Consument wil meer eerlijke produkten uit Derde wereld

UTRECHT, 8 OKT. De belangstelling van de Nederlandse consument voor "eerlijke' produkten uit de Derde wereld, die voor een redelijke prijs direct worden gekocht bij kleine ondernemers, groeit. Het bekendste "alternatieve' produkt - koffie met het Max Havelaar-keurmerk - is inmiddels in negentig procent van de supermarkten verkrijgbaar en heeft een bescheiden aandeel (2,3 procent) van de Nederlandse koffiemarkt veroverd (2,0 procent vorig jaar). De stichting Max Havelaar mikt op een marktaandeel van 3,5 procent in 1994. Vorig jaar was de Max Havelaar-koffie goed voor een omzet van 15 miljoen gulden (in 1990 was dat 12,5 miljoen gulden).

Ook met de belangrijkste afzetpunten van alternatieve produkten, de wereldwinkels, gaat het voorspoedig. In oktober 1991 werd de driehonderdste wereldwinkel geopend in Nederland; een jaar later is het aantal gestegen tot driehonderdvijftig, een gemiddelde van bijna één nieuwe wereldwinkel per week. De totale omzet steeg van 12 miljoen gulden in 1990 naar 15 miljoen gulden in 1991.

De wereldwinkels hebben in de bijna 25 jaar van hun bestaan een ware metamorfose ondergaan, zegt Gabbie van der Kroef, publiciteitsmedewerker van de Landelijke Vereniging van Wereldwinkels. De verkoop van produkten uit de Derde wereld begon ooit achter in de kerk. In 1969 werd de eerste winkel geopend in Breukelen. “In de jaren zeventig waren de wereldwinkels vooral lokale actiegroepen die zich over een brede linie bezig hielden met ontwikkelingssamenwerking. Nu vormen de wereldwinkels, die draaiende worden gehouden door in totaal zevenduizend vrijwilligers, een commerciële keten die zich qua aantal vestigingen ruimschoots kan meten met bijvoorbeeld de Hema (220 vestigingen).”

De verklaring van het succes zoekt Van der Kroef in het feit dat de wereldwinkels een goed middel zijn voor de consument om dicht bij huis "iets concreets' te doen voor de Derde wereld. Wereldwinkels zijn thans te vinden in geheel West-Europa, Scandinavië, Spanje, Italië, Australië, Japan, Canada en de Verenigde Staten.

Het huidige bereik van de alternatieve handel in Nederland ligt tussen de 2 en 3 procent. Onderzoek door de Landelijke Vereniging van Wereldwinkels heeft uitgewezen dat het potentiele bereik tussen de 10 en 14 procent van de consumenten ligt. “Ondanks het succes van de wereldwinkels staan we daar nog ver van af”, zegt Stiena Versluis, hoofd van de sectie alternatieve handel van de Landelijke Vereniging van Wereldwinkels. Om na te gaan hoe die kloof tussen het huidige en het potentiële bereik kan worden overbrugd wordt morgen in Amersfoort een symposium gehouden waar marktdeskundigen, politici, vakbonden en vertegenwoordigers uit het "reguliere' bedrijfsleven met elkaar praten over de toekomst van de alternatieve handel. Het symposium maakt deel uit van een landelijke actieweek, die wordt georganiseerd door de vereniging InZet en de opvolger is van de Honger-Hoeft-Niet-actie. Handel en duurzame ontwikkeling staan centraal in de actieweek, die duurt van 9 tot 16 oktober.

Opvallend is de belangstelling van zogenoemde grootverbruikers - overheid, ziekenhuizen, bedrijven - voor de koffie van Max Havelaar. Dertig procent wordt verkocht aan grootverbruikers. Zo zijn 380 van de 650 Nederlandse gemeenten en elf van de twaalf provinciehuizen inmiddels overgestapt op zuivere koffie. Met een geraamde groei van 6 procent wordt de keurmerk-koffie dit jaar vermoedelijk de grootste stijger op de Nederlandse koffiemarkt, volgens de stichting Max Havelaar.

Ook het bedrijfsleven toont in toenemende mate belangstelling voor rechtvaardige handel met de Derde wereld, volgens Versluis. “Ondernemers merken dat de consument steeds meer interesse heeft voor eerlijke produkten en willen daar op inspringen, onder meer ter bevestiging van hun goede naam. Dan wordt het zowel voor hen als voor ons interessant om te kijken of en hoe we kunnen samenwerken.” Een van de eerste aanmeldingen voor het symposium kwam van C & A.

Eigenbelang speelt uiteraard een belangrijke rol bij de belangstelling van het bedrijfsleven voor alternatieve handel. Versluis noemt het voorbeeld van de koffiebranders, die vrijwel allemaal naast hun "normale' produkten ook koffie met keurmerk verkopen. “Nu de prijs van koffie op de wereldmarkt zo laag ligt dat de kwaliteit van koffie in gevaar komt omdat boeren eenvoudigweg geen geld meer hebben om hun plantages te onderhouden, zie je dat zelfs een grote brander als Douwe Egberts belangstelling krijgt voor het Max Havelaar-initiatief.” Max Havelaar-koffieboeren - verenigd in vijftig organisaties in dertien landen - krijgen een gegarandeerde prijs voor hun produkt die thans ongeveer 50 procent boven die wereldmarktprijs ligt. Bij de start van de Max Havelaar-koffie, in november 1988, was dat nog maar 10 procent. “De branders zien in dat je met een gegarandeerde prijs voorkomt dat boeren hun produkt verwaarlozen of het zelfs voor gezien houden.” Een van de sprekers op het symposium is de secretaris van de Vereniging van Nederlandse koffiebranders en theepakkers.

In Nederland is er op dit moment alleen een Max Havelaar-keurmerk voor koffie. Volgend jaar krijgt ook "zuivere' cacao een dergelijk keurmerk. Onderzocht wordt of ook produkten als rijst, honing, kunstnijverheid en textiel daarvoor in aanmerking komen. De ontwikkeling van een keurmerk heeft nogal wat voeten in de aarde, legt Versluis uit. “Bij koffie gaat het nog wel, daar is de lijn tussen importeur, brander en consument heel kort. Maar voor cacao wordt het al moeilijker, doordat er allerlei produkten en halffabrikaten van cacao worden gemaakt. Je moet dus met veel fabrikanten afspraken maken voordat hun produkt het keurmerk kan krijgen.”

Ook op Europees niveau wordt gewerkt aan een keurmerk voor "eerlijke' produkten. De European Fair Trade Association (Efta) houdt zich bezig met de ontwikkeling van een keurmerk dat op termijn moet gelden voor alle produkten in het alternatieve circuit.

Intussen zijn de wereldwinkels, gestimuleerd door het zakelijk succes, bezig met een grootscheepse "omscholing'. Van der Kroef: “We willen zo professioneel mogelijk worden. Dat houdt onder meer in dat we toe willen naar normale openingsuren voor de wereldwinkels.” Ook publiciteit zal een belangrijke rol spelen. Sinds een aantal maanden houden ook de wereldwinkels zich bezig met adverteren, voorlopig alleen nog in de vakbladen. “Maar”, zegt Versluis, “in 1994 houden we een grote publiekscampagne en wie weet beginnen we dan ook wel aan Libelle en Margriet.”