Andriessen teleurgesteld over EG-houding bij Oost-Europa

BRUSSEL, 8 OKT. EG-Commissaris Frans Andriessen (buitenlandse betrekkingen) is uiterst teleurgesteld over de houding van de EG ten opzichte van Oosteuropese landen. “Een stap achterwaarts”, zo noemt Andriessen het unanieme besluit van de EG-ministers van handel om zich uiterst terughoudend op te stellen bij het openstellen van de EG-grenzen voor landbouwprodukten uit Roemenië en Bulgarije.

De Europese Commissie had voorgesteld om Roemenië en Bulgarije vergelijkbare handelsconcessies te verlenen als Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije hebben verkregen. Maar tot verbijstering van Andriessen bleken de EG-ministers van handel daar op hun bijeenkomst van afgelopen dinsdag in Luxemburg niet mee te kunnen instemmen. Of liever gezegd: die boodschap werd gedaan door de ambassadeurs uit de verschillende lidstaten, de meeste ministers waren al op weg naar huis toen het agendapunt van de associateverdragen met Roemenië en Bulgarije aan de orde kwam.

Bulgarije en Roemenië nemen slechts 0,4 procent van de totale voedselimport in de EG voor hun rekening. Zelfs een substantiële verhoging, zou dus nog een relatief gering effect hebben. Maar vooral de Duitsers en de Grieken hebben moeite met extra invoer van onder andere zwarte kersen en geitevlees. Daarom besloten de ministers unaniem om minder ver te gaan dan de Commissie.

“Een weinig bemoedigende ervaring”, zo zei commissaris Andriessen vanochtend in een ontbijtgesprek met journalisten. Op de Europese Top in Lissabon, afgelopen juni, werd nog gewezen op de noodzaak om de relaties met de Oosteuropese landen te verdiepen, inclusief op het gebied van de handel. Door zich nu uiterst restrictief op te stellen tegenover Bulgarije en Roemenië dreigt de “kloof tussen mooie verklaringen en wat we in werkelijkheid doen steeds groter te worden”, aldus Andriessen.

Het Britse voorzitterschap van de EG heeft drie andere Oosteuropese landen - Polen, Hongarije en Tsjechoslowakij - voor eind van deze maand uitgenodigd voor een topconferentie in Londen over toetreding tot de EG. Andriessen zei vanochtend dat hij grote twijfels heeft of die drie landen economisch gezien in staat zullen zijn om al voor het eind van dit decennium volledig toe te treden tot de EG. Maar dat neemt niet weg dat op andere terreinen vormen van integratie met de gemeenschap gevonden kunnen worden, bijvoorbeeld door het intensiveren van de politieke dialoog, aldus Andriessen. In het verleden heeft hij al vaker de mogelijkheid geopperd van "geaffilieerde lidmaatschappen'.

Komend weekeinde zal Andriessen in Brussel om de tafel gaan zitten met de Amerikaanse handelsafgevaardigde Hills in wat algemeen wordt beschouwd als een "alles of niets' poging om een doorbraak te forceren in de GATT-onderhandelingen over liberalisering van de wereldhandel. Andriessen voorziet dat het een “heel moeilijk” gesprek zal worden, maar volgens hem zijn er voldoende elementen aanwezig om een resultaat te boeken dat voor beide partijen verdedigbaar is. “Er is voldoende ruimte om tot een compromis te komen.” Een positief resultaat is van groot belang als signaal in de huidige de kwakkelende economische situatie in de wereld.

Landbouwsubsidies vormen het gevoeligste onderwerp in de GATT-onderhandelingen. Vooral Frankrijk kijkt uiterst wantrouwend naar de Amerikanen, die de grootste graanconcurrent zijn op de wereldmarkt. Maar, aldus Andriesen, de Fransen moeten zich niet blindstaren op de landbouw, hoe belangrijk die sector is. Een mogelijk GATT-akkoord zal ook betrekking hebben op bijvoorbeeld de dienstensector, waar de Fransen internationaal gezien zeer concurrend zijn. Ongeveer 60 procent van de werkgelegenheid in de EG is terug te vinden in de dienstensector.

Overigens is volgens Andriessen de weerstand op het Franse platteland terug te voeren op de hervorming van het EG-landbouwbeleid, waartoe afgelopen mei werd besloten. De GATT-onderhandelingen staan daar los van. “Dat moet beter worden uitgelegd”. Ook zonder GATT-onderhandelingen bestond de noodzaak het landbouwbeleid te hervormen. Die hervorming biedt wel een basis voor het bereiken van een GATT-akkoord.

Andriessen heeft moeite met de wijze waarop de discussie over de zogenoemde subsidiariteit momenteel wordt gevoerd. Volgens hem moet worden voorkomen dat de discussie over subsidiariteit bepalend gaat worden voor de richting van de Europese integratie. “We moeten eerst vaststellen welke soort integratie we in de Gemeenschap willen, en dan het begrip subsidiariteit gebruiken als een instrument om het proces van integratie zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Het moet niet andersom zijn.”

Andriessen ontkent dat de Europese Commissie een te grote dominantie heeft in het institutionele machtswevenwicht met de Europese Raad en het Europese Parlement. Voorstellen om het initiatiefrecht van de Commissie aan banden te leggen, zijn volgens hem uit den boze. Het zou “een vergissing” zijn om de Europese Commissie een soort subsidiariteits-test te laten afleggen alvorens de Commissie aan het werk kan gaan. Eerder deze week heeft Duitsland een voorstel in die richting gedaan, waartegen overigens de kleinere lidstaten van de EG zich verzetten.

De huidige discussie over subsidiarteit concentreert zich vooral op de procedure van besluitvorming binnen de EG. Daardoor krijgt het debat al gauw een juridisch-technisch karakter. Ook al omdat toetsing van het begrip in het Verdrag van Maastricht wordt overgelaten aan het Hof van Justitie. Maar, zo benadrukt Andriessen, het gaat in wezen om een politieke discussie. “We hebben behoefte aan de politiek debat, aan een politiek oordeel”.

    • Wim Brummelman