Het "Nimby-gevoel' van Henk Vonhoff; Groningse Commissaris pleit voor aardgaswinning in de Waddenzee

GRONINGEN/ ASSEN, 7 OKT. De Groningse Commissaris der Koningin Henk Vonhoff, tevens voorzitter van de Nationale Natuurbeschermingsraad, is een sterk voorstander van de controversiële aardgaswinning op de Waddenzee en hij vindt dat er ook snel een begin moet worden gemaakt met de exploratie.

Vooral in de noordelijke provincies verzet de Landelijke Vereniging tot behoud van de Waddenzee zich met de actie "Tegengas' fel tegen elke activiteit van oliemaatschappijen op het Waddengebied. En in een recent rapport van de Waddenadviesraad aan de regering wordt gepleit voor verlenging met vijf jaar van het bestaande moratorium, dat in februari 1994 afloopt. In die periode zou een studie gedaan moeten worden naar de vraag in hoeverre gaswinning op de Waddenzee uit een oogpunt van nationale energievoorziening daarna noodzakelijk is.

“Uit een oogpunt van nationale economische belangen is het onmogelijk het gas onder de Waddenzee te negeren”, zegt de prominente liberaal Vonhoff onverstoord. “We weten niet precies hoeveel gas daar zit, maar waarschijnlijk is het zoveel dat de Nederlandse economie, in het bijzonder ons grote industriële potentieel, enorm van deze nieuwe reserves zal profiteren.”

Bij de proefboringen en later de produktie van het gas moet “al het mogelijke gedaan worden om de Waddenzee als belangrijk en kwetsbaar natuurgebied te ontzien”, zegt de Commissaris. Hij pleit ervoor dat de oliemaatschappijen al voor de afloop van het huidige moratorium op nieuwe boringen in de Waddenzee, dat tot februari 1994 duurt, de exploratie vanaf het vasteland door middel van schuine proefboringen voorbereiden. “Ik vind dat daaraan voorkeur moet worden gegeven, boven boortorens of produktietorens in zee. Dan kunnen we nagaan in hoeverre ook de exploitatie (de feitelijke winning) vanf het vasteland kan gebeuren”, aldus Vonhoff. “Maar zou je tot de conclusie komen dat dat niet volledig mogelijk is, dan denk ik dat een met grote behoedzaamheid en grote beperkingen uitgevoerde exploratie en exploitatie niet per se hoeft te worden uitgesloten. Ik vind dat je hier uiterst voorzichtig moet zijn met leerstelligheden.”

Hetzelfde geldt volgens de Groningse Commissaris trouwens voor nieuwe pijpleidingen door de Waddenzee. Gasunie en de Noorse oliemaatschappij Statoil doen een nader onderzoek naar de mogelijkheden om een derde gasleiding van Noorwegen voor export naar West-en Zuid-Europa via de Waddenzee naar een aanlandingsplaats bij de Eemshaven te leiden, nadat die variant eerder door het verzet van de milieubeweging was afgeschreven. De eerste Noorse leiding loopt naar het Noordduitse Emden en de tweede wordt momenteel over de bodem van de Noordzee naar het Belgische Zeebrugge gelegd.

Vonhoff zegt dat er door gaswinning “in feite niet een dusdanige aantasting van de natuur op de Waddenzee optreedt dat je het moet verbieden”. Het provinciaal bestuur zal dan ook medewerking geven voor de benodigde vergunningen, verzekert hij. “Als het om oliewinning op de Waddenzee ging zouden we daar niet aan dènken, daarbij zijn de risico's van verontreiniging veel groter. De werkelijke aantasting van het Waddenmilieu komt niet van economische activiteiten hier in het Noorden, maar van de Rijn. Dat is nog steeds een grote open riool. Via de golfstroom op de Noordzee wordt het vuil noordwaarts en naar de Waddenzee gedreven.”

Behalve van de provincie zijn er voor de gaswinning op de Waddenzee vergunningen nodig van de ministeries van verkeer en waterstaat en milieubeheer (VROM) en de betrokken gemeenten. Maar eerst is een principebeslissing van de regering nodig, in het kader van de nieuwe Planologische Kernbeslissing (PKB) voor het gebied. Daarbij gaat het om de vraag of het moratorium voor gaswinning al of niet wordt verlengd. De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en Elf Petroland beschikken al over concessies voor het gebied en ze hebben met klem in Den Haag gevraagd om vanaf februari 1994 van hun rechten gebruik te mogen maken. Uitstel tot over vijf jaar vinden ze veel te lang.

Wat Commissaris Vonhoff betreft staat het licht op groen: “Ik heb ronduit bezwaar tegen het "nimby-gevoel' (not in my backyard). Daar wordt ik hagels (geprikkeld) van. Ik heb dit soort belangrijke activiteiten liever in mijn achtertuin, waar ik erop kan toezien dat ze op een verantwoorde manier gebeuren, in plaats van elders, waar misschien minder zorgvuldig met het milieu wordt omgesprongen.”

Op het hoofdkantoor van de NAM in Assen worden de mogelijke aardgasreserves onder de Waddenzee veelbelovend genoemd. Uit seismisch onderzoek blijkt dat zich in dit gebied een derde van de "futures' (verwachte, maar nog niet bewezen reserves) bevindt. Tussen de 70 en de 130 miljard kubieke meter, ofwel bijna twee tot meer dan driemaal het jaarlijkse binnenlandse gasverbruik.

NAM-woordvoerder Frank Duut vindt dat de risico's voor het milieu vaak schromelijk worden overdreven. “Wij betreuren dat de Waddenvereniging de informatie zo selectief weergeeft. Het verhaal dat de wadplaten (die bij eb droogvallen en waarop veel vogels neerstrijken) zouden verdwijnen, is onjuist.”

Volgens Duut kunnen er effecten optreden, maar de ervaring leert dat de natuur deze geheel of nagenoeg geheel compenseert, zegt hij. “De bodemdaling gaat heel langzaam en gelijkmatig en door de stroming wordt weer zand aangevoerd. Kijk bijvoorbeeld naar de gasproduktie op Ameland die in de periode 1986 tot 1992 een daling van 9 centimeter op het diepste punt veroorzaakte, ofwel een hellinghoek van 3 millimeter. Dat die meting klopt, is bevestigd door onafhankelijk onderzoek IBN, het voormalige Rijksinstituut Natuurbeheer en het Waterloopkundig laboratorium. Dat onderzoek wijst ook uit dat er nog geen enkel effect op de natuur is waar te nemen.” De 9 centimeter bodemdaling is volgens de NAM-woordvoerder “precies in lijn met onze laatste prognose die uitkomt op een uiteindelijke daling, als het veld leeg is, van 18 centimeter. Maar de Waddenvereniging spreekt van 26 centimeter. Dat is gewoon onjuist.”

Randvoorwaarde van de NAM bij de gaswinning op de Waddenzee is dat er “geen echte schade” aan de natuur mag optreden. Frank Duut: “Daarover zijn we het eens met de Waddenvereniging, en de NAM is ervan overtuigd dat het kan. Maar dan moet je wel accepteren dat je een aantal jaren een produktieplatform aan de einder ziet. We zullen zoveel mogelijk gedevieerd (schuin) boren vanaf het vasteland en de Waddeneilanden. Maar als we gas vinden zal niet alles vanaf het land kunnen worden gewonnen. Uiteindelijk zullen er niet meer dan drie of vier platforms in zee nodig zijn. Niets wordt in zee geloosd, zelfs het regenwater wordt aan wal gebracht en gezuiverd. En er wordt niet met helikopters, die de vogels verjagen, gewerkt. We doen alles per boot.”

    • Theo Westerwoudt