Gonzalez: wij zijn fout, niet "Maastricht'

MADRID, 7 OKT. Wat je de premier van Spanje ook zou kunnen verwijten, in ieder geval geen gebrek aan politieke moed.

“De verantwoordelijkheid voor de economische crisis”, zei hij vorige week in een parlementair debat over het Verdrag van Maastricht, “ligt bij ons, bij deze regering. Ik aanvaard die verantwoordelijkheid.” Een paar uur later, in een toespraak voor uitgevers en journalisten, legde de leider van de Spaanse socialisten uit wat zijns inziens de oorzaak van de problemen is: “Het lijkt erop, dat wij Spanjaarden bezig zijn boven onze middelen te leven, wij hebben te weinig gespaard en daarom zijn nu strenge aanpassingsmaatregelen nodig en een restrictieve begroting”.

De eeuwige en eeuwig jonge leider van de Spaanse socialisten doet deze bekentenissen aan het begin van een verkiezingsjaar en terwijl zijn partij in de eigen opiniepeilingen op meer dan twintig zetels verlies staat. Wanneer er in de herfst van 1993, of zoveel eerder als het Gonzalez belieft, verkiezingen worden gehouden komt daarmee een einde aan elf jaar socialistische hegemonie in Spanje. Menig politicus zou onder deze omstandigheden het niet eens zo verschrikkelijk hoge begrotingstekort (minder dan drie procent van het BNP) en de zelfs betrekkelijk lage nationale schuld maar even vergeten en de oorzaak voor de economische problemen bij externe factoren zoeken, in het buitenland bijvoorbeeld, misschien wel bij het Verdrag van Maastricht. Niet Gonzalez. “Maastricht is niet de oorzaak, maar de oplossing voor onze problemen”, zo houdt hij kiezers en gekozenen dezer dagen voor.

Deze strategie, of de overtuigingskracht van de premier, lijkt succes te hebben. Terwijl de kritiek op het economische beleid stormachtig is en ook binnen zijn eigen partij, en naar verluidt zelfs binnen het kabinet, om het aftreden van minister Solchaga van financiën en economische zaken wordt geroepen, blijft "Maastricht', met zijn strenge eisen voor toetreding tot de economische en monetaire unie, vrijwel buiten schot. Er heeft de roep om een referendum geklonken, maar die wordt door de regering beantwoord met een later deze maand te beginnen informatiecampagne. In het parlement is het alleen het communistische deel van de verkiezingscoalitie Verenigd Links dat zich tegen ratificatie verzet.

De vakbeweging, die een paar maanden geleden na een goeddeels mislukte algemene staking tegen het regeringsbeleid nog nieuwe acties voor het najaar aankondigde, lijkt zo geschrokken te zijn van het dreigende economische perspectief dat men nu in plaats daarvan toenadering tot de regering zoekt. Vijf jaar na de traumatische breuk tussen de socialistische partij en de socialistische vakcentrale bezocht vakbondsleider Nicolas Redondo onlangs weer het hoofdkwartier van de partij voor een broederlijk gesprek onder vier ogen. Een nieuwe algemene staking is voorlopig van de agenda afgevoerd. En toch lijkt daar meer reden voor te bestaan dan ooit, want de begroting voor 1993 is niet alleen krap, het is volgens de verantwoordelijke minister zelfs de zuinigste van de afgelopen twintig jaar. De belastingen gaan omhoog, de ambtenarensalarissen zullen de inflatie niet meer bijhouden. Dat de reële uitgaven toch nog één procent hoger uitkomen dan dit jaar, ligt uitsluitend aan de posten gezondheidszorg en sociale uitkeringen. Carlos Solchaga mocht namelijk vorige week in het parlement uitleggen dat het kabinet voor volgend jaar uitgaat van een stijging van de werkloosheid naar 18,9 procent van de beroepsbevolking, ofwel meer dan drie miljoen personen.

“Ik moet er nog van overtuigd worden dat er electoraal voordeel te behalen is door het maskeren van de waarheid en niet te doen wat noodzakelijk is”, zei Gonzalez maandag in een vraaggesprek met de Financial Times. “Als ik er anders over dacht, had ik deze begroting niet gepresenteerd maar vervroegde verkiezingen uitgeschreven.” Inderdaad is nu vrijwel zeker dat Gonzalez de huidige termijn wil vol maken, af wil wachten hoe verenigd Europa na 1992 zal zijn en zich pas dan, wellicht geholpen door een kerend economisch tij halverwege 1993, met zijn kiezers zal verstaan.

Tot dusver heeft hij nadrukkelijk vermeden te zeggen of hij zelf de lijst weer zal aanvoeren. Dat heeft geleid tot een slepend debat over mogelijke opvolgers binnen zijn partij, die ernstig verdeeld is in een liberale en een meer klassiek-linkse vleugel. Het heeft ook de oppositie vleugels gegeven. Zowel ter linker- als ter rechterzijde van de regeringspartij ruikt men bloed, temeer daar de kranten vrijwel dagelijks berichten over kleine en grote corruptieschandalen waarin niet alleen socialistische bestuurders op persoonlijke titel betrokken zijn maar ook namens de partij. Gisteren eiste de voltallige oppositie nog het aftreden van de voorzitter van de Rekenkamer, die op uiterst dubieuze gronden de socialisten had vrijgepleit van het spekken van de partijkas door het opstrijken van illegale commissies bij publieke werken.

Dit soort affaires versterkt de crisissfeer die eigenlijk al sinds het voorjaar heerst in de Spaanse politiek en die door Gonzalez ook geenszins wordt ontkend. “Maar de mensen die me kennen weten dat ik beter reageer op moeilijke dan op makkelijke situaties”, zei hij in een vraaggesprek. Binnen zijn partij gaat men er nu van uit dat hij nog één keer de verkiezingsstrijd zal aangaan. Of hij daarna ook over de onvermijdelijke coalitieregering wil presidiëren, valt later te bezien.

In de afgelopen tien jaar is Gonzalez vaak verweten dat hij zich nauwelijks om de binnenlandse politiek bekommerde en pas ingreep als het echt niet anders kon. Liever dan premier van Spanje was hij staatsman in Europa. Die houding zou nu wel eens voordelig kunnen zijn. Want zoals de bezuinigingen nauwelijks in verband worden gebracht met de eisen van "Maastricht', zo richt het misnoegen over de manier waarop de socialisten het land besturen zich wel op de partij maar niet op de minister-president. Uit alle opiniepeilingen blijkt dat hij nog steeds veruit favoriet is als het erom gaat wie in de tweede helft van de jaren negentig leiding moet geven aan het land.

    • H.M. van den Brink