Monsterverbond tegen sneltram Utrecht

Op het plan voor een sneltram in de Utrechtse binnenstad wordt sterk verdeeld gereageerd. Maandag legden ondernemers hun bezwaren uit, vanavond mogen de burgers inspreken.

UTRECHT, 7 OKT. Veel lege stoelen, maandagavond in zaal 215 van het Jaarbeursgebouw. Het college van B en W had gerekend op een grote opkomst van ondernemers op de inspraakavond over de plannen voor een sneltram door de Utrechtse binnenstad. Maar slechts enkele tientallen zakenlieden waren verschenen en een handvol deed zijn beklag. Mogelijk is het vanavond drukker, want dan mag de burgerij inspreken.

De tamme reactie van ondernemerszijde betekent niet dat zij de tram accepteren, verzekert voorzitter M. Hellemans van de Ondernemersvereniging Centrum Utrecht (OCU). Zelf had hij niet de moeite genomen om op de inspraakavond te verschijnen. “Ons standpunt is bekend. Zo'n avond is alleen bedoeld om aan de mensen mee te delen dat de zaak doorgaat.” De ondernemers vrezen dat de sneltram hun winkels onbereikbaar maakt. De gemeente wil met de tram het gebruik van de auto terugdringen en dat zou klanten afschrikken. Bovendien blijft in sommige straten maar weinig ruimte voor laden en lossen.

Voor het gemeentebestuur is de sneltram onontkoombaar. De vervoersstroom naar de oostkant van de stad, waar universiteit, academisch ziekenhuis en veel nieuwe kantoren zijn gevestigd, kan in de toekomst niet meer met bussen worden opgevangen. In het westen is ontsluiting nodig voor de stadsuitbreiding in het kassengebied van Vleuten. Bovendien is berekend dat een nog te ontwikkelen bedrijventerrein bij het verkeersknooppunt Oudenrijn honderd miljoen gulden meer kan opbrengen, als er een sneltram doorheen loopt.

Tegenover deze opeenstapeling van belangen hebben de busbedrijven, ondernemers, inclusief de Kamer van Koophandel, fietsliefhebbers, bewonersgroepen en de politieke partijen D66 en Groen Links zich verenigd in een monsterverbond. Zij bepleiten een ondergrondse bus, waarbij later nog kan worden overgeschakeld op een sneltram. De kwetsbare binnenstad wordt dan ontzien. D66 en Groen Links hadden vorige week ten behoeve van hun optie een redelijk bezochte alternatieve inspraakavond belegd.

Volgens de gemeente is een tunnel veel te duur. Minister Alders heeft de regio 600 miljoen gulden geboden voor de ontwikkeling van hoogwaardig openbaar vervoer en met een tunnel blijft er niets over voor de regio. Met dezelfde redenering heeft de provincie zich tegen de aanleg van een bovengrondse tram gekeerd. Vorige week maakten Gedeputeerde Staten bekend dat zij de voorkeur geven aan de bus. In dat geval blijft er nog geld over voor de buurgemeenten.

Het standpunt van GS is door Utrecht met schouderophalen beantwoord. De provincie speelt in deze discussie geen rol, luidt de redenering. Toetssteen voor rijkssteun is of de stad overeenstemming kan bereiken met de omringende gemeenten in de vervoerregio. Die overeenstemming is er nog niet. Diverse gemeenten kijken met afgunst naar het bedrag dat de tram vereist. Voorts vrezen zij dat het te verwachten tekort op de tramexploitatie ten koste zal gaan van het regionale busnet.

Intussen is het gemeentebestuur druk doende om in de stad zelf meer steun te verwerven. Met de Kamer van Koophandel zijn besprekingen gaande om te bekijken hoe het centrum toch nog toegankelijk kan blijven met de auto. Daarbij wordt gedacht aan de bouw van parkeergarages aan de rand van het centrum. Volgende week zal het bestuur van de Kamer zich definitief over de sneltram uitspreken.

Het gemeentebestuur rest nóg een knoop die moet worden ontward. De ingrepen in de stad zullen leiden tot een forse toename van het fietsverkeer. Dat is althans de bedoeling. In de binnenstad blijft langs de trambaan echter weinig ruimte voor de fiets over. Daarmee handelt het gemeentebestuur in strijd met zijn eigen Fietsnota, concludeert K. Rotteveel van de fietsersbond ENFB. In het verkeersknooppunt dat Utrecht vanouds is, is straks dus wellicht een nieuw fenomeen te bezichtigen: files op het fietspad.