Kabinet wijst vorming "belastingvriendelijke' zone's af: "Fiscaal regime aanpassen'

DEN HAAG, 7 OKT. Het bestaande Nederlandse fiscale stelsel biedt ondernemingen nog steeds een concurrentievoordeel op het buitenland. Maar “internationale ontwikkelingen verkleinen de relatieve voorsprong op fiscaal gebied die Nederland als vestigingsplaats heeft”. Om het concurrentievoordeel te behouden, moeten op korte termijn maatregelen worden genomen, onder andere over vervroegde afschrijvingen en onbeperkt verrekenen van verliezen.

Dit schrijft staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) in de "Oriëntatienota fiscaal vestigingklimaat' die gisteren naar de Tweede Kamer is gestuurd. De nota is een vervolg op het overleg dat Van Amelsvoort begin dit jaar met de Tweede Kamer had. De Kamer spoorde de staatssecretaris van financiën en minister Andriessen (economische zaken) aan een onderzoek te doen naar het creëren van "belastingvriendelijke' zone's.

In de nota beperkt Van Amelsvoort zich tot het stelsel van de winstbelasting. De herziening van de loon- en inkomstenbelasting blijft buiten beschouwing en over de vermogensbelasting verschijnt binnenkort een aparte nota.

Al eerder liet Van Amelsvoort de Kamer weten dat hij geen kans ziet Nederlandse bedrijven aan te pakken die via een vestiging in België belastingheffing over hun winst in grote mate ontwijken. Het gaat hierbij om de Belgische coördinatie centra-regeling van 1982. Bij deze België-route richt een buitenlands bedrijf in België een zogenoemd coördinatie-centrum op. Het rendement op het eigen vermogen is belastingvrij en het tarief van de vennootschapsbelasting is 8 procent. Ter vergelijking: in Nederland geldt een percentage van 35, en wordt de eerste 250.000 gulden belast met een tarief van 40 procent.

Volgens Van Amelsvoort heeft Nederland een “evenwichtig en solide” fiscaal stelsel dat tot een internationale concurrentiepositie heeft geleid die “sinds vele jaren als zeer bevredigend is ervaren”. Maar “wie een koppositie wil behouden, kan niet stil blijven zitten. De komende jaren zullen daarom aanpassingen in de fiscaliteit te zien moeten geven”.

De introductie van "fiscale vrijplaatsen' - zoals de Belgische coördinatie-centra - wijst Van Amelsvoort van de hand. Nederland moet zich niet richten op ondernemingen die uitsluitend op fiscaal voordeel uit zijn en die meteen weer vertrekken zodra zich in een ander land een gunstiger regeling aandient. Dergelijke fiscale constructies ondermijnen de geloofwaardigheid en het vertrouwen van de overheid. Het beleid moet gericht zijn op het aantrekken van reële investeringen die duurzame arbeidsplaatsen creëren, aldus Van Amelsvoort.

De staatssecretaris stelt geen “ingrijpende wijzigingen” voor in het fiscale stelsel. Financiën stelt wel onderzoek in naar de effectiviteit van versnelde en vervroegde afschrijving, tijdelijke verlaging van het tarief van de vennotschapsbelasting en vrijstelling van vennootschapsbelasting om zo de economsiche bedrijvigheid in bepaalde sectoren te bevorderen. Maar Van Amelsvoort verwacht “geen echte impuls voor het vestigingsklimaat”.

Ook wordt onderzocht of valutaresultaten anders gewaardeerd moeten worden. De mogelijkheid wordt bekeken of een buitenlands bedrijf het resultaat van dochterondernemingen mag berekenen in de valuta van het buitenlandse bedrijf.

Verder stelt Van Amelsvoort voor de Nederlandse didivendheffing te beperken als in het buitenland al dividendbelasting is geheven. Tenslotte vindt hij dat er sneller afspraken (rulings) gemaakt moeten kunnen worden tussen de Belastingdienst en buitenlandse ondernemingen over de fiscale afdrachten.