Regels voor individuele huursubsidie aangescherpt

DEN HAAG, 7 OKT. De regels voor huurders om voor individuele huursubsidie in aanmerking te komen, worden op een aantal punten strenger gemaakt. Dit blijkt uit een nota die staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Samenwonende broers en zusters worden voortaan gelijk behandeld met andere samenwonenden, dat wil zeggen dat hun inkomens volledig bij elkaar worden opgeteld om te bepalen of en voor hoeveel huursubsidie ze in aanmerking komen. Nu geldt voor hen nog dezelfde regeling als bij inwonende kinderen of inwonende ouders, van wie de eerste 9.000 gulden aan belastbaar inkomen buiten beschouwing wordt gelaten.

Bejaarden in dure huurwoningen (huren boven de 865 gulden per maand) krijgen voortaan, zoals nu al geldt voor andere huurders, geen huursubsidie meer. Alleen als er voor de bejaarde echt geen andere woning beschikbaar is, kan op deze regel een uitzondering worden gemaakt. Op dit moment krijgen 4.000 bejaarden in dure huurwoningen nog wel subsidie. Voor woningen met een garage moet voortaan eerst 50 gulden van de huur worden afgetrokken om de hoogte van de subisidie te bepalen.