Onderzoek: Oost-Europa is te arm voor EG

BRIGHTON, 7 OKT. De Oosteuropese landen zijn zo arm dat de kans dat zij binnen twintig jaar kunnen toetreden tot de Europese Gemeenschap gering is. Dit blijkt uit een onderzoek dat is uitgevoerd door het Centre for Economic Policy Research (CEPR).

Als Polen, Hongarij en Tsjechoslowakije nu tot de EG toetreden, zou dat de Gemeenschap circa 10,9 miljard ecu (27,25 miljard gulden) kosten. En dat bedrag zou met 13 miljard ecu toenemen als Roemenië en Hongarië eveneens toe zouden treden.

Wat betreft toetreding van de Efta-landen (de Europese Vrijhandelsassociatie, waartoe Oostenrijk, Zwitserland, Noorwegen, Zweden, Liechtenstein, Finland en IJsland behoren) ziet het CEPR geen problemen. “Wij denken dat de Efta-landen geen enkel probleem veroorzaken en dat zij direct tot de EG kunnen toetreden. Voor de Centraal- en Oosteuropese landen zal dit in de komende twintig jaar niet tot de mogelijkheden behoren”, zei CEPR-directeur Richard Baldwin gisteren op een persconferentie in Brussel.

Vier Efta-landen - Oostenrijk, Finland, Zweden en Zwitserland - hebben het EG-lidmaatschap reeds aangevraagd. Noorwegen zal vermoedelijk in november een aanvraag indienen. IJsland en Liechtenstein hebben hierover nog geen besluit genomen.

Dwars op de uitkomsten van het rapport staat de uitnodiging van EG-voorzitter Groot-Brittannië aan de leiders van Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije voor een topconferentie in London op 28 oktober, waar gesproken zal worden over toetreding van de drie landen tot de EG.

Minister van buitenlandse zaken Douglas Hurd maakte de uitnodiging wereldkundig tijdens de conferentie van de Conservatieve Partij.Hij is van mening dat alle drie de landen in de komende tien jaar moeten worden toegelaten als volwaardige EG-lidstaten. Hurd refereerde niet aan het feit dat de Tsjechoslowaakse federatie binnenkort, vermoedelijk op 1 januari 1993, uit twee onafhankelijke staten zal bestaan. De topconferentie is een onderdeel van het Britse beleid om de Gemeenschap te verbreden. De overige lidstaten pleiten juist voor intensivering van de samenwerking tussen de huidige twaalf partners.

Tijdens zijn rede zei Hurd: “De mensen uit Centraal- en Oost-Europa hebben het juk afgelegd van veertig jaar communisme. De geschiedenis zal ons ferm veroordelen als we hun geen hulp bieden om vooruit te komen.”

Hurd zei dat de EG reeds samenwerkingsovereenkomsten met de drie landen heeft gesloten. Hij voegde eraan toe dat de overeenkomsten nog gebrekkig zijn, maar dat aan verbetering wordt gewerkt. Hurd deelde mee dat het doel was om de voormalige communistische landen meer handelsvrijheden te geven, een betere toegang tot goederen in West-Europa. (Reuter)