behalve werk van Hertzberger zijn er video's, plattegronden, maquettes en objecten van Mieke Poot, Joke Budding-Fels, Marie-Anne Defesche en Désirée van Dijk te zien. "Oude' eend in de bijt is Truus Schröder-Schäder. Het huis aan de Utrechtse Prins Hendriklaan dat zij in 1924 samen met Rietveld ontwierp, is nog steeds een schoolvoorbeeld van Nederlandse architectuur.

In hoeverre het werk van Schröder-Schräder doorwerkt in de ontwerpen van de hedendaagse interieurarchitectes, is moeilijk te zeggen. Hun werk is niet op een stroming of concept terug te voeren. Hecht Hertzberger veel waarde aan het het herkenbare en het detail, voor Poot is "kennis van materialen, constructie en techniek de ruggegraat van elk ontwerp'. Het functionele, de grote lijnen, moeten de bewegingsvrijheid van de gebruikers garanderen. De esthetiek en details zijn natuurlijk belangrijk, maar komen niet op de eerste plaats.

Materiaal en kleurgebruik zijn ook voor Désirée van Dijk essentieel. Gefascineerd als zij is door het boeddhisme en shamanisme, verkent zij voor de inrichting een ruimte met een wichelroede. De ontdekte positieve en negatieve stralingen en de storingsvelden vormen de leidraad voor het verdere ontwerpproces. Spiegels en natuurlijke materialen als hout en staal worden ingezet om negatieve stralingen tegen te houden of te weerkaatsen. Kleuren dienen ter versterking van bepaalde emoties. Daarom heeft van Dijk voor de achterwand van het auditorium van de Academie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven de kleur ultramarijn gekozen. De onwetende gebruiker merkt van deze aanpak nauwelijks iets; hij wordt hooguit indirect benvloed door de positieve uitstraling van het ontwerp.