Geheim van Essen na bijna een kwart eeuw onthuld

's Morgens om acht uur, op 9 september 1968, vertrok zijn auto van Maliebaan 40 in Utrecht richting Oberhausen-Essen. Kardinaal B. Alfrink ging op weg naar een geheim beraad van vijf kardinalen, dat rondom 11.00 uur de buurt van die industriestad zou beginnen.

Kardinaal Julius Döpfner van München was daar al een paar dagen in verband met de katholiekendag en logeerde in het nabij gelegen kasteel van Baron Freiherr von den Bottlenberg. "Der Julius', zoals hij werd genoemd, was gastheer en ontving behalve Alfrink, onder grote geheimhouding ook kardinaal Franz König van Wenen, kardinaal John Heenan van Londen-Westminster en kardinaal Josef Suenens van Mechelen-Brussel. Nog nooit waren zoveel kerkvorsten buiten Rome om in het geheim bijeen geweest. Zij waren geschokt door het feit, dat paus Paulus VI, ondanks zijn belofte om belangrijke beslissingen eerst na collegiaal overleg met de bisschoppen publiek te maken, toch geheel onverwachts met de Encycliek Humanae Vitae was gekomen, waarin hij afstand nam van kunstmatige geboorteregeling.

De vijf kardinalen wisten dat deze pauselijke richtlijn bij de meeste kerkleden slecht zou vallen en vreesden een toenemende ongeloofwaardigheid van de kerk en een ernstige gezagsverlies van de paus. Een eerste opinie-onderzoek in ons land wees uit, dat slechts tien procent van de ondervraagde katholieken de voorschriften van de encycliek zou opvolgen. Heenan vergaderde op 19 september met de Engelse bisschoppen en zegde toe, dat hij daarna in een persoonlijk gesprek de paus zou bezweren zijn standpunt te herzien.

Tijdens een vraaggesprek met Eberhard Simons zegt de Nijmeegse godsdienstsocioloog Osmund Schreuder in het boek Revolution in der Kirche (1969): “Waren er maar vijf kardinalen, die zich unaniem tegen de curie zouden verzetten. Maar zijn deze vijf rechtvaardigen in West-Europa te vinden?”

Ze waren er dus wel, maar dat kon Schreuder toen nog niet weten. Het geheim van Essen is pas onlangs onthuld. Geen enkele van deze vijf kardinalen heeft er openlijk over durven spreken. Heenan is overleden. Döpfner heeft persoonlijk veel geleden van de halsstarrigheid van Rome. Hij had echt gehoopt, dat de katholieke kerk zich door het Tweede Vaticaanse Concilie werkelijk zou gaan moderniseren en aan geloofwaardigheid zou winnen. Hij overleed veel te jong in 1978. Alfrink in 1987. Suenens leeft nog. Hij weet er alles van, maar hij zwijgt erover in het eerste deel van zijn memoires. Het tweede deel zal pas na zijn overlijden gepubliceerd worden. König (87 jaar) leeft ook nog. Hij is openhartiger en zei onlangs nog in een interview: “De collegialiteit van de bisschoppen, die sinds Vaticanum II een belangrijke functie heeft, functioneert gewoonweg niet. En de bisschoppensynoden zijn maar een lapmiddel . . ”.

Precies over dat collegiaal bestuur van paus en bisschoppen samen ging het colloquium van het Paulus VI-instituut, dat van 25-27 september in Brescia, de geboorteplaats van Giovanni Batista Montini, werd gehouden. Dat onderwerp was al in 1959 door kardinaal Alfrink aan de orde gesteld in de vota (wensen), die hij bij de aanvang van het Vaticaanse Concilie voorlegde. De Utrechtse kardinaal wilde, dat bisschoppen ook medeverantwoordelijkheid kregen in het bestuur (in regendo) en in de doctrine (in docendo). Alfrink kreeg daarbij aanvankelijk steun van Montini, die toen nog bisschop van Milaan was. Dat zij ondergeschikt werd gemaakt aan bisschoppen, die ook veel meer beleidsruimte zouden krijgen in hun lokale kerk, heeft de Romeinse curie altijd dwars gezeten. Zeker toen Alfrink alvast in eigen land zo'n collegiaal bestuur in de praktijk bracht door concilie-bijeenkomsten in Noordwijkerhout te organiseren. De curie zou alleen maar uitvoerend orgaan worden en niets te zeggen hebben op wetgevend terrein.

Men hecht in het Vaticaan grote waarde aan de analyse van pontificaten nadat de betrokken paus is overleden. Het is een soort kritische en vaak ook democratische bestuursanalyse post mortem. Zo'n honderd specialisten uit heel de wereld en hoge curie-functionarissen waren in Brescia uitgenodigd. Er werd nu al sinds 1978, het sterfjaar van Paulus VI, voor de vijfde keer vergaderd. Misschien voor de laatste keer, want volgens sommige aanwezigen is de gezondheidstoestand van paus Johannes-Paulus II na zijn operatie ernstiger aan de buitenwereld wordt toegegeven.

De bijeenkomst stond onder leiding van kardinaal Carlo Martini, aartsbisschop van Milaan en de Franse kardinaal Paul Poulard, president van de Pauselijke Raad voor de dialoog met de Niet-Gelovenden. In die functie heeft hij wel eens vergaderd in Krasnapolski, samen met vertegenwoordigers van de internationale organisatie van het Humanistisch Verbond. Er waren zo'n honderdtwintig genodigden, onder wie nog een kardinaal, Jean Jerome Hâmer. Deze emeritus is een bekend theoloog. Zijn vader is in Den Haag en zijn moeder in 's-Hertogenbosch geboren. Hij is in België ter wereld gekomen en kwam later in Frankrijk terecht. Er waren nog meer hoge autoriteiten, zoals mgr. G. Re, substituut-staatssecretaris, en mgr. Justin Rigali, secretaris van de congregatie die bisschoppen benoemt (en die de naam van mgr. Ernst van Breda, die ontslag heeft aangevraagd, correct uitsprak). Verder mijn confrater, de Franciscaan Javier Garcia, die leiding geeft aan de doctrinaire afdeling van de bekende Congregatie voor de Geloofsleer die binnenkort de nieuwe wereldcatechismus publiceert.

In dit gezelschap heb ik de stelling verkondigd, dat er een conflict was tussen Paulus VI en Alfrink. Op theologisch gebied hadden zij dezelfde opvattingen over de noodzaak van een collegiaal bestuur en het terugdringen van het ambtenarenapparaat in de centrale bureaucratie van de kerk.

Toen G. Montini in 1962 eenmaal paus was geworden, ging hij tot ontsteltenis van Alfrink steeds meer centralistisch besturen en kwam hij toch weer onder druk van de curie te staan. Heel erg te begrijpen binnen zo'n ingewikkeld bureaucratisch systeem, maar daarmee nog niet goed te praten. Alfrink was al blij, dat er iets terecht kwam van de collegialiteitsgedachte door de oprichting van de bisschoppensynode, die om de paar jaar vergadert met de paus. Hij had echter veel meer gewild. Bestuurders van profane "multinationals' zullen erop wijzen dat een krachtige centrale bureaucratie op den duur veel effectiever is. Politici zullen met het voorbeeld aan komen dragen van de decentralisatie van de Sovjet-Unie, die bijna op een ramp dreigt uit te lopen. Besturen op wereldniveau is nu eenmaal aan keiharde sociologische wetten gebonden.

Ondanks de persoonlijke goede en vriendschappelijke verhouding tussen Alfrink en Paulus VI, die tot het eind is blijven bestaan, hadden zij onenigheid over de praktische toepassing van de colllegialiteitsgedachte. Heel pijnlijk was voor Alfrink, dat de paus hem niet beschermde tegen toenemende aanvallen van de curie op het Nederlandse katholicisme, waarvan hij de kerkelijke leider was. In feite werden Alfrink en het kleine idealistische Nederland gedesavoueerd. Dat zei hij eens zo tegen mij: “Als ik kardinaal van Parijs was geweest, hadden ze dat niet gedurfd”.

    • Walter Goddijn