Walsh laat betere prostaat-operatie zien

ROTTERDAM, 7 OKT. Bijna 170 van de in totaal 220 Nederlandse urologen waren vanochtend getuige van een betrekkelijk unieke operatie van prostaatkanker door de befaamde Amerikaanse professor dr. P.C. Walsh in het Rotterdamse Dijkzigtziekenhuis. Walsh, die verbonden is aan de John Hopkins Universiteit in Baltimore doet eenmaal in de drie dagen een dergelijke operatie, die een aantal voordelen biedt boven de gebruikelijke ingreep. Een van de belangrijkste voordelen is het behoud van de potentie.

Het ging er bij de demonstratie vooral om de Nederlandse collega's de nieuwe technische ontwikkelingen te laten zien. De Amerikaan heeft de afgelopen twaalf jaar een groot aantal beroemdheden onder het mes gehad.

Het gaat om een zogeheten totale prostatectomie, waarbij de aangedane prostaat en de dichtst bijzijnde lymfeklieren worden weggehaald. Op grond van onderzoek is gebleken dat deze wijze van opereren de beste vooruitzichten geeft, maar wordt in Nederland volgens de Rotterdamse uroloog professor dr. F.H. Schröder nog te weinig toegepast.

De demonstratie van Walsh valt samen met het eind van een voorstudie van een bevolkingsonderzoek in Rotterdam naar de zin van vroege opsporing van prostaatkanker. Dat onderzoek is gefinancierd door de Europese Gemeenschap in het kader van het programma "Europe against cancer' en staat onder leiding van Schröder. Voor het vooronderzoek zijn 2.400 mannen van boven de vijftig per brief benaderd. Van hen hebben 832 aan het onderzoek meegedaan, een score van 34 procent. Schröder vindt dat veelbelovend resultaat voor de grote bevolkingsstudie die in januari moet beginnen en die zich richt op alle 106.000 mannen tussen 55 en 74 jaar.

Een identiek onderzoek heeft plaatsgehad in Antwerpen. Daar werden kandidaten doelgericht benaderd door verpleegkundigen en sociaalwerkers en werd een score van 37 procent gehaald. Zowel de Nederlandse als de Belgische resultaten worden als heel goed gezien. In Duitsland, waar bevolkingsonderzoek naar prostaatkanker gewoon is, antwoordt zo'n twaalf procent op de oproep. Een verklaring voor die lage respons zou kunnen zijn dat mannen veel minder dan vrouwen vertrouwd zijn met medisch onderzoek aan hun geslachtsorganen.

Het vooronderzoek heeft uitgewezen wat op grond van de medische literatuur te verwachten was. Bij alle deelnemers werd een bloedtest op een eiwit (een antistof) verricht dat van de prostaat afkomstig is. Geeft die test een sterke afwijking aan, dan is in vijftig tot zestig procent van de gevallen sprake van prostaatkanker. Bij drie procent van de onderzochte mannen werd een duidelijke afwijking gevonden. Die antistoffen worden overigens ook aangetoond bij patiënten met een prostaatvergroting, de zogenoemde oude mannenziekte. Anderzijds werd bij twee procent van de mannen prostaatkanker gevonden, terwijl geen verhoogde hoeveelheid antistoffen werd aangetoond.

In de westerse wereld is prostaatkanker een toenemend probleem. In Nederland overlijden jaarlijks 1.700 mannen aan prostaatkanker. Elk jaar worden 3.500 nieuwe gevallen geconstateerd. Na longkanker is het de meest voorkomende kankersoort bij mannen. In de Verenigde Staten is het de belangrijkste vorm van kanker onder mannen. Nederland is samen met Duitsland, België en Frankrijk koploper bij deze ziekte.

De totale prostatectomie werd voor het eerst door Billroth in 1867 verricht. De operatie, zoals Walsh die uitvoert dateert van precies een eeuw later. Deze vorm van opereren raakte in onbruik, omdat hij altijd een schrik is geweest voor arts en patiënt. Bij de operatie werd vroeger zeer veel bloed verloren en een groot deel van de patiënten bleef blijvend incontinent en impotent. De nieuwe operatietechniek voorkomt deze bijwerkingen in vergaande mate.

Walsh heeft de afgelopen tien jaar veel bijgedragen aan de vervolmaking van de totale prostatectomie. Door een verfijnder techniek van opereren zijn de problemen goeddeels opgelost. Er is geen sprake meer van veel bloedverlies. Ook incontinentie als gevolg van de ingreep kan nu goed worden voorkomen. Door anatomische studies is bovendien meer inzicht verkregen in de zenuwbanen rond de prostaat, die moeten worden ontzien om de potentie van de patiënt te behouden.

Bij de 1.200 gevallen die Walsh heeft geopereerd is slechts tien procent van de patiënten beneden vijftig jaar impotent gebleven. Bij de groep tussen vijftig en zestig jaar loopt dat percentage op naar 25 procent. Bij mannen tussen zestig en zeventig jaar blijft veertig procent impotent en van de groep boven zeventig jaar kan driekwart niet meer aan de huwelijkse verplichtingen voldoen.