Werkloosheid

De meeste werknemers hebben bij hun bedrijf tegenwoordig wel een pensioenregeling.

Hoe zit het met het pensioen indien de werknemer werkloos wordt? Sedert 1 januari 1988 kan voor bepaalde categorieën werknemers de pensioenvoorziening tijdens werkloosheid worden voortgezet. De voortzetting vindt plaats doordat het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering (FVP) de pensioenpremie voor de werkloze werknemer doorbetaalt. Het FVP, waarvan de administratie berust bij de Sociale Verzekeringsbank, is in 1973 opgericht en heeft een vermogen van ruim drie miljard gulden. De rente-baten (van ruim 250 miljoen gulden per jaar) gebruikt het FVP voor de pensioenopbouw van werkloze werknemers.

Niet elke werknemer komt voor voortzetting van zijn pensioenopbouw in aanmerking. Er geldt een aantal voorwaarden. Op de eerste plaats moet de werknemer recht hebben op een loongerelateerde uitkering krachtens de WW. Het gaat dan om de basis-uitkering WW van een half jaar en de verlengde WW-uitkering, waarvan de duur afhankelijk is van het arbeidsverleden met een maximum van 4,5 jaar. Alleen werknemers die op de eerste werkloosheidsdag 57,5 jaar of ouder waren, hebben ook tijdens de periode dat zij een vervolguitkering WW ontvangen (waarvan de hoogte is gekoppeld aan het minimumloon), recht op betaling van de pensioenpremie door het FVP. Deze categorie oudere werklozen ontvangt de vervolg-uitkering tot hun 65-jarige leeftijd, zodat voor hen de voortzetting van de pensioenopbouw in het algemeen tot aan de pensioendatum is verzekerd.

Naast het ontvangen van een WW-uitkering is de leeftijd van de werknemer van belang voor het recht op premiebetaling door het FVP. Is de werknemer op de eerste werkloosheidsdag veertig jaar of ouder, dan betaalt het FVP de premie voor verdere opbouw van het ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen. Indien de werknemer op de eerste werkloosheidsdag nog geen veertig jaar was, zal het FVP slechts een koopsom betalen voor het nabestaandenpensioen ingeval de werknemer overlijdt tijdens de periode dat recht op WW bestaat.

Vervolgens is van belang dat de werknemer direct voorafgaand aan de werkloosheid deelnam in een pensioenregeling die ook onder de werkingssfeer van de FVP-uitkeringsregels valt. Een aantal pensioenregelingen is uitgesloten van het recht op premiebetaling, de ABP-wet en de Spoorwegpensioenwet.

De voorwaarde dat de werknemer onmiddellijk voorafgaand aan de werkloosheid deelnam in een pensioenregeling, brengt mee dat geen recht bestaat op premiebetaling door het FVP, indien de laatste werkgever geen pensioenregeling had. Hierdoor kan bij opnieuw intredende werkloosheid na aanvaarding van een nieuwe baan het recht op FVP-premiebetaling verloren gaan. Dit kan zich voordoen wanneer de werknemer op grond van een vorig dienstverband een WW-uitkering ontvangt met een daaraan gekoppelde premiebetaling door het FVP, terwijl de nieuwe werkgever geen pensioenregeling kent. Dit probleem ontstaat niet wanneer de werkhervatting korter dan 26 weken is. Er ontstaat dan geen nieuw WW-recht, zodat de WW-uitkering en de FVP-premiebetaling op grond van het eerste dienstverband herleven. Duurt de periode van werkhervatting echter 26 weken of langer, dan ontstaat een nieuw recht op WW op basis van het laatste dienstverband en tevens ontstaat dan een nieuw FVP-recht. Nam de werknemer bij de laatste werkgever niet deel in een pensioenregeling, dan voldoet hij niet aan de voorwaarden om voor premiebetaling door het FVP in aanmerking te komen. Werkhervatting kan zo voor de werkloze werknemer een aanzienlijk nadeel in de opbouw van zijn pensioenrechten meebrengen. Toepassing van de regels van het FVP kan daarom leiden tot het ongewenste effect dat werknemers blijvende werkloosheid met de daaraan verbonden voortzetting van de pensioenvoorziening zullen verkiezen boven het aanvaarden van tijdelijk werk elders. Om te voorkomen dat bij werkhervatting het recht op FVP-premiebetaling verloren gaat, kan hooguit het FVP een hardheidsclausule toepassen. Anders zullen de FVP-regels in sommige situaties een belemmering vormen voor de wederinschakeling van werklozen in het arbeidsproces.

    • Prof. Dr. E. Lutjens