Bulgarije begint zigeuners serieus te nemen

CHRISTO KJOETSJOEKOV is adviseur van de Bulgaarse regering over de problemen van een belangrijke minderheid: de zigeuners. Na decennia van vervolging begint het begrip voor de honderdduizenden zigeuners in Bulgarije - die, anders dan de Roemeense zigeuners, niet massaal de wijk nemen - langzaam toe te nemen.

AMSTERDAM, 7 OKT. “Je ziet een kentering. Heel langzaam. Het gaat de Bulgaarse zigeuners slecht, zelfs in Roemenië hebben ze het beter, we worden met de nek aangekeken, er zijn incidenten en er is geweld”, zegt Christo Kjoetsjoekov. “Maar toch - er verandert iets.”

Christo Kjoetsjoekov is zigeuner, een Rom uit Bulgarije. Een jonge man, hij is psycholinguïst, een filoloog die vijf talen en vijf dialecten spreekt. Hij is ook adviseur van het Bulgaarse ministerie van onderwijs - de enige bij de Bulgaarse overheid die zich specifiek met de problemen van de Roma bezighoudt, want, zegt hij, bij het bureau van de president is nog wel een adviseur voor minderheden, maar die is er voor àlle minderheden, de Turken, de Armeniërs, de joden - en de zigeuners.

De Bulgaarse zigeuners zijn er, wat kansen en mogelijkheden betreft, slechter aan toe dan die andere minderheden, slechter ook dan de zigeuners elders in Oost-Europa. Niemand weet hoeveel zigeuners er in Bulgarije zijn, dit land heeft zijn zigeuners nooit geteld en de schattingen variëren van 400.000 tot één miljoen op een bevolking van tien miljoen. Kjoetsjoekov houdt het op 800.000: een forse minderheid.

Een gemarginaliseerde minderheid ook. Ze wonen in aparte wijken, in getto's, 160 van de 237 Bulgaarse steden en 3.000 van de 5.800 Bulgaarse dorpen hebben zulke zigeunerwijken. De levensomstandigheden zijn er erbarmelijk, veel huizen hebben geen water en elektriciteit en de wijken zijn overbevolkt: soms wonen er wel vijftig mensen in een huis. Armoede, analfabetisme en werkloosheid zijn er de norm. Hoevéél Bulgaren analfabeet of werkloos zijn, weet ook al niemand: de eerste socioloog die zich voor de zigeuners interesseert, moet nog opstaan. Voor de Bulgaren, zegt Kjoetsjoekov, zijn zigeuners simpelweg slechte mensen. “Je kunt ingenieur zijn, of arts, maar als je zegt dat je zigeuner bent ben je voor de Bulgaren alléén maar dat: zigeuner.”

De omstandigheden zijn de afgelopen jaren nog verslechterd. Kjoetsjoekov: “Vroeger hadden de zigeuners tenminste werk, nederige baantjes in fabrieken. Nu niet meer. In fabrieken waar moest worden afgeslankt begon men met het ontslaan van de zigeuners, daarna kwamen de Turken aan de beurt en vervolgens pas de Bulgaren. Waar werk was kwamen zigeuners het laatst in aanmerking”.

Een van de problemen is het gebrek aan organisatie: de zigeuners maken tien procent van de bevolking uit, maar zijn nergens vertegenwoordigd. Bij de val van het socialisme - het socialisme dat tien jaar lang met allerlei perfide methoden had getracht de minderheden hun identiteit af te pakken - bezaten de zigeuners niet één politieke, culturele of sociale organisatie. Politieke partijen hebben ze nog steeds niet. De Bulgaarse grondwet wijdt maar één zin aan ons, zegt Kjoetsjoekov, de zin waarin staat dat partijvorming op etnische basis niet is toegestaan.

De zigeuners hebben het nog even bij de organisatie van de Turkse minderheid geprobeerd, zegt hij, de Beweging voor Rechten en Vrijheden. “Maar de Turken kijken net zo goed op ons neer als de Bulgaren. In Bulgarije worden de Bulgaren serieus genomen, zijn de Turken tweedeklas-burgers en de zigeuners derdeklas-burgers.” De Turken hebben 23 vertegenwoordigers in het parlement - de zigeuners niet één. En een volk dat niet vertegenwoordigd wordt, wordt niet gehoord, of wordt pas gehoord als er incidenten zijn waarbij doden vallen, zoals twee maanden geleden, in Pazardzjik en in Plovdiv.

De zigeuners hebben inmiddels zeven culturele organisaties. Maar veel bereiken ze niet, omdat de zigeuners ook onderling verdeeld zijn. De zigeuners zijn niet één volk met één taal en één godsdienst: de helft tot driekwart van de Bulgaarse zigeuners is moslim, de rest is orthodox. Dat schept al verdeeldheid. Bovendien spreken ze vijftig verschillende dialecten. En ten slotte is er de politieke verdeeldheid: sommige organisaties zijn democratisch, andere communistisch. Nee, zegt Christo Kjoetsjoekov - zelf ondanks zijn voornaam moslim - die organisaties van de zigeuners doen weinig anders dan onderling ruziën.

Dat is het verschil met de zigeuners in Roemenië, zegt hij: zij hebben hun partijen, zij hebben hun bladen, zij hebben zelfs drie speciale instituten, waar zigeuners worden opgeleid tot onderwijzers en tot personeel in kindertehuizen en kinderziekenhuizen voor zigeuners. “Wij hebben niets van dat alles. We hebben één blad, Tsiganite (De Zigeuners), maar dat verschijnt in het Bulgaars en wordt uitgegeven door een Turk - en alleen al daarom door veel zigeuners niet vertrouwd.”

Fragmentatie en verpaupering maken het leven van de zigeuners steeds moeilijker. “Er zijn legio gezinnen van vier of vijf leden waar niemand meer werk heeft. Wat gebeurt er dan? Tsaptsarap - ze gaan stelen, ze gaan bedelen. Gezinnen vallen uiteen, kinderen gaan zwerven. Ze leven op de stations en op straat, ze raken aan de drugs. Er zijn opvangcentra voor zwerfkinderen, ik ben er geweest, ik ben nog nooit zo geschrokken: geen vloerbedekking, geen gordijnen, geen dekens of lakens, kleren vol gaten, slecht eten, en steeds minder eten. Die centra gaan nu een voor een dicht, want er is geen geld. En dan? Dan komen de kinderen weer op straat terecht, tsaptsarap, en zo verslechtert de reputatie van de zigeuners nog.” Veel Roemeense zigeuners vluchten naar Duitsland, de Bulgaarse niet, maar vooral omdat ze daar de mogelijkheden niet voor hebben.

En toch, zegt Christo Kjoetsjoekov, toch is er sprake van een kentering. Hij noemt zichzelf als voorbeeld: sinds kort is er tenminste bij het ministerie van onderwijs een adviseur voor zigeunervraagstukken. Er komt meer belangstelling, meer begrip ook, heel langzaam. Kjoetsjoekov zoekt de media op, er staan nu elke dag artikelen over zigeuners in de krant, en de meeste zijn negatief, zegt hij, maar niet allemaal, en trouwens, vroeger werd er nooit over zigeuners geschreven. Twee jaar geleden kón je in Bulgarije niet over zigeuners praten - nu kan dat wel.

Niet bekend

Het gaan niet van een leien dakje: “Op veel scholen willen de directeurs geen onderwijs in de taal van de zigeuners. Het zijn oude communisten, ze gunnen de Turken hun onderwijs niet, ze gunnen het de zigeuners nog minder. Dat zigeunerkinderen recht hebben op hun eigen identiteit, cultuur, onderwijs past niet in hun mentaliteit”.

Het zal allemaal nog heel lang duren, zegt Christo Kjoetsjoekov. “Maar er zijn die eerste stapjes, dat eerste begin. Mijn droom”, zegt hij, “is wat men in Slowakije voor de zigeuners heeft bereikt: eigen theatergezelschappen, en een speciale academie voor zigeuner-kunstenaars en -musici, en zelfs een eigen faculteit aan de pedagogische hogeschool in Nitra.” Het is een droom, zegt hij, nu is iedereen nog agressief als het over zigeuners gaat, maar wie weet, wie weet zien we over tien jaar in Bulgarije ook wel zulke resultaten.

    • Peter Michielsen