Verlof voor ouder populair bij overheid

DEN HAAG, 7 OKT. Steeds meer personeel van de rijksoverheid maakt gebruik van ouderschapsverlof. In 1991, het tweede volle jaar dat dit recht bestaat, namen 4.534 rijksambtenaren ouderschapsverlof op. Het jaar daarvoor waren het er 1.343. Dat staat in de publikatie Overheid en Arbeidsmarkt 1992, die minister Dales (binnenlandse zaken) vandaag aan de Tweede Kamer heeft gezonden.

Mannen maakten van het verlof iets meer gebruik dan vrouwen: 2.430 mannen tegenover 2.113 vrouwen. Maar in verhouding tot het aantal personeelsleden tot 45 jaar gingen meer vrouwen met ouderschapsverlof dan mannen: 6,3 procent tegen 3,4 procent bij mannen.

Het ouderschapsverlof bestaat uit een onbetaald deeltijdverlof en geldt zowel in het bedrijfsleven als bij de overheid. Een werknemer met een dienstverband van ten minste een jaar heeft recht op deeltijdverlof gedurende een periode van zes maanden. De wekelijkse arbeidstijd kan in die periode worden teruggebracht tot ten minste twintig uur.

Beide ouders kunnen ieder afzonderlijk gebruik maken van het ouderschapsverlof. Het mag worden opgenomen totdat het kind naar de basisschool kan. Over de verlofuren wordt geen loon doorbetaald. Sinds 1 januari 1991 hebben alle werknemers recht op ouderschapsverlof. Dat is vastgelegd in de Wet op het Ouderschapsverlof.

In de publikatie Overheid en Arbeidsmarkt 1992 staat verder dat de doelstelling om het aandeel vrouwen op alle niveaus van het militaire personeel te verhogen, niet lijkt te worden gehaald. Na een aanvankelijke stijging van het aandeel van vrouwelijke militairen treedt nu stagnatie op.