Andriessen vaag over aanblijven in Brussel; Den Haag kan nu niet lobbyen over de portefeuilles

BRUSSEL, 7 OKT. Niemand in Brussel of Den Haag kan vertellen of het Nederlandse lid van de Europese Commissie mr. F.H.J.J. Andriessen wenst aan te blijven of niet. Alle nadruk op "democratie' en "openheid' ter bestrijding van de vertrouwenscrisis rond "Maastricht' ten spijt. Die onduidelijkheid belemmert Nederland bij de lobby om de portefeuilles.

Op 1 januari treedt in Brussel een vernieuwd gezelschap bestuurders van de EG aan, maar wie Nederland zal vertegenwoordigen en met welke portefeuille is volkomen onduidelijk. De kwestie begint te dringen. Vorige week werd bekend dat de nieuwe Commissie definitief voor twee jaar zal aanblijven. In de onzekerheid rond "Maastricht' is daaraan kort getwijfeld - wordt de Europese Unie geen werkelijkheid, dan zou het ook niet nodig zijn om de zittingstermijn van Commissie parallel te laten lopen met die van het Parlement. In dat geval zou de nieuwe Commissie gewoon vier jaar kunnen zitten. De lidstaten hebben echter de afgelopen weken hun volle gewicht achter "Maastricht' gezet. De beslissing om in Brussel een interim-college te benoemen tot de verkiezingen van het Europese parlement in 1994 is een eerste bewijs van het nieuwe zelfvertrouwen. De komende weken kan in Den Haag dan ook volop het vertrouwde spel van de benoemingen gespeeld worden, met als inzet persoonlijke verhoudingen in de politiek, individuele ambities en nationale belangen.

Om met het laatste te beginnen: zou de portefeuille van het Nederlandse lid van de Europese Commissie ongeschonden de herbenoemingsronde doorstaan? Van alle alle kanten wordt getrokken aan de portefeuille van Andriessen, die als één van de belangrijkste en tevens meest omvangrijke van de Commissie wordt gezien. Wie lid wil worden van de EG moet bij hem aankloppen. Wensen Japan of de VS ruzie met de EG over de handel in bananen, cd's of soja-schroot? Men gelieve zich te wenden tot de oud-fractieleider van de KVP, thans vice-voorzitter van de Commissie, belast met externe betrekkingen, handelspolitiek en "samenwerking met andere Europese landen'.

Vooral na de desintegratie van het Oostblok is zijn ster gestegen. Er dienden opeens associatie-akkoorden met Oost-Europa te worden gesloten. Rusland moest de winter door geholpen. De houding van de EG jegens de talloze ex-republieken van de Sovjet-Unie moest bepaald. De voormalige EVA-landen wensten aansluiting bij Brussel. Er kwam een akkoord over de vorming van de "Europese Economische Ruimte'. Andriessen trok vrijwel permanent door de wereld als belangrijkste representant van de EG. Het was meer, veel meer, dan hij ooit had kunnen hopen toen hij als onbegrepen, tussentijds afgetreden ex-minister van financiën, in 1981 als troostprijs in Brussel werd benoemd.

Dat Andriessen ook nog de handelspolitiek van de EG meebepaalde in de talloze confrontaties met de VS, onder meer bij de GATT in Genève, zorgde dan ook voor scheve ogen binnen de Commissie. In Frankrijk, Duitsland en Engeland valt buitenlandse handel onder de minister van industrie. Dat zou ook in Brussel het geval moeten zijn, zo meent bijvoorbeeld de Duitse Commissaris Bangemann (industrie). Met de voltooiing van de Interne Markt per 1 januari 1992 is diens belangrijkste taak achter de rug: het vrije verkeer van personen, kapitaal en goederen wordt bij de Commissie in de komende jaren vooral gezien als een "beheerstaak'.

Niet bekend

Ook Andriessen voelt dat het na ruim 11 jaar Brussel een mooi moment is om afscheid te nemen. Maar hoe dit te bereiken zonder gezichtsverlies? En is niet de mooiste terugtred éérst gevraagd worden om vervolgens beleefd te weigeren? Kennelijk acht Lubbers dat een te groot risico. Vorige week dineerde de Commissaris nog bij de premier. Maar waar zij ook over spraken, niet over die ene kwestie. “Eén van de meest bizarre bijeenkomsten ooit in het Torentje gehouden”, zegt een ambtenaar.

Den Haag zou intussen die extra speelruimte best kunnen gebruiken, in een periode waarin zoveel verhoudingen in Europa aan het schuiven zijn. Niet alleen om een andere portefeuille te kunnen aanvaarden, maar ook om een andere kandidaat te benoemen, die desgewenst ook lid van de PvdA kan zijn en bijvoorbeeld Piet Dankert heet. Deze heeft laten merken niet ongenegen te zijn naar Brussel te verhuizen. Voordeel van deze oud-voorzitter van het Europarlement is dat hij niet, zoals meestal met nieuwe commissarissen gebeurt, genoegen zou behoeven te nemen met een lichtere portefeuille. Zou Andriessen herbenoemd willen worden, dan wil hij vermoedelijk zijn volledige portefeuille behouden. Dan heeft Den Haag geen keus. Volgens sommigen spelen op de achtergrond ook nog Lubbers' eigen (overigens altijd ontkende) ambities mee om Delors in 1994 op te volgen. Een tweede toekenning van een zo belangrijk Commissariaat inclusief vice-voorzitterschap aan Nederland zou "afgerekend' worden in 1994. In die redenering is een lichter commissariaat nu strategisch een betere keuze om straks het Voorzitterschap te kunnen bemachtigen.

De tijd begint te dringen - meestal plegen de namen van de nieuwe commissarissen al in juli bekend te zijn. De verdeling van de portefeuilles vindt dan vervolgens in het najaar plaats onder leiding van de al herbenoemde voorzitter Delors tijdens een apart formatieberaad, ergens ver buiten Brussel.

Nu Andriessen zwijgt is de impasse volkomen. Zolang er geen antwoord is op de vraag "wat doet Frans?' kan Den Haag niet lobbyen voor behoud van diens portefeuille, noch anticiperen op voorstellen de taken binnen de Commissie anders te verdelen, noch op tijd een andere gelijkwaardige portefeuille veroveren voor een nieuwe kandidaat. Het begint een pijnlijke affaire te worden.

    • Folkert Jensma