Bananen blijven zorgen voor tweespalt binnen de EG; Ministers nog geen stap dichter bij uniform bananenbeleid

LUXEMBURG, 7 OKT. Bananen blijven de Europese Gemeenschap ten diepste verdeeld houden. De EG-ministers van handel kwamen gisteren in Luxemburg geen stap dichter bij een gemeenschappelijk (handels)beleid ten opzichte van de banaan. Toch is zo'n uniform regime een absolute voorwaarde om per 1 januari van het komend jaar te kunnen spreken van een echte vrije interne Europese markt.

Op dit moment bepaalt elke lidstaat van de EG zijn eigen houding ten opzichte van de banaan en die wordt vooral ingegeven door welbegrepen eigen belang. Duitsland bijvoorbeeld kent zelf geen bananenplantages, maar is wel een belangrijk invoerland van zogenoemde "dollar'-bananen. Dat zijn relatief goedkope bananen uit Midden- en Zuid-Amerika, die worden afgerekend in Amerikaanse dollars.

Een tweede groep landen, zoals Griekenland, Spanje en Frankrijk, verbouwen bananen in eigen land of in hun overzeese gebieden. De Canarische eilanden bijvoorbeeld zijn voor 50 procent afhankelijk van de inkomsten uit de verkoop van bananen, 35.000 mensen verdienen er hun brood mee. Het ligt voor de hand dat die landen pleiten voor een eigen gemeenschappelijk bananenbeleid van de EG, inclusief de nodige protectie tegen de dollar-importen.

En dan zijn er nog de bananenbelangen van de ontwikkelingslanden die behoren tot de zogenoemde ACP, veelal voormalige koloniën van de zuidelijke lidstaten van de EG. Met die landen bestaan speciale banden en met die landen zijn in het verleden afspraken gemaakt over de import van bananen in de EG. Ook die landen voelen zich bedreigd door de concurrentie van de veel goedkopere dollarbananen.

Om de kool en de geit te sparen heeft de Europese Commissie een soort quota-systeem voorgesteld waarbij het aandeel van de dollarbananen op de Europese markt wordt bevroren. In feite komt het er op neer dat een Europese importeur voor elke dollarbanaan ook een banaan uit een ACP-land moet invoeren.

Het op bananengebied vrijhandelsland Duitsland - waar de zaak intern politiek uiterst gevoelig ligt - voelt niets voor zo'n kunstmatige oplossing en het wordt daarbij van harte gesteund door onder andere Nederland, België en Denemarken. “Een droef dossier”, zo sprak staatssecretaris Van Rooy gisteren na afloop van het overleg in Luxemburg.

Nederland is tegen het door de EG-Commissie voorgestelde quota-systeem, omdat daarvoor speciale toestemming moet worden gevraagd van de internationale handelsorganisatie Gatt. Zo'n aanvraag heeft alleen maar een precedentwerking voor andere landen. Japan kan bijvoorbeeld ontheffing vragen voor liberalisering van zijn rijstsector, vreest Nederland.

Van Rooy somde gisteren nog een aantal bezwaren op. De regeling zoals de Commissie voorstelt, is fraudegevoelig. En op een fraudegevoelig systeem zit niemand te wachten, nu het Brusselse beleid toch al zo gevoelig ligt.

Bevoordeling van de ACP-bananen betekent automatisch benadeling van de dollar-bananen. Dat is ongewenst omdat de EG nu juist met een aantal Zuid- en Middenamerikaanse landen tot samenwerking wil komen bij de bestrijding van de handel in drugs. Om zo'n aanpak succesvol te laten zijn, is het belangrijk dat (potentiële) drugsproducenten in die landen alternatieve mogelijkheden wordt geboden, bijvoorbeeld het planten van bananen. Het EG-bananenbeleid mag dat streven naar diversificatie niet frustreren.

Volgens staatssecretaris Van Rooy hebben ook de boeren in de ACP-landen eigenlijk niet veel baat bij de oplossing die de Europese Commissie heeft voorgesteld. Want wat blijkt volgens haar: vooral de Europese importeur profiteert van het gunstige invoerregime voor de ACP-bananen en niet zozeer de boeren in die landen. Bovendien is het beter als de EG die landen steun biedt om andere, wel concurrerende culturen van de grond te krijgen, dan dat ze koste wat kost een niet-concurrerende monocultuur van bananen in stand wil houden, aldus Van Rooy.

Zij kon gisteren ook niet veel meer doen dan concluderen dat er sprake is van “een volstrekte impasse”. De EG-ministers hebben nog drie maanden om een oplossing te bedenken. Met ingang van volgend jaar mag immers ook de banaan zich in principe vrij door Europa bewegen. Dat is het grote verschil met 1956 toen het Verdrag van Rome werd ondertekend (voor de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap). Ook toen verschilden Duitsland en Frankrijk diep van mening over de banaan en werd ondertekening van het verdrag er zelfs door vertraagd. Maar toen kon nog een uitweg worden gevonden door elke lidstaat zijn eigen gang te laten gaan. Het ideaal van "1992' - realisering van het vrije verkeer van personen en goederen - maakt aan die uitwijkmogelijkheid een eind.