SER in advies: Reikwijdte van CAO's niet beperken

DEN HAAG, 7 OKT. De SER vindt dat het algemeen verbindend verklaren van bepalingen uit CAO's niet moet verdwijnen. De meerderheid van werkgevers, werknemers en een aantal Kroonleden meent bovendien dat op deze algemene regel geen uitzonderingen moeten worden gemaakt.

Dit staat in een concept-advies dat de Sociaal-Economische Raad volgende week vrijdag behandelt. Binnen de commissie die het advies heeft voorbereid vinden twee van de vijf onafhankelijke Kroonleden dat de minister van sociale zaken CAO-afspraken die in strijd zijn met belangrijke sociaal-economische doelstellingen van het kabinet, niet algemeen verbindend moet verklaren. Die twee zijn prof.drs. G. Zalm, directeur van het Centraal Planbureau en de Utrechtse hoogleraar prof.dr. C. Nieuwenburg.

Minister De Vries (sociale zaken) had de SER om het advies gevraagd. Standaardprocedure is nu dat afspraken over arbeidsvoorwaarden aan de minister worden voorgelegd, waarna hij ze algemeen verbindend verklaart, dat wil zeggen ook verplicht stelt voor bedrijven en werknemers die niet bij het overleg waren betrokken, omdat ze niet zijn aangesloten bij een werkgeversorganisatie of vakorganisatie die CAO's afsluiten.

Volgens het unanieme standpunt van de SER-commissie is de waarde van de algemeen-verbindendverklaring voor goede en stabiele arbeidsverhoudingen in Nederland afdoende bewezen. Het instrument wordt van wezenlijk belang geacht voor het goed functioneren van de economie en de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland voor bedrijven.

Voor wat betreft de vakbonden is de kous hiermee af en blijft het algemeen verbindend verklaren van CAO-bepalingen nu verder buiten discussie. De werkgeversorganisaties VNO en NCW vinden echter, net als Zalm, dat dit systeem over enkele jaren opnieuw moet worden bekeken.

De Vries zelf heeft dit instrument de laatste tijd verder ter discussie gesteld naar aanleiding van de bovenwettelijke afspraken die werkgevers en vakbonden in recente CAO's over ziekte-uitkeringen hebben gemaakt. Hij acht deze in strijd met de aanbeveling van de Stichting van de Arbeid, eind 1991, om het ziekteverzuim door middel van financiële prikkels terug te dringen. Werkgevers- en werknemersorganisaties vinden het niet gepast als de minister op dit punt CAO's niet verbindend zou verklaren. Ook het kabinet heeft onderschreven, stellen zij, dat de bestrijding van het ziekteverzuim via CAO-afspraken tot hun competentie behoort en dat pas medio 1993 zou worden nagegaan of er voldoende resultaten zijn geboekt. Algemeen verbindend verklaren mag niet aan maatstaven worden gebonden “die onderhevig zijn aan de politieke inzichten van een bepaald moment”.

Een ander argument tegen de algemeen-verbindendverklaring, dat dure CAO-afspraken een belemmering vormen voor nieuwe en kleine bedrijven, gaat volgens de meerderheid in de SER ook niet op. Zij wijst erop dat het nu al mogelijk is de minister dispensatie te vragen van CAO-bepalingen, maar dat daarvan nauwelijks of geen voorbeelden bekend zijn.

De SER-commissie is unaniem van mening dat de toepassing van de algemeen-verbindendverklaring moet worden verruimd: ook afspraken over arbeidsomstandigheden, arbeidsmarkt en scholing moeten eronder vallen.