Directeur Suez Kooijman stapt op na onenigheid

ROTTERDAM, 8 OKT. R.G.W. Kooijman stapt op als directeur van het effectenkantoor Suez Kooijman. Grote onenigheid en culturele verschillen tussen het effectenkantoor en de moedermaatschappij Banque de Suez Nederland hebben geleid tot het vertrek van Kooijman.

Naast Kooijman stapt ook directeur R. Broeder op bij het effectenkantoor. Broeder kreeg eind vorige week van de directie van de bank te horen dat hij kon vertrekken. De bank liet vervolgens Kooijman zelf beslissen of hij wilde opstappen. Van de directie blijven nu R. van Zessen en J. Gerritse over.

De problemen tussen Kooijman en de bank zouden vooral betrekking hebben op de culturele verschillen tussen bank en effectenkantoor. Door de algemene malaise van de aandelenhandel in Nederland kon ook bij Suez Kooijman de aandelenafdeling maar matig bijdragen aan de winst van het effectenkantoor. Suggestie dat de aandelenafdeling zou veranderen worden echter tegengesproken.

Het effectenkantoor kwam eerder in opspraak door de HCS-affaire. Het effectenkantoor zou in opdracht van grootaandelhouder J. van den Nieuwenhuyzen grote partijen aandelen hebben gedumpt. De beurs draaide enkele dagen later alle HCS-transacties van 31 juli 1991 terug en stelde een onderzoek in naar de betrokkenheid van Suez Kooijman. De HCS-affaire zou echter geen directe rol hebben gespeeld bij het vertrek van Kooijman en Broeder.

Op 9 januari van dit jaar stapte Kooijman op als vertegenwoordiger van de effectenhandelaren in het bestuur van de Amsterdamse beurs. De reden van zijn vertrek was een ernstig verschil van mening met drie andere bestuursleden. Kooijman zei in januari in commentaar op zijn vertrek dat hij boos is omdat de controle op de beurshandel “niet adequaat wordt uitgevoerd en schadelijk is voor de beurshandel.”

Kooijman zei destijds dat zijn kritiek indirect samenhing met de manier waarop de beurs de HCS-affaire behandelde. Kooijman besloot zich als bestuurslid niet bezig te houden met het onderzoek naar mogelijke voorkennis omdat hij zakelijk betrokken was. Hij heeft echter in de loop van het jaar in toenemende mate kritiek op het onderzoek gehad. Volgens Kooijman heeft het onderzoeksbureau van de beurs geen behoorlijk hoor- en wederhoor toegepast.

Het controlebureau droeg de zaak in september vorig jaar over aan Justitie die beschikte over de banden uit de "dealingroom' van Suez Kooijman. Van den Nieuwenhuyzen verklaarde eerder dat hij 100.000 aandelen op 31 juli heeft aangeboden. Hij zei echter niet met voorkennis te hebben gehandeld.

De beurs beboette een maand geleden het effectenkantoor naar aanleiding van de HCS-affaire.