Windhoos

Treinbrieven, bestaan die nog? Uit alle hoeken van de provincie werden ze aan conducteurs meegegeven naar Arnhem, waar ze van het station werden gehaald door een koerier van de krant.

Op een ochtend trof ik, uit Aalten of zoiets, nieuws aan over een windhoos. Daarbij was sprake van schade aan te velde staande gewassen. Leek me belangrijk. Ik gaf er een vette kop aan en het bericht draaide mee in alle edities van die dag. Er moeten dus ook andere redacteuren zijn geweest die het belangrijk vonden, maar eerlijk is eerlijk, ik was ermee begonnen.

De volgende dag liep de heer Ganzenbrink rakelings achter me langs. “Van Zomeren”, gromde hij in zijn laagste register, “heb je even tijd?” Maar natuurlijk meneer Ganzenbrink. In een wip stond ik in zijn kamer.

Weer dat bloedstollende “Van Zomeren”, nu gevolgd door de vraag: “Welke gewassen denk je dat op het ogenblik te velde staan?” Een blamage in heel Gelderland! Het was november. Die treinbrief was een maand of drie onderweg geweest.

Er ging een oekaze uit dat op binnenkomende treinbrieven de data moesten worden gecontroleerd. Alsof zoiets deze eeuw nog eens zou kunnen gebeuren.

Ikzelf stak er dit van op: je ergste fouten zijn die welke de krant ontwijden. Ontwijden? Was die krant heilig dan? Ja, de krant was heilig.

    • Koos van Zomeren