Het nieuwe Europa moet minder dingen beter doen; De minimale inmenging moet bovenaan de agenda van de Top in Birmingham staan

Er zijn twee manieren om in te gaan op een debat zoals dat hier vandaag wordt gehouden. Ik zou met stroop mijn weg kunnen banen naar een soort huldebetoon. Maar uit de tijd van mijn ministerschap van binnenlandse zaken weet ik dat het congres de dingen luid en duidelijk wil horen van een minister die verantwoordelijk is voor een omstreden politiek. Onze partij heeft zichzelf verscheurd over de Europese landbouwpolitiek - en heeft zichzelf tien jaar van de macht uitgesloten. Onze partij zou kunnen breken over Europa - en de gevolgen daarvan zouden Groot-Brittannië ernstige schade toebrengen en onze tegenstanders slechts in de kaart spelen. Laten we daarom besluiten een dergelijke dwaasheid niet te begaan.

Als grote principiële kwesties op het spel staan, zijn botsingen soms onafwendbaar. Maar dat gaat nu niet op. Maar weinig mensen in onze partij zijn van mening dat Groot-Brittannië uit de Gemeenschap moet treden.

Evenzo, zouden maar weinig mensen ervoor zijn dat we meedoen aan een Europese Superstaat. Geen Conservatieve regering zou iets dergelijks toestaan. De enige omstandigheid waarin ik me dat kan voorstellen zou zijn wanneer het gebeurde zonder ons en tegen ons. Dat zou alleen kunnen als we zo dom zouden zijn ons te isoleren, beseffend dat we de gebeurtenissen in Europa de rug zouden toekeren. Maar in de Conservatieve partij bestaat een veel grotere overeenstemming dan we denken.

- We verwerpen een Europa met een centraal gezag. We verwerpen de theorie van een lopende band die ons voortbeweegt in de richting van eén Europese uitvoerende macht en eén Europese regering. - We wensen een grotere Gemeenschap waarin de landen van de Europese Vrijhandels Associatie en eventueel de nieuwe democratieën van centraal-Europa worden opgenomen. - We willen de bureaucratie en de onnodige bemoeienissen van Brussel terugdringen. - We willen een Europa met open grenzen en vrije handel. - We willen een sterke en succesvolle Gemeenschap waarmee we problemen kunnen aanpakken die buiten het bereik van de individuele landen liggen.

Het besef dat het verdrag van Maastricht een blauwdruk is voor een centraal geleid Europa druist in tegen de feiten. Afgelopen herfst is een ontwerp van het verdrag ter tafel gebracht dat de Gemeenschap zeggenschap zou geven over buitenlandse politiek, immigratie en justitie. Dat ontwerp ging uit van centralisme en leidde naar een Europese regering. Maar het is ook onze Gemeenschap. Er was geen enkele manier waarop overeenstemming kon worden bereikt over dat ontwerp. De Nederlandse tekst met zijn federale doelstelling werd van tafel geveegd.

De andere lidstaten hadden door kunnen gaan met die ene munt zonder ons. Maar de Britse premier en de minister van financiën bereikten wat de betweters voor onmogelijk hielden. Zij verzekerden zich van een plaats voor Groot-Brittannië bij het bepalen van de voorwaarden voor een dergelijke munt - zo die ooit van de grond zou komen. Maar zij behielden ook de vrijheid voor een toekomstige Britse regering om de keuze te maken tussen meedoen of niet meedoen.

Op het stuk van de sociale politiek hebben we argumenten naar voren gebracht dat het laatste dat Europa nodig heeft is zichzelf op te zadelen met nieuwe lasten. We zijn het erover eens geworden dat Groot-Brittannië vrij kan blijven van dergelijke lasten.

Labour zou deze molensteen opgewekt om de nek van de Britse industrie hangen. Zij zouden zich vrolijk hebben gecommitteerd aan de afbraak van de Britse werkgelegenheid. De onenigheid over het Sociale hoofdstuk laat de tegenstelling zien tussen de bureaucratische benadering van Labour, met haar centralistische visie op Europa en de Conservatieve benadering. Vertel een socialist dat hij nieuwe controlemiddelen over mensen kan introduceren - via de voordeur, de achterdeur of zelfs de kelderdeur - en je hebt zijn dag goedgemaakt. We moeten de socialisten bestrijden op elke plaats waar ze opduiken met dit achterhaalde gedachtengoed.

De Twaalf zullen samenwerken op het gebied van de buitenlandse politiek - maar alleen als onze belangen samenvallen, terwijl we ons het recht voorbehouden onafhankelijk op te treden als dat niet het geval is. We zullen samenwerken om het hoofd te bieden aan drugs en terrorisme. Maar ook bij de aanpak daarvan zal het gaan om samenwerking tussen nationale regeringen die verantwoording schuldig zijn aan nationale parlementen boven hun gebondenheid aan het Verdrag van Rome.

Het verdrag zal paal en perk stellen aan fraude - het zal de Commissie meer aanspreken op de manier waarop ze belastinggelde besteedt, en het zal die landen tot de orde roepen die in Brussel nieuwe regels onderschrijven maar vervolgens thuis de regels schenden. Dit zijn allemaal ideeën die uit de Britse koker komen.

Het Verdrag onderschrijft het principe van een minimum aan inmenging. Voor het eerst in vijfendertig jaar heeft de Gemeenschap ingestemd met een niet-centralistische koers. In de toekomst mag de Gemeenschap alleen maar optreden als het om doelstellingen gaat die niet op nationaal niveau kunnen worden bereikt.

Binnen de komende drie maanden zullen we de gemeenschappelijke markt voltooien - uiterst belangrijk voor individuele initiatieven. Belangrijke hervormingen zijn overeengekomen op het gebied van de gemeenschappelijke landbouwpolitiek. De Gemeenschap is een paar jaar geleden akkoord gegaan met de toetreding van nieuwe leden. Dit waren voornamelijk Britse ideeën, die door een aantal van onze partners als problematisch werden beschouwd. Nu heeft vrijwel iedereen deze overgenomen.

We winnen de debatten omdat we degelijke argumenten gebruiken die menselijk zijn, maar ook omdat onze partners - ondanks de huidige ruzies - in hun hart weten dat we te goeder trouw zijn en ons verstand gebruiken.

Stel dat we de ratificatie van Maastricht zojuist hadden afgestemd. Als gevolg daarvan zouden we van onze premier vragen om zijn collega's in Europa het volgende mede te delen:

“Herinnert U zich dat Verdrag dat we hebben ondertekend? Dat verdrag met de door mij voorgestelde en door u geaccepteerde concessies? Het verdrag dat zowel uw pers als de onze heeft toegejuicht als een succes voor Groot-Brittannië. Het verdrag waarmee het Lagerhuis van te voren en nadat ik akkoord was gegaan, instemde. Het verdrag dat we hebben opgenomen in het verkiezingsmanifest van mijn partij en dat door het nieuwe Lagerhuis is goedgekeurd? Goed, we maken ons niet langer druk over pro's en contra's. Ik scheur het gewoon aan flarden.”

Hoe kan een Britse premier nog over gezag of geloofwaardigheid beschikken in zo'n situatie? Dit zou dè manier zij om ons land in toekomstige discussies naar de zijlijn te verbannen. We willen niet dat Groot-Brittannië aan de zijlijn staat als er over de veiligheid en de welvaart van Europa wordt beslist. We zijn er diep van doordrongen dat dat niet veilig, niet verstandig en niet juist zou zijn.

Van de twaalf lidstaten hebben er drie een referendum over Maastricht gehouden omdat hun grondwet dat nodig of mogelijk maakt. Negen landen ratificeren het na een debat in het parlement omdat het parlementaire democratieën zijn. Onze partij heeft zich verzet tegen het ondermijnen van het parlement door referenda. We hebben tegen een referendum gestemd in 1975. We hebben geen referendum gehouden over de Europese Akte.

Er is iets mis met de manier waarop mensen nu tegen de Gemeenschap aankijken en deze soms ervaren - niet de toekomstige onder het Verdrag van Maastricht, maar de huidige onder het Verdrag van Rome en de Europese Akte.

Dit is niet alleen het geval in Denemarken en Frankrijk. Het geldt ook voor Groot-Brittannië en Duitsland. Het is een probleem waarover Britse ministers langdurig en intensief gesproken hebben. Het is een fundamentele kwestie als we een duurzame Gemeenschap willen.

Het is begrijpelijk dat mensen bezorgd zijn over wat ze beschouwen als bedreigingen voor de diversiteit en nationale identiteit. Hun bezorgdheid is helemaal toegespitst op Maastricht - ten onrechte, want Maastricht is onderdeel van het proces.

Het nieuwe subsidiariteitsbeginsel ofwel de minimale inmenging is wettelijk niet afdwingbaar vòòr ratificatie. We hebben deze wettelijke onderbouwing nodig. Maar we kunnen daar niet eindeloos mee wachten. Wij willen dat het idee van minimale inmenging ingang vindt in alle geledingen van de Gemeenschap.

De gemeenschap moet leren minder dingen beter te doen. De minimale inmenging moet dus bovenaan de agenda staan van de Europese top volgende week in Birmingham.

    • Douglas Hurd