Democratie aan de dijk (2)

Het handigste zou natuurlijk zijn de grote rivieren flink uit te graven en op de bodem twee pijpen te leggen: één betrekkelijk dunne voor alle chemische troep die in de Rijn wordt geloosd, en een dikkere voor de goederenspoorlijn naar Duitsland - goederen hebben geen uitzicht nodig. Ideaal voor het winnen van schoon drinkwater en het spaart de toch al overbelaste Betuwe.

Een eenvoudige oplossing van een paar actuele problemen. Misschien kan het niet, maar het aardige van het onderzoek dat het Waterloopkundig Laboratorium en de Rand Corporation op het ogenblik uitvoeren naar de fundamenten van de rivierdijkverzwaring is dat het verstand weer even mag. De minister hoopt natuurlijk dat haar eigen commissie-Boertien de twee instituten in de hand houdt. Maar je weet het nooit als mensen die kunnen rekenen er in slagen de baas over hun eigen fantasie te blijven.

En dan te bedenken dat de minister van verkeer en waterstaat niets voelde voor wat voor onderzoek dan ook. “Amice”, schreef zij het D66-Kamerlid Eisma elf maanden geleden, “er zijn andere, dringender zaken die onderzocht moeten worden”. Dat ging over de stelling dat ijs-dat-niet-wegkon in het verleden voor meer overstromingen van de grote rivieren heeft gezorgd dan lage dijken of hoog water. Nu wordt die ijsdam-theorie onderzocht, en nog veel meer.

De cruciale vraag blijft overigens of het groeiende inzicht dat risico's er zijn om je tegen te beschermen, maar wel in evenwicht met andere onzekerheden des levens, ook een plaats krijgt in de overwegingen. Zo niet, dan dreigt dit onderzoek een herhaling te worden van de Commissie-Becht die in '76 al adviseerde: doorgaan maar een onsje minder zwaar.

Het kan zijn dat de minister een goed gebrachte motie-Van Mierlo tijdens de Algemene Beschouwingen van dit najaar vreesde. Maar misschien was Maij's ommezwaai eind juli bittere noodzaak. Kan het zijn dat de Europese Commissie kort vóór de minister die verrassende beslissing nam een klacht tegen het Nederlandse regeringsbeleid ontvankelijk had verklaard?

In dat geval kon de minister van verkeer en waterstaat niet meer vertrouwen op de onbeperkte werking van de Kamermotie die vorig jaar nog aandrong op versterking van 97 procent van de rivierdijken vóór 2004.

In die motie-Eversdijk werd ook gevraagd om “natuur en landschap bij de uitvoering van dit programma, zoveel als mogelijk, te ontzien”. Bij haar onderzoek naar de tot dusver uitgevoerde dijkverzwaringen in Nederland, zou de Commissie natuurlijk vrij snel ontdekken dat de mate van ontzien over het algemeen gering is geweest.

Bovendien zou dan aan het licht komen dat de procedures bij de vaststelling van tracés een voorwereldlijke betrokkenheid van burgers en belanghebbenden kennen, te weten vrijwel geen. En vooral zou dan blijken dat de Nederlandse overheid de Europese Richtlijn uit 1985, die voor grote werken Milieu Effect Rapportages (MER) verplicht stelt, bij de dijkverzwaring gewoon negeert. Met medewerking van het parlement, maar niettemin.

Vandaar de burger-vriendelijke proefprojecten, die deze zomer opeens werden aangeboden aan actiegroepen in het rivierenland? En vandaar het miljoenen-onderzoek door de twee onafhankelijke instituten. Als een soort reuze-MER, die in een paar maanden de rust moet herstellen en de grondverzetmachines weer ruim baan geven?

Terwijl iedereen de adem inhoudt en wacht op het onderzoek, zit de regering te broeden op een antwoord aan de Europese Commissie. Die gaf al twee maanden uitstel, maar begin november moet een serie vragen uit Brussel toch worden beantwoord. Dan zijn de Commissie-Boertien en haar onderzoekers nog lang niet aan een eindrapport toe. Dat wordt dus spitsroeden lopen.

Die sfeer sprak ook uit het artikel dat de vorige minister van verkeer en waterstaat, mevrouw Kroes, 24 september op eigen initiatief op deze pagina schreef. Het was een opmerkelijk stuk, om wat er in stond en om wat er niet in stond.

Eerst de inhoud. Die zocht aansluiting bij het recente essay van Ben Knapen over het "publieke ongenoegen'. Waar zou de civil society zijn zonder publiek, zegt zij de auteur na met “hartgrondige” instemming . Om vervolgens het geheugen van de lezer op te frissen omtrent de geschiedenis van de besluitvorming inzake de dijkverzwaring.

Pech als zo'n "korte inhoud van het voorafgaande' er abusievelijk mee begint dat minister Zeevalking, Kroes' voorganger op verkeer en waterstaat, in het kabinet-Den Uyl wordt gesitueerd. Daar zat een jaar of vier tussen. Foutje. Lastiger te interpreteren voor de niet ingevoerde lezer zijn de positieve, begripvolle passages, die de verantwoordelijkheid voor de dijkramp van de laatste twintig jaar breed uitsmeren - deels terecht, maar ook met voorbijgaan aan essentiële feiten.

Voorbeeld. Mevrouw Kroes vertelt dat in de jaren tachtig bij Sliedrecht met de grootst mogelijke zorg en in overleg met iedereen en alles een zo aanvaardbaar mogelijke vorm van dijkverzwaring is toegepast. “In Zuid-Holland heeft dat gewerkt. In Gelderland kennelijk onvoldoende.”

Alsof dat zij dat laatste nu tot haar verrassing en spijt opmaakt uit de media. Dat kan niet het geval zijn. Zo lang er plannen zijn gemaakt en uitgevoerd om stukken rivierdijk in Gelderland te versterken, hebben omwonenden, andere bezorgde burgers en verenigingen zich in een niet aflatende stroom keurige, gedocumenteerde brieven tot alle denkbare autoriteiten gewend. Zeker de minister van verkeer en waterstaat.

Dat leidde er tijdens het kabinet-Den Uyl al toe dat minister Van Doorn van (toen nog) CRM zijn collega Westerterp op waterstaat openlijk vroeg de onzalige vernietiging van Brakel en de omliggende dijkvakken niet te laten doorgaan. Vanaf de vroege jaren zeventig heeft het publiek zich schor geschreeuwd. Om door polder, provincie, en parlement, rijk en gemeente te worden afgescheept met autoritaire praatjes. (“Tenslotte vragen wij uw aandacht voor het feit dat ieder werk dat in uitvoering is, slechts fraai is in de ogen van de technicus die weet hoe het uiteindelijk zal worden”, Nederland, 1972.)

Het is prachtig om de onafhankelijke burger mee te bejubelen - Oerlemans deed het op 3 oktober op deze pagina met nog iets meer argumenten dan mevrouw Kroes in korter bestek kon geven. En het is staatsrechtelijk zuiver om de ambtenaren buiten de vuurlinie te plaatsen, maar daarmee is niet het hele verhaal verteld. Wat ontbrak was wel zo interessant.