Hartstocht in een ordinaire glimjurk

Danzón. Regie: Maria Novaro. Met: Maria Rojo, Carmen Salinas, Blanca Guerra. Rotterdam, Lantaren/Venster.

"Het is alleen maar een vierkantje' zegt Julia, terwijl ze de pasjes van de danzón voordoet. De camera concentreert zich op haar voeten die bewegen als snelle mollige vogeltjes. Wreven en tenen puilen wat uit tussen de strak aangegespte bandjes van de fabelachtig hooggehakte sandalen. Hoe gewiekst ze ook dansen, alleen al aan haar voeten is af te zien dat Julia geen vierentwintig meer is. Ze is veertig en heeft een grote dochter die ze alleen opvoedt. De camera wervelt laag over de dansvloer rond en we zien aan de voeten dat deze dans vooral wordt gedanst door mannen en vrouwen die te ervaren zijn voor jeugdige overmoed. Dat gooien en smijten doen ze maar bij de rock 'n roll - de danzón komt pas tot zijn recht als je 'm zo klein mogelijk houdt. Alle expressie die in je zit, moet je kwijt zien te raken in een houding: een trotse schouder, een ferme arm, een krachtige hand, een fiere nek en in een onbestemde blik die uitsluitend bij verrukkelijk toeval die van je partner zal kruisen. De danzón is "alleen maar een vierkantje', maar slechts wie zichzelf helemaal onder controle heeft en niet bang is om zijn of haar partner volledig te vertrouwen, zal er ooit prijzen mee winnen.

De danzón komt uit Mexico en wordt gedanst op de tonen van smeltende liederen in de stijl van de mambo. Het zijn songs die een wereld betekenen als je hart ernaar staat. Over liefde gaan ze, en dus over leed, scheiding, hoop, verraad en trouw. Met de film Danzón poneert de Mexicaanse filmmaakster Maria Novaro via personage Julia dat het leven net zo'n ogenschijnlijk simpel, verraderlijk klein vierkantje is dat om bedrevenheid en ervaring vraagt eer het zo veel voldoening schenkt als de danzón.

Tot Julia's verslagenheid laat haar vaste danspartner onaangekondigd verstek gaan in de dancing waar ze nu al jaren samen dansen. Ook al heeft ze verder geen relatie met hem, een danspartner is als een minnaar en Julia dreigt te worden verzwolgen door verdriet. Dan toont Novaro een eenzaam dansende oude vrouw, schriel in een kale danszaal beweegt ze, hoekig, de lege gestrekte arm klaar om een man in op te vangen. Meer heeft ze niet nodig: Julia waagt de stap. Ze neemt onbetaald verlof van haar baantje en stapt in de trein. In Veracruz spendeert ze haar spaargeld aan haar zoektocht en belandt gaandeweg in een haar onbekende nachtwereld. Haar partner vindt ze niet maar haar eigenwaarde wel.

En wie vraagt haar ten dans als ze, rijker en mooier, terugkeert naar "haar' dancing? Juist.

Danzón is een smartlap, net als de liedjes waar Julia op danst. Het verhaaltje is dun, de vormgeving weinig bijzonder. De film trekt vooral dank zij de presentatie: Novaro gaf meesterlijk gestalte aan de figuren en gegevens die Julia omringen. Aan haar vriendinnen en hun smakeloze, te strakke, ontroerend glorieus gedragen glimjurken. Aan de moederlijke hoteleigenaresse in haar volgestouwde interieurtje, aan haar weinig hoogstaande maar allervriendelijkste gasten. En aan de grootse zeeschepen in de haven en hun namen die in grote letters definiëren waar alles om draait: "Amor Perdido', "Lagrimas negras', "Puras illusionas'. Het zijn bijzaken die je kunt afdoen als kitsch en cliché, maar net als de liedjes charmeren ze iedereen die er oren naar heeft.

    • Joyce Roodnat