Bijlmerramp verdringt Uiveremotie

Het is deze week een ritueel geworden. Vroeg in de morgen verschijnt de Amsterdamse burgemeester op een persconferentie om de verslaggevers van het laatste nieuws over de ramp in de Bijlmermeer met de El Al Jumbo op de hoogte te brengen. Macaber genoeg moet de professionele nieuwsgierigheid zich iedere keer weer tevreden stellen met de bevestiging van iets wat iedereen al sinds het ochtendgloren van maandag weet: onder het puin kunnen slechts menselijke resten worden gevonden, identificatie daarvan zal vaak onmogelijk zijn, het totale aantal slachtoffers zal een afgeleide moeten blijven van het geregistreerde aantal vermisten plus een raming van het aantal niet geregistreerde omgekomenen. Het is onder die omstandigheden verklaarbaar dat de burgemeester niet meer van slachtoffers spreekt, maar van dossiers. En dat de nabestaanden hun hoop hebben teruggebracht tot de wens dat identificatie ten minste mogelijk zal zijn.

De speurtocht naar de oorzaak van de ramp en dus naar beheersing van de psychische chaos die dit multinationale ongeluk heeft veroorzaakt is al uitgewaaierd over verschillende gebieden: naar het optreden en de verantwoordelijkheid van de betrokken bemanning en van de verkeersleiders, naar de staat van het toestel, van het type vliegtuig, van de motoren en hun ophanging, naar de aard van het gepleegde onderhoud op diverse vliegvelden, naar andere vliegrampen die de nieuwe ramp begrijpelijk zouden maken.

De geruchtenvorming is intensief, de speculaties legio. De verklaring daarvoor is dat verantwoordelijken met het oog op te verwachten claims uit zelfbehoud en op last van de verzekering zoveel mogelijk hun mond houden, anderen daarentegen persoonlijke of publieke redenen menen te hebben om het die verantwoordelijken niet al te gemakkelijk te maken. De media zien het als een opdracht om ieder nieuwtje zo snel mogelijk door te geven. De ontvangers van het nieuws klampen zich er aan vast in een drang naar zekerheid. In die zin is het opvallend dat de aanvankelijk zo verleidelijke veronderstelling van terrorisme snel is verlaten.

De Nederlandse autoriteiten hadden een zakelijk gelijk toen zij in de eerste uren van de ramp zich niet wilden laten verleiden tot breedsprakigheid over de relatie tussen drukbevlogen vliegvelden en dichtbevolkte woongebieden in de onmiddellijke omgeving. De formule was dat de reddingsoperatie nu alle aandacht opeiste. Alleen wilde men wel al onderstrepen dat het ramptoestel zich vlak voor de "going down' niet op de voorgeschreven plaats had bevonden, een eerste houvast. Maar nog verre van een aanwijzing dat de relatie tussen vliegen en wonen van nu af aan politiek en bestuurlijk anders dan in de bekende rubriek overlast aan de orde zal komen.

Een ongeluk zit volgens de volksmond in een klein hoekje, een ramp is naar de overlevering een noodlottige gebeurtenis waarbij maar beter niet al te verstrekkende vragen moeten worden gesteld. Hoe groter de ramp, hoe groter de algemene teneergeslagenheid, hoe sterker het taboe. De aandacht richt zich op de omvang van de tragedie, de doelmatigheid van de hulpverlening en de smart van de nabestaanden. Bovendien: de gevolgen mogen omvangrijk zijn, het risico heette doorgaans klein. Over het algemeen beperkt het latere onderzoek zich tot de "toevallige' samenloop van omstandigheden - waardoor de chauffeur de macht over zijn stuur verloor, de treinbestuurder door rood reed, het ruim niet werd afgesloten of de piloot met zijn vliegtuig op de bebouwde kom neerstortte.

De interdependentie tussen de verschillende delen van de wereld komt vooral tot uitdrukking in de moderne elektronische communicatie en in de luchtvaart. De luchtvaart bevredigt bovendien een massale behoefte aan snelle verplaatsing over grote afstanden en aan nieuwe vergezichten. Iedere agglomeratie van enige betekenis wenst een onmiddellijk bereikbare aansluiting op het fijnmazige, de wereld omspannende verbindingsnet, eensdeels om de wereld te kunnen ontvangen, eensdeels om er zelf op uit te kunnen trekken. Uiteindelijk gaat het om een onontkoombare voorwaarde om deel te hebben aan ontwikkeling op politiek, economisch, sociaal en cultureel gebied. Wonen en reizen zijn onafscheidelijk geworden.

De Nederlandse samenleving heeft aanvaard dat de nationale luchthaven in het dichtst bevolkte gebied ligt. Dat is overigens pas sinds het begin van het straaltijdperk en de verschijning van de "wide body' als maatschappelijk probleem onderkend. "De lastige Zwanenburger' kon zo een begrip worden. Maar anders dan bijvoorbeeld in de Bondsrepubliek waar de overlast van laagvliegende militaire vliegtuigen nationale betekenis kreeg, is het verzet in Nederland tegen verschijnselen die met de luchtvaart samenhangen praktisch lokaal bepaald. En waar de beslissingen op dit gebied nationaal worden genomen, is de kritiek erop politiek een randverschijnsel gebleven.

Het ligt voor de hand dat na de grootste vliegramp in de vaderlandse geschiedenis en als het ware ter verontschuldiging en ter verklaring naar de rest van de wereld wordt verwezen. Dat gebeurt ook en zal nog wel meer gebeuren. Vergelijkenderwijs is Schiphol, zo wordt ons voorgehouden, één van de veiligste vliegvelden, door ligging, door de "high tech' waarmee wordt gewerkt, door het hoog opgeleide en nauwgezette personeel op alle niveaus. Ook elders liggen grote vliegvelden binnen agglomeraties of er zo dicht bij dat opstijgen en landen boven dichtbevolkt gebied niet onder alle omstandigheden kan worden vermeden. Honderd procent veilige vliegroutes bestaan niet, noch voor noch onder vliegtuigen.

En toch is na zondagavond het verlangen naar bezinning, naar onderzoek, naar studie niet te onderdrukken. Vermoedelijk op grond van psychologische overwegingen is de door het ramptoestel aangevlogen Buitenveldertbaan tijdelijk buiten werking gesteld. Maar de sluiting verwijst, waarschijnlijk onbedoeld, naar meer.

Schiphol is bezig met een grootschalige uitbreiding om in de volgende eeuw de groeiende massa's Arrivals en Departures te kunnen verwerken. Behalve op gewin voor personen, instellingen en de vaderlandse regio richt het project zich traditiegetrouw op bevrediging van de nationale trots. De Uiver-emotie heeft inmiddels een lange en hardnekkige geschiedenis. Maar nu zou er in de overwegingen toch ook ruimte moeten worden gemaakt voor tegemoetkoming aan nog een ander gevoelen: dat van alledaagse huiselijke veiligheid. De ramp in de Bijlmermeer kan immers niet slechts voor kennisgeving worden aangenomen.

    • J.H. Sampiemon