Bijstand en scheiding (1)

Het betoog van Heikelien Verrijn Stuart "Vrouwen bekneld tussen huwelijk en arbeidsplicht' (NRC Handelsblad, 2 oktober), legt de verantwoordelijkheid verkeerd.

Het huwelijk wordt aangegaan uit vrije wil en zonder de staat. Voor de echtscheiding geldt hetzelfde. Zorg voor (ex-)huwelijkspartners door de staat is dan alleen gerechtvaardigd als huwelijk en echtscheiding als ziekten van de geest worden beschouwd. En dan is de staat nog maar ten dele verantwoordelijk. De verantwoordelijkheid voor de mens berust, in aflopende volgorde: 1) bij de mens zelf, 2) bij de verwekkers, 3) bij de familie, 4) de zelfgekozen groep, en in allerlaatste instantie, bij de staat, en dan nog bij voorkeur alleen maar via het Burgerlijk Wetboek.

Toegegeven, deze verantwoordelijkheden zijn pas echt te realiseren met een belasting-, sociaal en subsidiestelsel gebaseerd op een hoge belastingvrije som, lage belasting en geprivatiseerde verzekeringen. Dat maakt de toegedichte verantwoordelijkheden ook financieel haalbaar voor de burger. Nu blijft er teveel aan de strijkstok hangen in de "tussenhandel'. Maar in haar betoog probeert Verrijn Stuart van twee walletjes te eten. Deze aangelegenheid is niet alleen van belang voor bijstandsregelgeving, maar ook bij de behandeling van het rapport Dunning over de toekomstige gezondheidszorg.

    • J. Noy