100% schoon is niet optimaal

Groen is goed. Alles moet groen. Terug naar de natuur. Stop de vervuiling. Laat de vervuiler betalen. Rokende schoorsteenpijpen worden afgeknepen, lozende buizen gemuilkorfd, auto's krijgen een katalysator ondergebonden, brave burgers staan driehoogachter hun eigen afval te composteren. Via verbodsbepalingen, vergunningen en heffingen (groentax) is de overheid bezig de vervuilers aan te pakken en het milieubederf terug te dringen. Kortom, we zijn goed op weg onze omgeving weer leefbaar te maken.

Daarbij laten ook economen zich van hun beste kant zien door uit te leggen dat een schoon milieu belangrijk is, omdat de mensen het belangrijk vinden. Ze leggen geduldig uit dat de welvaart - de behoeftenbevrediging van de burgers - ermee gediend kan zijn een spoorweg niet aan te leggen als daardoor een recreatiegebied in tact blijft. Iedereen groen en gelukkig, zou je zeggen. Maar zo eenvoudig is het niet. Economen zouden hun professie tekort doen als ze niet af en toe roet in het groen zouden gooien.

Kort gezegd komt het hier op neer. Een leefbaar milieu is een economisch goed zoals alle andere. Om zo'n goed te produceren moeten er middelen worden opgeofferd. Grondstoffen, energie, arbeidskracht, vernuft en machine's. Die produktiefactoren kunnen ook worden ingezet om er iets anders dan een schone omgeving mee te produceren. Bijvoorbeeld beter onderwijs, stadsvernieuwing of ontwikkelingshulp. Als je zonder die alternatieven af te wegen al het geld in het milieu steekt, ben je verkeerd bezig. Steeds weer moet bij iedere gulden worden nagegaan in welke richting hij het best kan worden besteed.

Voor wie nog niet overtuigd is, wil de econoom graag een grafiekje tekenen om te laten zien dat een 100% schoon milieu niet optimaal is.

Langs de verticale as lezen we guldensbedragen af. Langs de horizontale as meten we van links naar rechts de mate waarin het milieu vervuild is. Helemaal links in punt Q0 is de vervuiling nul. Anders gezegd, de kwaliteit van het milieu is dan hoog. Verder naar rechts bewegend neemt de vervuiling toe en de kwaliteit van het milieu af. De stijgende lijn TS meet de totale schade die de mensen ondervinden als de vervuiling toeneemt. Een probleem is natuurlijk hoe je die schade in guldens kunt uitdrukken. Daar hebben we wat op gevonden. We kunnen mensen vragen hoeveel geld ze over hebben om van die schade af te komen. Stel dat familie Groenzaam bereid is ƒ 30,- per maand te betalen als daarmee wordt bereikt dat de chemische fabriek die de buurt staat te verstinken, daarmee ophoudt. Je kunt dan zeggen dat de familie G. de stankoverlast van die fabriek op ƒ 30,- per maand waardeert. Terug naar de grafiek, naar punt Q1, dat de mate van vervuiling van het moment aangeeft. Deze vervuiling kun je bestrijden, maar dat kost geld, de behandelingskosten. In punt Q1 wordt daar niets aan gedaan, de behandelingskosten zijn gelijk aan nul, de milieuschade is hoog. Beweeg je vanuit punt Q1 naar links dan stijgen deze behandelingskosten (TB). Hoe schoner het milieu is, hoe steiler de kosten stijgen om het nog schoner te maken. De fijnproever herkent hier de 'wet' van de afnemende meeropbrengsten. Vrij vertaald: naarmate je meer guldens aan iets besteedt, wordt de extra resultaat van een extra gulden kleiner.

In Q0 is de milieuschade nul, maar de behandelingskosten om dit te bereiken zijn heel hoog. Ergens tussen die twee situaties Q1 en Q0 moet een optimale combinatie van milieukwaliteit en behandelingskosten bestaan. Dit punt vinden we door in de grafiek overal TS en TB bij elkaar op te tellen. Voorbeeld: het lijnstuk AD is de som van AC en AB. De nieuw gevonden kromme laat de som zien van de totale behandelingskosten en de totale milieuschade. In punt Q2 is die som zo klein mogelijk; dit is de optimale toestand. Het milieu is in deze situatie niet volkomen schoon, de vervuiling is niet tot nul teruggebracht. Het is zo schoon als de mensen wensen blijkens hun in guldens uitgedrukte waardering. Er is rekening mee gehouden dat er voor die guldens ook nog andere nuttige aanwendingen zijn. Rekening houden met de beperktheid van de middelen, wijzen op alternatieve gebruiksmogelijkheden, dat is economie.

De groenrage van het moment lijkt wel eens voorbij te schieten aan dit soort afwegingen. Dat komt onder andere omdat de beslissingen over het schoonmaken van het milieu niet door de betalers worden genomen. Het is vaak de centrale overheid die regels oplegt aan lagere overheden, bedrijven en consumenten. Het kan ook zijn dat de EG zaken voorschrijft aan de lidstaten. Waar beslissen en betalen niet in één hand zijn, komt het nogal eens voor dat de beslisser onvoldoende aandacht heeft voor de kosten die de betaler op zijn bord krijgt. Een Amerikaans econoom heeft becijferd dat de in 1990 gewijzigde Clean Air Act per jaar tussen de 29 en 36 miljard dollar kost, terwijl de opbrengsten tussen de 6 en de 25 miljard liggen.

Al te groen is ook niet goed.

    • Rolf Schöndorff