De robot melkt

Melkveehouder is een prachtig, veelzijdig beroep. Je bent bezig met dieren, met voedergewassen, maar ook met machines en de management-computer.

Met hun koeien hebben de meeste veehouders een aparte band. Ze kennen ze stuk voor stuk. Ook herinneren ze zich nog de moeders en de moeders' moeders die destijds nog door hun vader werden gemolken. Er is eigenlijk maar één aspect dat het vak minder aantrekkelijk maakt: koeien melken. Op zichzelf is het een mooie bezigheid, maar de plicht dat tweemaal per dag te doen, 's morgens om zes uur en 's avonds om zes uur en dat zeven dagen per week, rust zwaar op de boerenschouders. Een keer gezellig doorzakken met vrienden? Prima, maar 's avonds een vent, 's ochtends een vent - om zes uur staan de koeien met volle uiers te wachten. Ook na de kermis, op nieuwjaarsdag of wanneer de boer griep heeft, hebben de Gradies, de Inges, de Annettes en de Ansen geen clementie met hun baas. Wanneer ze niet met de regelmaat van de klok worden gemolken, raken ze van streek en loopt hun produktie terug.

Een melkrobot spreekt daarom tot de verbeelding. Wat zou dat toch prachtig zijn als de boer zich 's morgens nog eens lekker kan omdraaien, terwijl de robot de volle uiers van hun kostbare inhoud ontdoet. Deze dagdromerij is inmiddels gedeeltelijk realiteit. In proefopstellingen melken robots al dagelijks koeien. Cascoigne Melotte in Emmeloord, Prolion in Vijfhuizen en Lely in Maasland werken hard aan het praktijkrijp maken van drie verschillende prototypes, en lijken daarmee technisch vooruit op hun buitenlandse collega's. Naar verwachting zullen de eerste melkrobots binnen een á twee jaar op de markt komen.

De veehouder dient voorlopig wel toezicht te houden. “Het zal nog een jaar of tien duren voordat de aanwezigheid van de melkveehouder bij het melken helemaal niet meer nodig is”, concludeerde onlangs een werkgroep van het Proefstation voor de Rundveehouderij in Lelystad.

De eerste berichten over een melkrobot dateren van eind 1984. Ruim twee jaar eerder hadden twee instructeurs van de praktijkschool voor de veehouderij in Oenkerk in alle stilte een octrooiaanvraag ingediend voor een melkrobot. Op 31 augustus 1983 molken zij achter gesloten deuren de eerste koe met hun melkautomaat. Gascoine Melotte nam dit octrooi over. Prolion en Lely gingen van start met een eigen ontwerp voor een zogeheten melkvoerautomaat.

In grote lijnen is het principe van alle drie melkrobots identiek. De koe kan zelf het apparaat binnenlopen, ontvangt een portie krachtvoer en terwijl het dier staat te vreten, sluit een robotarm het melkstel aan. Wanneer de koe is uitgemolken, wordt het melkstel afgenomen. Vervolgens gaat een deurtje open en kan de koe rustig de melkvoerautomaat verlaten. Een computer registreert onder meer melkgift en voeropname.

Het meest simpele van de hele operatie blijkt achteraf het aansluiten van het melkstel met de robotarm te zijn. De robot kan redelijk nauwkeurig de spenen van de koe vinden en de tepelbekers aansluiten.

De problemen beginnen pas wanneer bij voorbeeld een koe met een vuile uier gemolken wil worden. Een boer zal de uier eerst zorgvuldig schoonmaken. De robot daarentegen doet zijn werk met het verstand op nul, met alle gevolgen voor de zuivelkwaliteit vandien. Ook gaat het verkeerd als een koe uierontsteking heeft. Een boer ziet dat tijdens het melken, zodat hij de soms wat vlokkerige melk apart kan houden. Maar de robot zal deze koe behandelen als alle andere, zodat haar melk de kwaliteit van de rest van de ingezamelde produktie kan aantasten.

Een robot die alleen kan melken, zonder dat de boer over zijn schouder moet meekijken, mag deze fouten niet maken. Door van iedere koe de "geleidbaarheid' van de melk te meten, zal de robot "verkeerde' melk direct een andere leiding in moeten sturen. Ook vuile koeien zouden door sensoren opgespoord moeten worden. De robot zou deze viezeriken dan eerst kunnen douchen.

Een lastige of bange koe zal zich in de melkvoerautomaat verzetten of op voorhand al vertikken het ding binnen te gaan. Het lokken met veel krachtvoer is vanuit veevoedkundig oogpunt niet altijd verantwoord. Niet alle koeien hebben in hun rantsoen krachtvoer nodig. De dieren vinden het weliswaar lekker, maar voor de laagproduktieve koeien, die tegen het eind van hun lactatie (periode waarin ze melk geven) lopen, zijn deze brokken een dure luxe.

Wanneer koeien zelf mogen kiezen, blijken ze verschillende voorkeuren te hebben voor het aantal malen dat ze gemolken willen worden. Sommige laten zich iedere dag twee keer melken, anderen melden zich vijf keer. Wanneer de koeien zich nog vaker zouden laten melken, krijgen ze last van rauwe spenen. De meeste dieren geven de voorkeur aan drie of vier melkbeurten per dag. Dit heeft een melkgift tot gevolg die circa 10 tot 15 procent hoger ligt dan wat met tweemaal daags melken wordt verkregen. Vaker melken levert de boer dus voordeel op. Het verbetert tevens het welzijn van de koe omdat het dier niet meer tweemaal daags met een overvolle uier hoeft te zeulen.

Vaker melken veroorzaakt echter tegelijkertijd een nieuw probleem. Koeien moeten de hele dag in de buurt van de robot blijven. Ze kunnen niet 's morgens naar een wat verder afgelegen weide lopen en 's avonds tegen melktijd weer rustig terugwandelen naar de boerderij. Een oplossing zou kunnen zijn dat de boer zijn koeien binnenhoudt en zelf dagelijks vers gras gaat maaien en voeren.

Voor boer noch koe is dit een prettige oplossing. De veehouder wordt opgezadeld met extra werk, terwijl de koeien zich binnen in de stal lopen te vervelen en nauwelijks meer buiten komen om lekker te grazen. Voor allebei is het wenselijk dat de koeien, op z'n minst op beperkte schaal, blijven grazen.

Toch zal introductie van melkrobots voorlopig weinig meer betekenen dan een verlichting van de fysieke arbeid. Door het vereiste toezicht levert de robot immers nog geen grote besparing in werktijd op. Evenmin levert de machine de veehouder groot financieel voordeel op. Een hogere melkopbrengst door vaker melken kan de aanschafkosten van de robot compenseren, maar dan moeten er wel veel koeien mee worden gemolken. En juist op die grotere bedrijven werken vaak meer personen. Die kunnen elkaar met melken afwisselen, waardoor de behoefte aan de robot kleiner is.

Het meeste perspectief biedt een robot nog op een modern eenmansbedrijf. Het zou de boer een stuk vrijer maken wanneer hij zijn controletaken slechts enkele keren gedurende de dag hoefde uit te voeren. Ook al levert de robot geen financieel gewin, het vooruitzicht van wat vriendelijker werkuren en wat meer vrijheid spreekt veel veehouders aan.

Toch zijn er ook felle tegenstanders van de melkrobot. Sommigen vrezen dat kapitaalintensiever produktie een versnelde sanering van kleine bedrijven tot gevolg zal hebben. Anderen zien het melken als een essentieel en niet onaangenaam onderdeel van het werk. Zij verwerpen de industriematige omgang met dieren.

Een Italiaans KI-station (kunstmatige inseminatie) gelooft nochtans heilig in de toekomst van de melkrobot. In een advertentie toont het een foto van een mooie uier met daarboven in kapitalen “Mamelle da Robot!”. In de tekst laat de spermaverkoper weten dat zijn stieren prima uiers vererven. Uiers zo mooi van vorm met recht naar beneden wijzende spenen, dat geen enkele robot daar moeite mee zal hebben.