DENHOLM ELLIOTT 1922 - 1992; Glans- en bijrollen

Van de gisteren op het eiland Ibiza aan de gevolgen van Aids overleden Engelse acteur Denholm Elliott (70) kent bijna iedereen het gezicht, maar het duurt soms even voordat men op zijn naam komt.

Hij koos vrijwillig voor een ruim veertigjarige loopbaan als "character actor' in talloze films en televisieseries, hetgeen een stuk respectabeler klinkt dan het Nederlandse "bijrolacteur'. Karakter hadden Elliotts creaties altijd, zelfs zozeer dat zijn beroemdere collega's vaak vreesden dat hij er met hun scènes vandoor ging. “Speel nooit tegenover kinderen, dieren of Denholm Elliott”, luidt het adagium in Hollywood en de Britse filmstudio's.

Na wegens onaangepast gedrag te zijn verwijderd van the Royal Academy of Dramatic Art, deed Elliott, telg uit een geslacht van juristen, zijn eerste echte acteerervaringen op in een Duits krijgsgevangenenkamp in Silezië, waar hij drie jaar doorbracht na te zijn neergeschoten boven Denemarken. In 1949 maakte hij zijn filmdebuut en verwierf zich langzaam een reputatie als betrouwbaar "supporting actor', vooral in rollen van arrogante kolonialen en alcoholisten. Het grote publiek merkte Elliott voor het eerst op als de aborteur in Alfie (1966). Hij speelde glansrollen in bescheiden prestigefilms als Bad Timing en The Apprenticeship of Duddy Kravitz, maar ook in kassuccessen als The Boys from Brazil, Raiders of the Lost Ark, Indiana Jones and the Last Crusade en Trading Places. Met het vorderen van de jaren werden zijn rollen ook steeds beter, bij voorbeeld in James Ivory's A Room with a View (in 1986 goed voor een Oscarnominatie) en Maurice, Woody Allens September, in Defence of the Realm en A Private Function. De laatste rol waarin Elliott in Nederland opviel, was in de tv-serie The Bangkok Hilton.

Hoewel Elliott moeiteloos Amerikaanse personages speelde, representeerde hij vooral de bitterheid, het cynisme, de welbespraaktheid en de verkramptheid van een Engelse "old chap'. Hij was het prototype van de diplomaat, journalist of advocaat, die ten koste van zweetdruppeltjes en een vergrote lever de schone schijn van zelfbeheersing nog net op wist te houden.